Overvallen door pech en vrieskou

De Wegenwacht rukte vanochtend vroeg met extra mankracht uit. Veel lege accu’s en verkleumde automobilisten. „Ze gaan ervan uit dat de auto het altijd doet.”

Wegenwacht Henk Meinders helpt bij Schalkwijk een gestrande automobilist. Foto’s Maarten Hartman

Daniel van Rhenen staat rillend in zijn leren jasje naast zijn BMW op een besneeuwde landweg buiten Schalkwijk (Utrecht). Hij was op weg naar zijn werk in Nieuwegein even gestopt. Lampen aan, radio aan, maar motor af. En dan is het snel bekeken bij een paar graden onder nul.

Accuutje leeg, zegt wegenwacht Henk Meinders (48). „Het zijn vooral accuutjes nu.” Hij pakt de startkabels uit zijn bus. Binnen drie minuten start de auto. „Komende half uur de motor niet uitzetten”, zegt Meinders tegen Van Rhenen. Dat ga ik zeker niet doen, zegt Van Rhenen opgelucht.

Henk Meinders is een redder in nood in een gele bus. Dat is hij elke dag, maar vanochtend vroeg zeker. Hij en zijn collega’s – op een dag als vandaag zijn in heel Nederland vijftig wegenwachten extra aan het werk – rijden van bevroren slot naar leeggelopen accu naar vastgevroren handrem. Meinders rijdt altijd in de regio Utrecht.

De chauffeurs zijn niet zelden tot op het bot verkleumd. „Ze stappen zo in een colbertje of mantelpakje de auto in”, zegt Meinders. „Ze gaan ervan uit dat de auto het altijd doet.” Staat de auto nog thuis, dan kan de eigenaar binnen wachten. Maar onderweg is het afzien. Meinders heeft tien dekens in de auto liggen, die mogen de rillende automobilisten houden.

De eerste klant van Meinders is Adriana Sonbeek Neerings. Ze staat zonder benzine aan de rand van Utrecht in de bebouwde kom. „Het lampje brandde wel”, zegt ze. „Maar ik dacht dat ik het nog wel zou halen.” Meinders pakt zijn jerrycan met benzine. Sonsbeek Neerings heeft alleen een hand kleingeld in haar zak. Het is minder dan de 18 euro die ze eigenlijk moet betalen voor de tien liter maar Meinders knikt goedmoedig. Hij doet het er voor.

Een lege tank komt vaak voor, zegt Meinders. „Het is gevaarlijk. Mensen hebben spaarpunten bij een bepaalde pomp en dan rijden ze rustig een andere pomp voorbij. Deze mevrouw stond redelijk veilig in een woonwijk. Maar je kan ook in een tunnel stilstaan. Dat wil je niet meemaken.”

En hup, daar gaat hij weer over glibberende landweggetjes naar het volgende pechgeval. Aan een dijk staat een man te wuiven. De kleine Daihatsu van Job Mulder wilde niet starten. Het voorgloeisysteem doet het niet meer. Kortsluiting. En als het koud is, heeft de motor het gloeien nodig om aan te slaan. Meinders laat de auto even „snuffelen”. Hij spuit ether zodat de motor kan aanslaan. Mulder kan naar zijn werk.

Het wordt langzaam licht en in de hele Randstad staan extreem lange files. Meinders rijdt voorzichtig over de vluchtstrook. In de verte ziet hij een vrachtwagen stil staan. De chauffeur staat in de berm over te geven. Hij is misselijk. Het is een van de weinige keren dat Meinders niet kan helpen. „Gaat het weer?”, vraagt hij en klopt de man even op de rug. De chauffeur zegt van wel. Meinders gaat verder. De boordcomputer in zijn auto geeft een hele rij wachtenden aan.

Morgen wordt het nog erger, zegt hij. Vandaag smelt de sneeuw en druipt in alle hoeken en gaten van auto’s. Vannacht vriest dat weer op. Morgenochtend krijgen mensen de auto’s niet open. Of ze trekken vastgevroren ruitenwissers stuk. Of ze doen de sleutel vast in het contact en gaan de ruiten krabben. Floep, de automatische deurvergrendeling springt erop en ze kunnen er niet meer in. „Dat komen we ook veel tegen, zegt hij. Hoe hij de deur dan weer zonder schade openkrijgt? „Ach, daar hebben we zo onze trucjes voor. Zoals we eigenlijk voor elk probleem wel een trucje hebben.”

    • Sheila Kamerman