Stockmann 25.000 rupees rijker

Doelman Jaap Stockmann en Tim Jenniskens van hockeyclub Bloemendaal waren gisteren elkaars tegenstander in de India Hockey League.

Jaap Stockmann, man of the match van de Jaypee Punjab Warriors, na afloop van het met 2-1 verloren duel met de Delhi Waveriders. Foto AFP

Terwijl de Indiase spelers aan het inslaan zijn – pijlsnelle balletjes over de grond – rekt Jaap Stockmann, volgens kenners de beste hockeydoelman ter wereld, zijn spieren. Tussen de kleine Indiërs lijkt de Nederlander nog groter dan anders. Onder het rode keepersshirt van Jaypee Punjab Warriors draagt hij de brede oranje beenbeschermers van het Nederlands elftal, met op elk daarvan een rood-wit-blauw vlaggetje.

Op de andere helft van het veld maakt nog een Nederlander zich gereed: kleiner, minder opvallend. Het is Tim Jenniskens, ook van Bloemendaal en eveneens lid van het Nederlands elftal. Hij speelt hier in India voor de Delhi Waveriders. Op de bank zit Pirmin Blaak (Rotterdam), reservekeeper van de Delhi Waveriders én het Nederlands elftal.

Het Major Dhyan Chand National Stadium biedt plaats aan 25.000 mensen en is slechts half gevuld. Maar de Nederlanders genieten. Ze spelen zelden voor zoveel toeschouwers. „Ik denk dat er wel tienduizend mensen waren”, zegt Stockmann na de wedstrijd.

Nog zeven andere Nederlandse (ex-)internationals, onder wie Floris Evers (Amsterdam) en Teun de Nooijer (Bloemendaal) spelen de komende weken in Indiase teams. Ze doen mee aan de Hockey India League (HIL), een lucratieve minicompetitie die precies plaatsvindt tijdens de Nederlandse winterstop. Half december werden de Nederlanders, met nog 239 internationale spelers, tijdens een veiling per opbod verkocht aan vijf Indiase clubs. Een heuse veilingmeester hamerde spelers af, naar het voorbeeld van de Indian Premier League, de rijkste cricketcompetitie ter wereld.

Daar wordt geregeld meer dan een miljoen dollar voor een speler betaald. In het hockey gaat het om kleinere bedragen. Blaak ging voor 33.000 dollar van de hand en Stockmann voor 68.000. De minder bekende Jenniskens belandde op een reservelijst, maar door een herniablessure van Taeke Taekema (voor 25.000 dollar gekocht door de Delhi Waveriders) viel een plek open.

De wedstrijd in New Delhi is een spektakel, met vuurwerk na elk doelpunt en keiharde Indiase housemuziek in de rust. Ook tijdens de wedstrijd is het een kabaal. Een groep van zo’n veertig Poenjabi’s met tulbanden beweegt zich schokkerig dansend door het stadion, aangespoord door fanatieke trommelaars. Ze staan achter het eigen doel, verdedigd door Stockmann, als de tegenpartij een strafcorner neemt. Stockmann keert de bal. De Poenjabi’s bewerken hun trommels nog harder.

„Vroeger waren we fantastisch, nu niet meer”, weet toeschouwer Rajan Bedi, die een vlag van de Delhi Waveriders om zich heen heeft geslagen. Bedi geniet van de buitenlandse spelers, onder wie ook de Australiër Jamie Dwyer (Punjab Warriors) en de Duitsers Nicolas Jacobi (doelman) en Oscar Deecke (beiden Delhi Waveriders). „We hebben mensen nodig van het niveau van die Nederlandse keeper”, zegt hij nadat Stockmann opnieuw een doelkans van zijn club stopt.

Veel Indiërs noemen hockey nog altijd hun nationale sport, maar al lang geleden heeft de bat de stick verdrongen. In parken en stoffige straatjes spelen jongetjes nu cricket. Maar een halve eeuw lang was India (voorheen Brits Indië) in de greep van het hockey. Vanaf 1928 won het nationale elftal zes gouden olympische medailles op rij. De hegemonie van de Indiërs werd gebroken in 1960, toen Pakistan hen versloeg in de finale tijdens de Spelen in Rome. Sindsdien is elke hockeywedstrijd tussen de aartsrivalen een daverende strijd. Maar mondiaal gezien zijn India en Pakistan sinds de jaren 80 – toen het kunstgras zijn intrede deed – afgezakt naar de middenmoot.

Indiase commentatoren zien de Hockey India League als de lakmoesproef voor het Indiase hockey, dat weer aan populariteit won met de kwalificatie voor de Olympische Spelen van vorig jaar, maar veel fans verloor toen het nationale elftal als laatste eindigde. De populariteit steeg weer met de vorig jaar gestarte World Hockey League, eveneens een Indiase competitie met buitenlandse spelers, die echter niet erkend wordt door de internationale hockeybond (IHF). Van de Hockey India League wordt nu des te meer verwacht, omdat die wel wordt erkend en daardoor bekendere spelers kan aantrekken. Het doel: volle stadions en wedstrijden tijdens prime time op tv.

In Nederland werd vooral aandacht besteed aan de veilingbedragen. „Ik zou het ook voor niks gedaan hebben”, zegt Jaap Stockmann na de wedstrijd in New Delhi. „India en Pakistan vormen de bakermat. Hockey is nog altijd nergens groter dan hier. Als zij weer op niveau gaan spelen, kan dat de aandacht voor hockey op wereldniveau opzwepen. Daar werk ik graag aan mee.”

Tim Jenniskens zegt aan de rand van het veld: „Het is voor de olympische status van het hockey belangrijk dat we India erbij houden”, zegt Tim Jenniskens. „Hier zijn heel veel spelers, dus is er ook veel talent. Indiërs kunnen veel van ons leren over tactiek en organisatie. En wij van hun techniek. Hun oog-hand-coördinatie is ongelofelijk.”

Vier minuten voor het einde van de wedstrijd stopt Stockmann nog een keiharde sleeppush. Hij wordt uitgeroepen tot man of the match en krijgt een cheque van 25.000 rupees (360 euro), een fortuin voor veel Indiërs. De wedstrijd verliest hij met 2-1 van het team van reserve Blaak en Jenniskens. Maar Stockmann heeft de smaak te pakken. Hij wijst op de twee Nederlandse vlaggetjes op zijn beenbeschermers. „Ik ga er één verwisselen voor een Indiase.”

    • Joeri Boom