'Bekentenis'

Als het waar is dat Lance Armstrong bij Oprah Winfrey een (gedeeltelijke) bekentenis gaat afleggen over zijn dopegebruik, dringt zich vooral één vraag op: waarom nu pas, nadat hij lange tijd collega’s met de wildste tegenbeschuldigingen belasterde en die anderhalve waakzame wielerjournalist kapot probeerde te procederen?

Hij zou het vooral doen om bevrijd te worden van een ban op deelname aan olympische sporten. Niet het geweten, maar het eigenbelang knaagt.

Ik zie nu al de cohorten klaarstaan om Armstrong vergiffenis te schenken, eventueel onder aanvoering van Oprah die namens ons een christelijk traantje wegpinkt om zoveel boetedoening. Tóch een groot sportman, zal menigeen verzuchten: zand erover!

Mij doet Armstrong in het geval van een bekentenis eerder denken aan de misdadiger die, op advies van zijn advocaat, in zijn slotwoord tegen de rechtbank verzucht dat hij „er spijt van heeft”. Niet omdat hij berouw heeft, hoor je hem erbij denken, maar om de eenvoudige reden dat hij betrapt is.

Ik zou meer respect voor Armstrong hebben als hij mét zijn leugens ten onder ging, eenzaam, maar consequent strijdend voor zijn foute ‘gelijk’. Ongeveer zoals president Nixon, die zich na het Watergate-schandaal vastbeet in zijn onmogelijke positie terwijl hij ons toebeet: „I am not a crook!” Door die houding schemerde tenminste nog iets van trots en persoonlijkheid, bij Armstrong lijken we de fase van de afgedwongen zelfverloochening genaderd. Zal hij ermee wegkomen?

De collega’s die hij besmeurd heeft, zullen hem zien aankomen. Zij zullen grote (im)materiële genoegdoening eisen. Het verhaal gaat dat hij alleen wil getuigen tegen (voormalige) topbestuurders van de UCI, onder wie ‘onze’ Hein Verbruggen. In dat geval zou hij de mensen verraden met wie hij lang heeft geconspireerd. Dat wordt geen aangenaam schouwspel.

Als Armstrong werkelijk zijn mond opendoet, zal de wielerwereld schudden op zijn toch al zo ondergraven fundamenten. Want Armstrong weet op dit gebied álles. Hij is in de wielersport geen consigliere, maar de godfather zelf. Wie de doping verstrekte en kreeg, hoe de controles ontdoken werden, hoe de leiding van wielerploegen meewerkte of gedoogde, welke bestuurders omgekocht werden – Armstrong kan het ons vertellen. Er gaat dan geen beerput open, maar een riool.

En de wielerjournalistiek? Die lijkt haar lesje te hebben geleerd. Er wordt uitvoerig en diepgaand geschreven over dit schandaal. Door oudere wielerjournalisten, Mart Smeets voorop, werd er nogal verward teruggekeken, enkele uitzonderingen daargelaten. We kregen steeds iets anders te horen. Eerst hadden ze van niets geweten, toen hadden ze wel het een en ander geweten zonder het te kunnen bewijzen. Ook moesten we begrijpen dat het nu eenmaal bij de cultuur en de romantiek van de wielersport hoorde, al dat gespuit en gelieg, inclusief het omkopen van de concurrent voor of tijdens de koers – ook een ingesleten gebruik in de wielersport. Wat maakte het uit? De hele wereld is toch corrupt, waarom zou de wielersport dat dan niet mogen zijn?

Zó geredeneerd blijft er van de wielersport weinig meer over dan kermisamusement, een soort catch-as-catch-can, waar het gaat om de show, niet om de sport. Een lachnummer. Als de wielersport dat niveau weer wil ontstijgen, zal een bekentenis van Armstrong moeten worden gebruikt om écht schoon schip te maken.

    • Frits Abrahams