Bezuinigen met hindernis

Politiek Den Haag gaat deze week weer aan het werk. Het motto voor 2013 is hetzelfde als dat van afgelopen jaren: bezuinigen. Maar dat is niet bepaald een eenvoudige klus.

Wordt dit het jaar dat Nederland het maximale begrotingstekort van 3 procent loslaat?

Voorstanders van deze tot voor kort nog heilige norm zeggen het niet hardop. Maar veelzeggend is dat ze eventuele kleine overschrijdingen niet meer categorisch uitsluiten.

Partijen als VVD, CDA en D66 waren altijd faliekant tegen versoepelen van begrotingsregels. Dat zijn ze nog steeds, maar in hun verdediging van deze lijn vallen hier en daar wat aarzelingen op te tekenen.

Die beweging komt voort uit de onheilspellende vooruitzichten voor komend jaar. De ‘uitdagingen’, zoals ze in coalitiekringen eufemistisch worden genoemd, stapelen zich op.

Allereerst de zelfbedachte: VVD en PvdA willen álle bezuinigingswetgeving voor het eind van het jaar door de Eerste en Tweede Kamer loodsen, zo staat te lezen in de laatste zin van het regeerakkoord.

Dat betekent dat het grootste deel van de 16 miljard euro aan bezuinigingen nog voor de zomer door de Tweede Kamer moet om vervolgens te belanden bij een voor de coalitie vijandige Eerste Kamer. Overigens moet het risico van dat laatste niet worden overschat, zo is binnen coalitiekringen te horen. Het doel is namelijk om in de Tweede Kamer al de steun van van D66, CDA of GroenLinks te krijgen, zodat de Eerste Kamer vanzelf volgt.

Dat lijkt op het eerste gezicht wat optimistisch. Tot de Kerst was de sfeer tussen VVD en PvdA enerzijds en vooral CDA en D66 anderzijds ronduit slecht. De coalitie verwijt CDA-leider Sybrand Buma en D66-leider Alexander Pechtold te ver te zijn gegaan in het beschadigen van premier Mark Rutte. Die partijen gebruikten het fiasco rond de inkomensafhankelijke zorgpremie, het aftreden van staatssecretaris Co Verdaas en de vragen over de relatie tussen staatssecretaris Frans Weekers en de van corruptie verdachte Limburgse VVD-coryfee Jos van Rey om de VVD-leider in diskrediet te brengen.

Anderzijds verwijten oppositiepartijen de coalitie dat al het gepraat over samenwerking niet leidt tot daadwerkelijke actie. Onder Rutte I, zo zegt een oppositielid, kwamen de premier en ministers regelmatig naar de Kamer om zaken te doen met oppositiepartijen. Daar is nu nog niks van te zien. Er wordt aan gewerkt, zo bezweren ze binnen de coalitie, wacht maar af.

Cruciaal voor het welslagen van deze strategie van een ‘brede coalitie’ is het resultaat van het polderoverleg dat dit voorjaar moet worden afgerond. Een door werkgevers en werknemers gedragen akkoord over de hervorming van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid zal voor oppositiepartijen lastig te negeren zijn.

Bij de oppositie zijn ze sceptisch: de vakbonden worden gezien als zwak en verdeeld. Bij het beroemde Akkoord van Wassenaar kon de vakbond nog loonmatiging aanbieden in ruil voor arbeidstijdverkorting. Maar nu heeft geen van beide partijen iets in handen om zaken mee te doen. Daarbij komt, zeggen critici, dat werkgevers noch werknemers naast hun eigen sores nog veel oog hebben voor het algemeen belang. Je kunt het ook anders zien, zeggen ze binnen de coalitie: gezien de heftigheid van de bezuinigingen is het al een prestatie van formaat dat werkgevers en werknemers nog constructief met elkaar praten.

Zelfs een sociaal akkoord en een soepel wetgevingstraject bieden geen garanties. Want eind februari komt het CPB met nieuwe voorspellingen. Vallen die zo slecht als wordt gevreesd, dan moet de coalitie misschien op zoek naar miljarden aan nieuwe bezuinigingen – terwijl partijen zich al vier jaar ‘binnenstebuiten keren’ in hun zoektocht naar geld, zoals bij de coalitie wordt gezegd.

Ach, zo relativeert een politicus: al die problemen vallen in het niet bij wat er gebeurt als Frankrijk zijn kredietwaardigheid verliest. En dat gaat dit jaar gebeuren, voorspelt hij.