Verplicht afkicken in 2013

Na de sportgekte vorig jaar, volgt dit jaar de rust. De oneven jaren zijn om af te kicken. Of om op te bouwen. Wat valt er in 2013 eigenlijk nog wel te beleven?

Amsterdam. De sportjunk krijgt het zwaar in 2013. Na de overdosis in 2012, volgt een afkickjaar: geen Olympische Spelen, geen EK of WK voetbal. Niet die opwinding, niet die warme, opzwepende zomeravonden met het ene sporthoogtepunt na het andere. Dit jaar kun je gewoon een lange zomervakantie boeken, het wordt geen sportzomer om voor thuis te blijven.

2013, een oneven jaar. Een jaar dat niet van groot belang is in de internationale sportwereld. Een pauzejaar, een tussenjaar, een opbouwjaar, een post-Zomerspelen-jaar. Hoe je het noemen wilt. Een jaar om het iets rustiger aan te doen, als sporter en als liefhebber. „Het is het alom bekende drama van een oneven jaar. Het zijn de jaren die ik maar gewoon niet meetel”, schrijft blogger ‘Sportidioot’ op zijn website.

Zit er een groter plan achter de jaarindeling van de grote evenementen? Niet echt, het is in de loop der jaren zo gegroeid. De eerste moderne Olympische Spelen werden in 1896 georganiseerd, in Athene. „Maar ze hadden net zo goed op 1895 kunnen uitkomen” zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. „En er is nog gesproken over een olympische cyclus van vijf jaar.” Uiteindelijk is besloten de Spelen om de vier jaar te houden (de Olympiade), net als de klassieke Olympische Spelen.

De twee grootste sportevenementen ter wereld – de Zomerspelen en het WK voetbal – zitten elkaar niet in de weg: het WK volgt altijd twee jaar ná de Spelen. Dit is tijdens de Spelen in 1928 in Amsterdam besloten door wereldvoetbalbond FIFA, het eerste WK voetbal werd twee jaar later georganiseerd (in 1930).

Spreiding van grote toernooien is essentieel. Tot 1992 werden de Winterspelen nog in dezelfde jaren georganiseerd als de Zomerspelen. Daarna zijn ze uit elkaar getrokken, iedere twee jaar wisselen de zomer- en winterversie elkaar af: de Zomerspelen in 2012, de Winterspelen in 2014. Van de Vooren: „De evenementen werden te groot. Marketingtechnisch is dit slimmer.”

De gouden regel bij sportevenementen: hoe minder vaak je een toernooi organiseert, hoe belangrijker het wordt. In het schaatsen is ieder jaar het WK allround, het WK sprint en de WK afstanden (niet in jaar van de Winterspelen). Door de hoge frequentie valt een deel van het aanzien van een wereldtitelstrijd weg. Zeker als er voor drie verschillende disciplines binnen één sport een WK is. Overkill dreigt.

Van de Vooren verwacht dat sportorganisatoren de komende tijd in het vacuüm van de oneven jaren gaan springen. „Dit zijn interessante jaren voor kleine sporten en nieuwe ontwikkelingen.” Zo worden in 2015 de eerste ‘Europese Spelen’ gehouden.

Een opvallend gevolg van de grote sportevenementen in even jaren is dat bekende kampioenen vooral geïdentificeerd worden met even jaren: Ard Schenk die in 1972 goed was voor drie gouden schaatsmedailles, het Nederlands voetbalelftal dat in 1988 Europees kampioen werd, Ellen van Langen die in 1992 stuntte met olympisch goud op de 800 meter, turner Epke Zonderland die op de Spelen in 2012 goud behaalde. Even jaren gaan de geschiedenis in als de sportjaren waarin het allemaal gebeurde.

Is er dit jaar dan niks te beleven op sportgebied? Jawel. De WK turnen komend najaar in Antwerpen, met wellicht vier opeenvolgende vluchtelementen van Zonderland aan de rekstok. De WK atletiek, de WK zwemmen, Wimbledon, de honderdste Tour de France. Vergeleken met 2012 is het karig. Maar: je hebt ook rustige, oneven jaren nodig om de spectaculaire, even jaren te kunnen waarderen.

    • Steven Verseput