Van het populisme zijn we nog niet af

Populisme is niet gebonden aan links of rechts. Het komt op als de bevolking de politiek wantrouwt, zegt H.J.A. Hofland.

Koning Albert heeft gelijk. In zijn Kersttoespraak waarschuwde hij tegen het populisme van deze tijd. Soms doet het denken aan de jaren dertig, zei hij, zonder een politicus te noemen. Bart de Wever, leider van de Nieuw-Vlaamse Alliantie, voelde zich aangesproken. Hij vond dat het staatshoofd zich buiten de politiek moet houden, zoals tegenwoordig in Nederland.

Het populisme krijgt en grijpt zijn kans waar het reguliere politieke bestel van de gevestigde partijen faalt, zodat een groeiend deel van het electoraat zijn vertrouwen verliest. Zo is tussen 1919 en 1933 geleidelijk de Duitse democratie ten onder gegaan door de last van de herstelbetalingen, twee economische crises en de ondraaglijke werkloosheid. Misschien had de democratie gered kunnen worden door een ‘groot man’, iemand van het kaliber Churchill of Roosevelt. In zijn politieke autobiografie Geschichte eines Deutschen schrijft Sebastian Haffner dat Walther Rathenau die sleutelfiguur had kunnen zijn. Hij had de reddende denkbeelden en hij sprak tot de verbeelding van het volk. Een zeldzame combinatie. Maar in 1922 werd hij vermoord. Het jaar daarop deed Hitler een poging tot een staatsgreep die mislukte.

De Republiek van Weimar, op de grens van radeloosheid, was zwaar aangetast. Op 30 januari 1933 kwam Hitler aan de macht. En laten we ons niet vergissen: het nationaal-socialisme bediende zich niet alleen van de radicaalste vorm van populisme. Het bleek ook in staat veel van zijn beloften te verwezenlijken. Raadpleeg een paar onverdachte bronnen: Anmerkungen zu Hitler, het meesterlijke essay van Sebastian Haffner, en het nog altijd actuele Het fascisme en de nieuwe vrijheid van Jacques de Kadt.

Fascisme is een ideologie waarin de ideaal geachte staatsvorm met een politieke hiërarchie, een maatschappelijke structuur en besluitvorming worden omschreven. Populisme is een politieke techniek, een manier waarop een politicus zich tot het volk richt, in Van Dale omschreven als „een populaire, oppervlakkige, (enigszins) demagogische betoogtrant”. Bij de inhoud van de boodschap wordt rekening gehouden met het bevattingsvermogen en de ontvankelijkheid van het publiek. Dat is deel van de techniek. Ook een socialist, liberaal of christen-democraat kan een populist zijn.

Daarbij is het duidelijk dat er maatschappelijke omstandigheden zijn die een populistische benadering verleidelijk maken. Een gedepolitiseerde samenleving die overweldigd dreigt te worden door problemen die iedere burger raken, zal voor de populistische boodschap ontvankelijker zijn dan een stabiele, waarin evenwichtige politiek de koers bepaalt.

Bekijken we de geschiedenis van onze westerse democratie. De afgelopen vijftig jaar is het niet voor de wind gegaan. In 1960 verscheen The End of Ideology, de klassieker van de Amerikaanse socioloog Daniel Bell. Het fascisme was verslagen, maar sinds het einde van de oorlog waren ook de leidende ideologieën – communisme, socialisme, liberalisme – ten prooi gevallen aan aftakeling. Ze hadden hun kracht verloren. Misschien was er een „verweesde samenleving” (Fortuyn) in opbouw, maar de stijgende welvaart en, niet te vergeten, het entertainment waren de oorzaken van een politieke gelijkschakeling waarin ideologieën niet meer ter zake deden, aldus Bell.

De oorzaak van de duurzame ideologische samenhang in het Westen was in die periode de Koude Oorlog. Aan deze mondiale tegenstelling hebben we het te danken dat de ‘vrije wereld’ een politieke eenheid is gebleven. Met de val van de Muur in 1989 was dit tijdvak afgesloten. Idealisten wilden de kapitalen die bespaard werden door het einde van de wapenwedloop gebruiken voor de wederopbouw van het voormalige Oostblok, maar bij die mooie gedachte bleef het. Na de verovering van Koeweit door Saddam Hoessein riep president Bush senior in 1990 de Nieuwe Wereldorde uit. De verovering werd ongedaan gemaakt; van Bush’ wereldorde hebben we niets meer gehoord. In de Roaring Nineties sloot het Westen zich op in zelfgenoegzaam isolationisme. Zo kon het gebeuren dat zonder een beslissende internationale interventie in de Balkanoorlogen 200.000 mensen zijn vermoord, gesneuveld. Tot de Amerikanen door luchtbombardementen er een eind aan maakten.

Intussen werd de Nieuwe Economie ontdekt. Het geheim van de eeuwige groei was ontsluierd. Ook dat bleek een vergissing, maar inmiddels was het consumentisme definitief gevestigd, de succesvolste ideologie die zich steeds verder over de wereld verbreidt. Het ideaal is het zoveel mogelijk genieten van alles: eten, drinken, sport, vuurwerk, het nieuws, vakanties, andermans ongeluk, alles waarbij de consument zelf – om het eigentijds te zeggen – op z’n luie reet kan blijven zitten. Hierover bestaat een bibliotheek aan literatuur. Ik noem één klassiek essay: Amusing Ourselves to Death (1985) van Neil Postman.

Zolang het goed ging met de wereldeconomie en de buitenlandse politiek van het Westen, kon het consumentisme zich ontwikkelen in de illusie van onkwetsbaarheid. Maar toen verwoestten islamistische terroristen de Twin Towers, en een paar jaar later begon in Amerika de kredietcrisis, die zich over het Westen heeft uitgebreid. De politiek verliest nu haar geloofwaardigheid, terwijl de consument zich van zijn verworvenheden beroofd ziet. Er groeit een nieuwe verhouding tussen het electoraat en de leiding van de staat. Wantrouwen beheerst de burgerij. Een vruchtbaarder bodem voor het populisme is niet voorstelbaar. Het valt mee dat het zich nog betrekkelijk bescheiden manifesteert. Een populistisch talent zou nu een historische carrière kunnen maken.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.

    • H.J.A. Hofland