Cameron heeft met Europa greep op zijn partij verloren

De toespraak over Europa die de Britse premier Cameron vrijdag in Amsterdam houdt, zal in zijn partij slecht vallen, denkt Rafael Behr.

Illustratie Frederick Deligne

David Cameron heeft geen hekel aan de Europese Unie, maar bewondering heeft hij er ook niet voor. De houding van de Britse premier heeft zich altijd gekenmerkt door een weerstand om hoe dan ook over dat onderwerp te praten. Hoezeer hij zijn greep op de gebeurtenissen heeft verloren, blijkt wel nu zijn geloofwaardigheid op het spel staat in een toespraak die hij vrijdag in Amsterdam zal houden over zijn minst geliefde onderwerp.

Ergens na de volgende verkiezingen zal Cameron de Britse kiezers een referendum aanbieden over het EU-lidmaatschap. Hij zal zeggen dat hij bij voorkeur binnen de club blijft, maar wel op nieuwe – nog nader te bedingen – voorwaarden, waaronder bevoegdheden die uit Brussel zouden worden ‘teruggehaald’. Anders gezegd: zijn beleid is om steun te onthouden aan het bestaande Europese project, ten gunste van een niet-bestaand project. Dit is een onzinnige houding. Hoe is de premier zo in de knoop geraakt?

Cameron behoort tot een generatie Conservatieven voor wie argwaan jegens de EU een toetssteen voor ideologische zuiverheid is. Het is onmogelijk om in de partij op te klimmen zonder vloeiend de anti-Brusseltaal te spreken. Naar Torymaatstaven is Cameron gematigd. Als jonge overheidsadviseur was hij halverwege de jaren negentig getuige van de guerrillaoorlog waarmee de opstandige, eurosceptische parlementariërs de regering van John Major kapotmaakten. Na de nederlaag van 1997 verbleven de Tories dertien jaar in de politieke wildernis en schreeuwden daar hun machteloze woede uit tegen de dreiging van EU-bureaucraten.

Toen Cameron in 2005 de Conservatieve leider werd, beloofde hij het blazoen van de partij te ‘zuiveren’. Hiermee bedoelde hij iets te zullen doen aan het imago van de Tories als verbolgen, bekrompen fanatici. Essentieel voor die ‘ontgifting’ was een verbod op het noemen van de EU. Zijn partij vond dat niet leuk, maar iedereen had zo genoeg van verliezen dat daarin werd berust. Er werd een stilzwijgende afspraak gemaakt: de eurosceptici zouden zich koest houden en Cameron zou een verkiezingsoverwinning leveren.

Maar hij bleef in gebreke. Hij wist in 2010 geen meerderheid in het parlement te halen en vormde noodgedwongen een coalitie met de Liberaal-Democraten – de meest pro-Europese partij van Engeland. Dit verraad is de bron van bijna alle latere problemen van Cameron. De Toryparlementariërs die hem voor de verkiezingen al niet mochten of vertrouwden, voelden zich bevrijd van elke plicht tot loyaliteit. Ze opereren nu in een staat van semipermanente rebellie.

In deze context moet de toespraak van Cameron worden gelezen. Hij biedt geen referendum aan omdat hij dat de beste politiek voor Groot-Brittannië vindt, maar omdat zijn middelen uitgeput zijn om zijn partij om te kopen. Veel Toryparlementariërs hebben hun lokale draagvlak zien uithollen door de UK Independence Party (UKip) – een harde, rechtse groepering die de publieke angst voor misdaad en immigratie kanaliseert door middel van populistische aanvallen op de EU. De taak van Cameron is vrijdag om vijandig genoeg tegen de EU te klinken om de dreiging van de UKip af te wenden, maar ook weer niet zo hysterisch agressief dat hij zichzelf opsluit in diplomatieke isolatie.

Dit is een onmogelijke opgave. De hardliners zijn totaal ongevoelig voor compromissen; ze innen concessies zonder dankbaarheid en willen daarna nog meer. Voor hen zijn ‘heronderhandelingen’ een eufemisme voor een exit. Ze willen dat de strategie van de premier mislukt – hoe meer hij vervreemdt van Brussel , hoe eenvoudiger het wordt om de EU af te schilderen als een samenzwering tegen Groot-Brittannië.

Er was een tijd dat Cameron het gezag had om een ander, realistischer verhaal te vertellen. Hij zal vrijdag proberen zijn greep op de agenda te herwinnen, maar dat zal hem niet lukken. Iedereen kan zien dat hij deze toespraak niet uit vrije wil houdt en dus zal niemand de inhoud ervan respecteren – en al helemaal niet de rebellen in zijn eigen partij voor wie de toespraak is geschreven.

Rafael Behr is politiek commentator van het Britse tijdschrift New Statesman.