Kaalslag in de kledingbranche

Prijsvechters in kleding en schoeisel weten niet te profiteren van de crisis. Zie het failliet van Henk, Hans en Piet. Consumenten shoppen steeds vaker online of gaan liever naar hippe, en toch goedkope winkels.

De vestiging van Hans Textiel in Dordrecht sloot al in 2011 haar deuren. De kledingbranche krijgt volgens onderzoekers van ING nu echte klappen. Foto ANP

In een Fries dorpje als Surhuisterveen, dat nog geen zesduizend inwoners telt, bestaat Henk nog. Op de gevel van zijn winkel aan De Kolk, dé winkelstraat van het dorp, prijkt nog even fier als vroeger de slogan: ‘Van boven tot onder goed’.

Na zijn faillissement in september maakte Henk ten Hoor Textiel, zoals de textielketen voluit heet, een doorstart. Onder dezelfde naam, maar met een andere eigenaar. De Arnhemse zakenman Ronald Verheij heeft via zijn bv Romani Beleggingen zestig van de 103 winkels van Henk overgenomen. Hierdoor konden 250 van de 425 medewerkers hun baan behouden. Multimiljonair Verheij is grootaandeelhouder van Witteveen Mode, een keten van honderd zaken, en investeert behalve in textiel ook in horeca en vastgoed.

Met ‘Piet’ – „de sympathiekste winkel van Nederland” – liep het minder goed af. Op de website van deze Brabantse textielketen staat weliswaar met grote letters: ‘Piet is niet failliet. Lees hoe het echt zit’.

Maar wie nu denkt dat Piet níét stopt, heeft het mis. „Wij zijn niet failliet, maar hebben vanwege de slechte marktomstandigheden en financiële situatie er zelf voor gekozen om onze activiteiten gefaseerd af te bouwen. De webshop en een aantal winkels zijn inmiddels al gesloten. In december en januari sluiten we de overige winkels.”

Het gaat slecht met de kledingbranche, in alle segmenten. Verschillende winkels hebben het niet gered. Hans Textiel ging twee jaar geleden al failliet. Landgraaf, Léon Mode, Henk en Piet vielen afgelopen halfjaar om. En in december werd bekend dat het herenmodemerk JC Rags en het damesmodemerk Dept uit Den Bosch failliet zijn gegaan.

Dept, dat een schuld zou hebben van 29 miljoen euro, werd direct overgenomen door de Veldhoven Group, die ook de kledingmerken Sandwich en Turnover bezit. Of alle filialen van Dept openblijven en of JC Rags ook een nieuwe eigenaar krijgt, is nog onduidelijk.

De kledingbranche krijgt nu pas de echte klappen van de economische crisis, blijkt uit een rapport van het ING Economisch Bureau van half december. Stelden consumenten eerder met name de grotere aankopen uit, zoals meubels en auto’s, intussen is het de kleding- en schoenenbranche die meer en meer de gevolgen van de crisis ondervindt.

Op basis van de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben ING-economen berekend dat de kledingwinkels in 2012 een omzetverlies lijden van 3 procent. Voor dit jaar verwacht ING een krimp van 2 procent.

De kledingbranche, een markt van 8 miljard euro en 80.000 banen (waarvan ruim 70 procent in deeltijd), zou dan 12 procent gekrompen zijn ten opzichte van 2007. En ING denkt niet dat de misère na dit jaar voorbij is, „aangezien bepaalde lastenverzwaringen de consument pas in 2014 treffen”. Zo wordt in dat jaar de zorgtoeslag afgeschaft.

Een van de lastenverzwaringen die de consument nu al in zijn portemonnee voelt, is de btw-verhoging van 19 naar 21 procent, die per 1 oktober is ingevoerd. Onderzoeksbureau GfK concludeerde onlangs dat vooral vrouwen, dertigers en veertigers en mensen met een modaal of lager inkomen van plan zijn minder te besteden aan kleding, woonaccessoires en elektronica.

Maar die btw-verhoging kwam ná de faillissementen van Hans, Henk en Piet, dus dat hogere belastingtarief kan daar niet aan ten grondslag hebben gelegen. Het probleem van met name de goedkopere textielsupermarkten is fundamenteler: zij worden voorbijgestreefd door winkels als Primark, H&M en Zara, internationaal opererende modeketens uit Ierland, Zweden en Spanje die vanwege hun omvang goedkope kleding kunnen (laten) produceren. H&M heeft meer dan 1.700 filialen in meer dan 34 landen, waaronder 122 winkels in Nederland.

Tal van soortgelijke ketens staan te trappelen om winkels te openen in Nederland en marktaandeel naar zich toe te trekken. Denk aan het Amerikaanse Forever 21, het Japanse Uniqlo en de Britse Topshop. Deze kledingwinkels verkopen aansprekende, eigentijdse kleding voor weinig geld: een gouden formule.

