'Kleinere musea laten begeleiden door grote'

De Raad voor Cultuur wil dat de overheid musea verplicht meer samen te werken en vindt dat grote musea de verantwoordelijkheid moeten krijgen over kleinere. Veel meer dan nu zullen de grotere musea hun collectie moeten delen met kleinere musea.

Dat stelde voorzitter Joop Daalmeijer van de Raad voor Cultuur gisteren op een symposium in de Kunsthal in Rotterdam. Eind deze maand brengt de adviesraad een langverwacht advies uit aan minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) over de herinrichting van het museale stelsel. Daalmeijer nam daar gisteren een voorschot op.

„Musea moeten samenwerken op specifieke verzamelgebieden. Niet vrijblijvend, maar verplicht, onder leiding van kernmusea met een satelliet”, zo stelde hij gisteren. „Zo proberen we de grote steden, de grote musea, te koppelen aan musea buiten de Randstad”, aldus Daalmeijer.

De raad lijkt met zijn advies op een confrontatie met de musea aan te sturen. Vorig najaar brachten de musea via hun belangenverenigingen zelf een advies uit. Daarin drongen zij zelf weliswaar ook aan op meer onderlinge samenwerking en uitwisseling van collecties, maar zij willen niet dat die van bovenaf wordt opgelegd. Daalmeijer denkt dat er van die samenwerking niets terechtkomt als ze niet van boven wordt opgelegd. Veel kleinere en middelgrote musea dreigen door bezuinigingen acuut in gevaar te komen en hebben de steun van hun grotere collega’s nodig.

Om kleinere musea de mogelijkheid te geven meer te variëren in het aanbod en daardoor meer publiek te trekken, pleitte Daalmeijer voor ‘collectiemobiliteit’. De Raad voor Cultuur wil een ander bruikleenbeleid. Daalmeijer: „Nu is het soms erg moeilijk of erg kostbaar voor bijvoorbeeld een regionaal museum om in het kader van een tentoonstelling over een bepaalde periode een werk uit een Rijksmuseum te leen te krijgen. Dat moet echt veranderen.”