Maar wat moeten we nou met Syrië? 60.000 doden in 23 maanden Miljoenen vluchtelingen en ontheemden Meer dan 100.000 gevangenen Gruwelijke folterpraktijken Zware artillerie en explosies in woongebieden

Het begon met 100 dekens, nu brengt Wijbe Abma er 500 naar Syrië. Hoe zinvol is dat?

Wijbe Abma is een 21-jarige Nederlandse student sociale geografie. Afgelopen november trok hij Syrië binnen om dekens uit te delen aan burgers in nood. Hij had gelezen dat de mensen in het Bab Al-Salam vluchtelingenkamp, vlak over de grens met Turkije, stierven van de kou. Dus investeerde hij 690 euro van zijn eigen spaargeld. De beste dekens zocht hij uit door er een nacht mee onder een brug te slapen.

Eenmaal aangekomen bij het kamp werd hij weggestuurd door het management; hij behoorde niet tot een bekende hulporganisatie en mocht niet zelf in het kamp distribueren. Toen trok hij verder, naar Aleppo – een stad die dusdanig belegerd wordt dat hulporganisaties het te onveilig achten om er hulp te verlenen. Hij deelde de honderd dekens persoonlijk uit.

Nu is hij terug in het Turkse grensstadje Kilis. Klaar om met een nieuwe lading dekens – vijfhonderd dit keer – opnieuw Syrië in te trekken.

Hoe raakte je hier verzeild?

„Syrië kwam toevallig dichtbij toen ik aan het backpacken was in Turkije. Het plan begon heel klein. Ik las in de krant dat het Bab Al-Salam kamp onder water stond en dat drie kinderen waren overleden door de kou. Is dat de oplossing?, dacht ik. Een kamp beginnen en het vervolgens letterlijk laten verwateren? Ik wilde gewoon wat dekens brengen. Van het een kwam het ander en voor ik het wist zat ik in Aleppo. De lui die mij hielpen kenden dat gebied goed en wisten hulpbehoevenden te vinden. Dat vond ik voorgaan op mijn veiligheid.”

Wie hielp je? Het Free Syrian Army (FSA)?

„Nee, ik wil alleen civiele hulp. Mijn chauffeur zei een hekel te hebben aan wapens. Ik ben niet pro en niet anti FSA. Het is een te complexe zaak om keuzes te maken. Ik ben pro burgers. Pro helpen, wellicht.”

Na je eerste trip kwam je in de media. Dat heeft je tienduizenden euro’s opgeleverd, zodat je nu meer dekens kan brengen. Waarom gaven zoveel mensen jou geld?

„Ik denk dat mensen weinig vertrouwen hebben in grote hulporganisaties, vooral in Syrië. Tijdenlang is er van alles geschreven over de humanitaire situatie, maar niemand doet iets. Als mensen dan zien dat iemand persoonlijk garandeert dat alle euro’s volledig effectief besteed worden, geeft dat wellicht de doorslag. Deze nieuwe lading dekens waren 11 euro per stuk – ik heb nu nog zo’n 13.000 euro over. Ik hou een pdf bij op internet waarin mensen hun donaties terug kunnen vinden, en zet mijn bonnetjes online, zodat iedereen kan zien dat alles eerlijk verloopt. Ik ga niet weg voordat al het geld goed besteed is en de producten goed bezorgd zijn. Uiteindelijk is de enige manier waarop je kunt garanderen dat je hulp goed terechtkomt, door het zelf te doen.”

Wat zegt dat over de toekomst van hulp aan Syrië? Moeten we allemaal zelf hulp gaan brengen?

„Ik zal niemand oproepen een oorlogsgebied in te gaan, maar ik wil mensen op z’n minst aan het denken zetten. Ik wil laten zien dat hulp wel degelijk mogelijk is. Ik heb niet eens m’n bachelor afgerond en ik lever humanitaire hulp in Syrië. Het is niet bedoeld als een steek richting de VN of ngo’s, maar ik denk dat instanties met zoveel ervaring mogelijkheden zouden moeten zien.”

Maar er is ook een reden dat grote organisaties niet in Aleppo zitten – ze vrezen voor de veiligheid van hun medewerkers.

„Vanuit Nederland lijkt heel Syrië een constante vuurzee, maar de werkelijkheid ligt complexer. Er zijn op dit moment bijvoorbeeld genoeg dorpjes rond Aleppo waar weinig onveiligs gebeurt. Hulp is zeker mogelijk, maar je moet flexibel omspringen met veranderingen. Grote organisaties zijn log, waardoor hun veiligheidsoverwegingen alweer over de houdbaarheidsdatum zijn tegen de tijd dat ze hulp leveren. Het probleem is dan hun logheid, niet de veiligheid.”

Ben je niet roekeloos? Breng je jezelf en anderen niet in gevaar?

„En al die journalisten dan, die dagelijks naar Aleppo op en neer gaan? Die bellen dan met een satelliettelefoon tijdens een demonstratie, waarna er een bom op de demonstratie valt. Schuldig: de journalist. Dat is roekeloos.”

Maar doe jij niet hetzelfde?

„Een truck vol dekens trekt heus geen artillerie aan, een satelliettelefoon wel. Ik denk bovendien dat de hulp die ik lever veel zwaarder weegt dan het risico. Uiteindelijk maken de mensen die mij helpen zelf ook een afweging. Moet ik hen dan vijfhonderd dekens ontzeggen omdat ze een risico zouden kunnen lopen waar ze zelf geen problemen mee hebben?”