Op hoop van zegen

De stationsstalling is gesloten. Een misverstand, de beheerder had niet vernomen dat bussen vandaag de treinen vervangen. Noodgedwongen zet ik mijn fiets voor vijf dagen buiten de stalling. Op slot, ketting om een lantaarnpaal, op hoop van zegen. Hij is in tien jaar nooit gestolen, maar heeft ook nooit zo lang in de etalage gestaan. Vijf dagen later stap ik uit de trein. Zou mijn fiets er nog zijn? Langzaam nader ik de hoek van het trottoir. Spannend. Ik gluur om de hoek. Geen fiets. Het moest een keer gebeuren. Tegen beter weten in loop ik naar de plaats delict. Daar ligt hij, op slot, kettingslot om de stang. De lantaarnpaal is verdwenen.

Paul Stramrood

    • Paul Stramrood