Maar wat moeten we nou met Syrië? 60.000 doden in 23 maanden Miljoenen vluchtelingen en ontheemden Meer dan 100.000 gevangenen Gruwelijke folterpraktijken Zware artillerie en explosies in woongebieden

Mensen weten dat zich een ramp voltrekt in Syrië. Maar wat kan de internationale gemeenschap doen? En het conflict is ook niet simpel meer.

Syrians walk past damaged homes during heavy fighting between Free Syrian Army fighters and government forces in Aleppo, Syria, Tuesday, Dec. 4, 2012. (AP Photo/Narciso Contreras) AP

Weet je nog Darfur? De hele internationale gemeenschap bekommerde zich erom. Filmsterren als Mia Farrow en George Clooney sprongen op de bres voor de opstandige Afrikaanse inwoners van het gebied die werden afgeslacht door de Soedanese president Omar Hassan al-Bashir en zijn Arabische horden, de gruwelijke Janjaweed. Het Internationaal Strafhof in Den Haag vaardigde in maart 2009 een arrestatiebevel tegen Bashir uit op beschuldiging van genocide.

Hoe staat het met Darfur? Volstrekt afgevoerd van de internationale agenda. Bashir is nog altijd president, het conflict in Darfur is er ook nog. De Verenigde Naties schatten dat de opstand sinds het begin in 2003 zo’n 300.000 levens heeft geëist, met name door ziekte en ondervoeding. Van de zes miljoen inwoners zijn vier miljoen hetzij ontheemd, hetzij op een andere manier getroffen door het conflict. De afgelopen paar weken zijn weer 30.000 mensen op de vlucht geslagen voor zware gevechten tussen regeringstroepen, rebellen en rivaliserende stammen.

Wist je dat? Nee.

Kan Darfur je nog iets schelen?

Het lijkt misschien nu ondenkbaar, maar Syrië loopt eveneens risico van de internationale agenda te verdwijnen. Het zou een ramp zijn als dat gebeurt, zei vrijdag de directeur-generaal van het Internationale Rode Kruis, Yves Daccord, in een vraaggesprek met deze krant. Hij was onder andere in Nederland om te debatteren over humanitaire hulp. Het Internationale Rode Kruis en zijn lokale partner, de Rode Halve Maan, leveren sinds het conflict in Syrië bijna twee jaar geleden begon ter plaatse hulp aan de bevolking. Daccord noemde de humanitaire situatie in Syrië nu „dramatisch”.

Bij het westerse publiek constateerde Daccord „een dubbele dynamiek die soms met zichzelf in strijd is”. „Aan de ene kant zijn mensen zich ervan bewust dat zich een ramp voltrekt in Syrië. Ze zien dat mensen door de oorlog worden getroffen. Er is mededogen. Ik voel dat. Maar aan de andere kant is er het bijna tegenstrijdige gevoel: wat kunnen we doen? Bij een natuurramp kan je concrete hulp geven. Maar wat levert je hulp in een oorlog op?” En door het complexe karakter van de situatie verliezen mensen hun aandacht, bevestigde hij. „Dat maakt het moeilijk. En ik begrijp dat.”

Aanvankelijk leek het conflict in Syrië simpel: de strijd van Goed tegen Kwaad. Goed, dat waren de ongewapende demonstranten die massaal vreedzaam protesteerden tegen het regime van president Bashar al-Assad. Het Kwaad, dat was Assad. Tien jaar eerder, toen hij als dertiger in Syrië aan de macht kwam, een man die in Londen voor oogarts had gestudeerd, was er hoop dat hij het autoritaire systeem van zijn vader zou ontmantelen. De torenhoge hakken waarop zijn vlotte vrouw Asma van tijd tot tijd door Parijs klikklakte, hielpen dat moderne-dus-democratische imago te versterken.

Maar ook deze Assad bleek een ordinair schrikbewind te voeren. En hij toonde dat aan het begin van de opstand in 2011 openlijk door zijn troepen op de ongewapende betogers te laten schieten. Hij claimde dat in feite door het buitenland gesteunde terreurgroepen tegen zijn regime actief waren. Maar oppositieactivisten brachten op videofilmpjes beelden naar buiten van dode kinderen, veel dode kinderen, en de burgers van de wereld schreeuwden om ingrijpen.

Hun regeringen zagen overal problemen. De sterke luchtafweer van het Syrische leger. De verdeeldheid van de oppositie. Dat een nieuw regime zou voortkomen uit de sunnitische meerderheid, wat de verhoudingen in het gebied dramatisch zou veranderen. Een nieuwe burgeroorlog in Libanon. Een opleving van het sektarisch geweld in Irak. En last but not least de gevolgen voor Israël.

Dat was in de begintijd van de opstand. Die schreeuw om in te grijpen is verstomd, of althans een stuk minder luid geworden. Niet alleen door de argumenten van de regeringen. Maar ook doordat de oorspronkelijke heldere tegenstelling van Goed tegen Kwaad is vervaagd. Assad is nog steeds het Kwaad, daarover geen misverstand. Na een geschatte 60.000 doden en miljoenen vluchtelingen en ontheemden, meer dan 100.000 gevangenen, gruwelijke folterpraktijken en het gebruik van zware artillerie en gevechtsvliegtuigen in woongebieden is zijn positie als zodanig onaantastbaar.

Maar de oppositie is steeds minder een macht van het Goede. Oppositiegroepen maken niet alleen het regime, maar ook elkaar voor rotte vis uit. Videofilmpjes blijken ook oorlogsmisdrijven door rebellen aan de openbaarheid prijs te geven. Lang niet zoveel als die van het regime, zeggen internationale mensenrechtenorganisaties, maar toch.

Rebellen hebben grote gebieden in handen, maar steeds meer komen reportages naar buiten over wanbeleid, repressie, plundering en corruptie onder het bewind van sommige rebellenleiders. Burgers van de miljoenenstad Aleppo, die nu al maandenlang letterlijk aan het front wonen, klagen over het gebrek aan discipline van hun nieuwe machthebbers.

Misschien is het grootste probleem de rol van moslimextremisten aan de zijde van de oppositie. Ze vormen maar een kleine minderheid, maar ze zijn beter bewapend en beter gemotiveerd dan niet-extremistische strijders en boeken meer succes. Wordt Assad straks opgevolgd door een Syrische Bin Laden? Niemand die dat gelooft, maar wie komt er wél in Damascus te zitten? Het conflict is vertroebeld.

Daccord van het Internationale Rode Kruis hamerde er vrijdag op dat aandacht van het westerse publiek voor de crisis in Syrië „absoluut van levensbelang” is. „Dat moet je niet onderschatten. Als Syrië niet bovenaan de agenda van jullie regering staat, verandert dat de dagelijkse situatie niet. Maar het heeft invloed op de belangrijkste belanghebbenden en dat maakt uiteindelijk een verschil in het land. Het ergste zou zijn voor Syrië als het van de agenda verdwijnt. Werkelijk, het allerergste.”