'Nederland bijna onderaan EU-ranglijst over opwekken van duurzame energie'

De aanleiding

Nederland is de vieze man van Europa, zo werd vorige week beweerd door NCRV’s Altijd Wat. Het tv-programma maakte een thema-uitzending over duurzame energie. Daarin kwam Jan Rotmans aan het woord, hoogleraar ‘duurzaamheidstransities’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Volgens hem zijn er maar een paar EU-landen die minder duurzame energie opwekken dan Nederland. „We staan bijna onderaan de Europese ranglijst”, zei hij. „Dat is echt een schande”, voegde hij eraan toe. nrc.next-lezer Katinka Hellweg schreef dat ze hiervan schrok en vroeg de redactie om uit te zoeken of het klopt. „Ook om iedereen wakker te schudden als dit echt het geval is!” Next.checkt bekijkt daarom: staat Nederland inderdaad bijna onderaan de Europese ranglijst als het gaat om opwekking van duurzame energie?

Waar is het op gebaseerd?

Bij navraag stuurt hoogleraar Rotmans via e-mail het rapport Ranking the stars dat Stichting Natuur en Milieu in 2011 uitbracht. En hij verwijst naar infographics op de website van Altijd Wat. De percentages daar over gebruik van duurzame energie in Nederland zijn afkomstig van Europees statistisch bureau Eurostat.

En, klopt het?

Het overzicht van Eurostat waar tv-programma Altijd Wat naar verwijst is helder. In 2010, het meest recente jaar waarover definitieve cijfers bestaan, was 3,8 procent van de totale energieconsumptie in Nederland afkomstig uit duurzame bronnen. Het gaat dan vooral om windenergie, zonne-energie en energie uit biomassa en biobrandstoffen. Alleen het Verenigd Koninkrijk (3,2 procent), Luxemburg (2,8 procent) en Malta (0,4 procent) scoorden slechter. Koplopers waren Zweden (47,9 procent), Letland (32,6 procent) en Finland (32,2 procent).

Ook volgens Ranking the stars van Natuur en Milieu laat Nederland maar drie landen achter zich. Logisch, want het rapport baseert zich ook op de EU-cijfers. Al presteert niet Luxemburg maar Cyprus volgens de milieuorganisatie slechter dan Nederland. Maar die lijken in het rapport per ongeluk te zijn verwisseld.

Rotmans sprak bij Altijd Wat over de geringe prestaties van Nederland bij de opwekking van duurzame energie, niet over de consumptie ervan. Maakt dat nog verschil? Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) niet. Een deel van de in Nederland verkochte groene stroom is afkomstig van waterkrachtcentrales in bijvoorbeeld Scandinavië. Maar volgens het PBL is die groene stroom uit het buitenland niet bij de 3,8 procent duurzame energie voor Nederland opgeteld.

De slechte Nederlandse score komt deels door een gebrek aan politiek initiatief om serieus werk te maken van duurzame energie. De grote invloed van producenten van fossiele energie op de politiek zou daarbij een rol spelen. Altijd Wat liet zien dat olieproducenten en energiebedrijven onder andere via adviesraden de voorbije jaren flinke invloed uitoefenden op het kabinetsbeleid.

Maar het ene land heeft ook meer mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie dan het andere. Zweden en Oostenrijk bijvoorbeeld kunnen gebruik maken van waterkracht uit stuwmeren in de bergen. Bij de Europese doelstelling voor duurzame energie in 2020 is daar ook rekening mee gehouden. Zo moeten Zweden en Oostenrijk in dat jaar respectievelijk 49 en 34 procent van hun energie duurzaam opwekken. Nederland hoeft van de EU ‘slechts’ 14 procent te halen.

Het nieuwe VVD/PvdA-kabinet is ambitieuzer dan dat. Rutte II streeft naar 16 procent duurzame energie in 2020. De aanleg van windmolenparken in ondiep water vlak voor de kust is daarom niet langer taboe, zo meldde NRC Handelsblad afgelopen vrijdag.

Conclusie

Hoogleraar ‘duurzaamheidstransities’ Jan Rotmans beweerde vorige week in tv-programma Altijd Wat dat Nederland bijna onderaan de Europese ranglijst staat bij opwekking van duurzame energie. Dat klopt, zo blijkt uit cijfers van Europees statistisch bureau Eurostat. Enerzijds komt de ondermaatse Nederlandse prestatie door politieke onwil in het verleden. Anderzijds kent Nederland minder mogelijkheden voor opwekking van duurzame energie dan sommige andere landen. Daarom hebben de EU-landen gezamenlijk afgesproken dat Nederland in 2020 ‘maar’ een aandeel van 14 procent duurzame energie in de totale energieconsumptie hoeft te behalen. Dat is nog een hele uitdaging, want met 3,8 procent duurzame energie in 2010 stond Nederland op plaats 24 van de 27 EU-landen. Alleen het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg en Malta scoorden slechter. De bewering van hoogleraar Rotmans is dus waar.