Cameron en de EU hebben elkaar nodig

Vrijdag houdt David Cameron in Nederland een speech over de Europese Unie. Hij moet zich realiseren dat Groot-Brittannië afhankelijk is van andere EU-landen, betoogt Michiel Servaes.

The fault of the Dutch is offering too little and asking too much, schreef de Britse minister van Buitenlandse Zaken en latere premier George Canning in 1826. De aanleiding was een onderhandeling tussen de twee handelsnaties over de toegang tot elkaars havens. In een op rijm gesteld bericht gaf Canning zijn ambassadeur in Den Haag opdracht niet toe te geven aan de in zijn ogen eenzijdige en onredelijke eisen van koning Willem I.

Een kleine tweehonderd jaar later staat de Britse premier Cameron op het punt om zijn eisen op tafel te leggen voor een andere onderhandeling. Als er dan toch over een nieuw Europees verdrag wordt gesproken, stelt hij, hebben de Britten het volste recht om aan te sturen op een ander, losser soort EU-lidmaatschap. Vrijdag zal Cameron zijn langverwachte ‘Europaspeech’ geven in Nederland.

Geen misverstand: een actieve rol van het Verenigd Koninkrijk in Europa is van groot belang. Als er één land in staat is om af en toe tegenwicht te bieden aan de Frans-Duitse as is het wel het Verenigd Koninkrijk. Dit komt Nederland meestal goed uit.

Of het nu gaat om het beteugelen van de Europese uitgaven, hervorming van de landbouwsubsidies of het formuleren van een ambitieus handels- of klimaatbeleid: steeds staan Britten en Nederlanders zij aan zij. Ook een kritische toets van al te veel Brusselse regelzucht kenmerkt ons beiden. Daar komt bij dat het gemeenschappelijke buitenland- en veiligheidsbeleid, hoe moeizaam dat soms ook tot stand komt, zonder de Britten veel minder gewicht in de schaal zou leggen.

Ondanks het feit dat Groot-Brittannië zich verder uit de kern van de Europese samenwerking terugtrekt, is er voor Nederland en voor de Europese Unie als geheel dus veel aan gelegen de Britten aan boord te houden. Dit betekent evenwel niet dat we Camerons wensenlijstje straks zomaar moeten accepteren. Het valt nog te bezien wat hij precies zal noemen in zijn speech.

De geluiden vanuit de eurosceptische Torybackbenchers liegen er in elk geval niet om: minder Europese bemoeienis met sociale minimumnormen, een beperking van het vrije verkeer voor werknemers en minder toezicht op de bankiers in de City.

Bij alle drie deze wensen maak ik bezwaar tegen een Britse uitzonderingspositie. Het zou het einde betekenen van het gelijke speelveld dat de basis vormt voor de interne markt, nota bene een Brits stokpaardje, en het zou raken aan de fundamentele rechten en vrijheden van Europese burgers. Dat kunnen we nooit accepteren. Een financieel offshorecentrum pal voor de Europese kust dat zich onttrekt aan EU-regels is ook bepaald geen aanlokkelijk perspectief.

Sowieso kun je je afvragen waarom de Britten uitgerekend nu komen met hun eis tot het terughalen van bevoegdheden. De reden voor een mogelijk nieuw EU-verdrag is een einde te maken aan de eurocrisis. Juist de Britse regering heeft altijd aangedrongen op een doortastende aanpak en noemde een nauwere samenwerking tussen de eurolanden „meedogenloos logisch”.

Het zou dus op zijn minst vreemd zijn als diezelfde regering door met een veto te dreigen dit toch al precaire proces zou frustreren en hiermee mogelijk de crisis zou verlengen of verdiepen. Dit zou niet alleen voor ons, maar ook voor het Verenigd Koninkrijk zelf een ramp zijn, aangezien het eiland voor meer dan de helft van zijn export afhankelijk is van de andere EU-landen. Gelukkig wijzen Britse ondernemers, onder wie Virgin-baas Richard Branson, hun regering hier inmiddels op.

Als diplomaat was ik een paar jaar terug getuige van het ontstaan van de goede verstandhouding tussen de premiers Cameron en Rutte. Vanwege die band en de nauwe Brits-Nederlandse samenwerking zou Cameron voor Nederland kiezen om zijn grote Europaspeech te geven.

Hij is natuurlijk van harte welkom, maar Cameron dient wel de les van zijn verre voorganger George Canning in de oren te knopen: wie zelf weinig wil geven, moet een ander niet overvragen.

Michiel Servaes is lid van de Tweede Kamer (PvdA), woordvoerder Europa en voormalig diplomaat in Londen