Kwalitatief doen de meeste textielsupers niet onder voor hun modieuze concurrenten, maar waar jongeren niet gezien willen worden in een Wibra of Zeeman, is een Primark – waar een shirtje even weinig, of zelfs nog minder, kost – juist hip.

En dan zijn er nog de webwinkels. Een bedrijf als Zalando, dat online schoenen en kleding verkoopt, richt zich uitsluitend op het vergroten van zijn marktaandeel en draait bij lange na nog geen winst. Vorig jaar leed Zalando naar schatting een verlies van 40 miljoen euro op een omzet van 1 miljard euro.

Volgens GfK is het online aandeel in kleding (exclusief onderkleding) gestegen van 5,5 procent in 2009 naar 9,4 procent in 2012. De grootste online retailer is RFS Holding, het moederbedrijf van Wehkamp, Fonq en Create2Fit. RFS behaalde vorig jaar een omzet van 548 miljoen euro.

„Voor kleinere partijen wordt het lastig om online tegen dit soort grootmachten op te boksen”, staat in het rapport van het ING Economisch Bureau. Internetverkoop vergt forse inspanningen op het gebied van marketing, logistiek en opbouw en onderhoud van de webshop.

Een winstgevende webwinkel openen, lukt niet zomaar; vanwege het gemak waarmee consumenten online prijzen vergelijken zijn de prijzen standaard scherp. Bovendien moet een webwinkel om klanten te trekken verzending en retournering van artikelen gratis aanbieden – de concurrenten doen dat immers ook.

De groei van internet zet door, voorziet ING. Voor de online schoenenverkoop, die de online kledingverkoop is gepasseerd, schat de bank dat het aandeel in 2020 op 35 procent ligt. De online kledingverkoop zal op termijn naar schatting 30 procent van de totale markt omvatten.

Even terug naar Henk, Hans en Piet. Want afgezien van de veranderende markt, de opkomst van online zaken en de aanhoudende crisis hebben ook allerlei andere zaken bijgedragen aan het failliet van deze ketens.

Piet Kerkhof was een familiebedrijf uit het Noord-Brabantse Dongen, dat in 1947 als schoenfabriek werd opgericht. In de jaren tachtig en negentig groeide Piet Kerkhof, die bekendstond om zijn spijkerbroeken en cowboylaarzen, uit tot een succesvolle textielketen.

Maar sinds 2008 maakte de winkel nauwelijks nog winst. Ad-interimdirecteur Yvonne van Dormael, die vorig jaar werd aangetrokken om het tij te keren, trof een bedrijf aan dat „in slaap was gevallen”, vertelde ze afgelopen najaar in deze krant. Te veel voorraden. De winkels oogden oud, onoverzichtelijk, stoffig. Het softwaresysteem was verouderd.

De naam werd veranderd: Piet Kerkhof heette voortaan gewoon Piet. Er kwam een nieuw logo. In allerijl werd een webwinkel opgetuigd. Maar het mocht allemaal niet baten. De verkopen bleven slecht en Piet zag geen andere uitweg dan ermee op te houden. Dat was afgelopen september.

Bij het faillissement van Henk – een familiebedrijf uit Hoogeveen – speelden de zoons Martin en Hielke van oprichter Henk ten Hoor een belangrijke rol. Volgens ingewijden namen zij „verkeerde beslissingen op de verkeerde momenten” en joegen zij met weinig tactvolle uitlatingen personeel en vakbonden tegen zich in het harnas.

In combinatie met de economische tegenwind was dat fataal. Met een schuldenlast van circa 10 miljoen euro ging Henk failliet. De gebroeders Ten Hoor wilden niet ingaan op de verwijten van mismanagement.

En ook bij Hans, tot slot, waren het foute beslissingen die het bedrijf nekten. Eigenaar en oprichter Hans van Heelsbergen bouwde in 46 jaar het bedrijf uit tot een keten met tweehonderd filialen.

Na zijn faillissement reageerde Van Heelsbergen in een interview in de Volkskrant opvallend luchtig. „Ik moet gewoon erkennen dat het me niet is gelukt. Ik ben de enige eigenaar, ik nam de beslissingen. Andere bedrijven hebben massa’s deskundigen in dienst, ik deed het zelf. Ik heb mezelf overschat.”

Een poging tot een fusie met Henk – dé Henk, inderdaad – liep op niets uit en ook de (tien keer zo grote) Duitse textielketen NKD uit Beieren besloot zich terug te trekken. Daarop vroeg Van Heelsbergen zelf het faillissement aan voor zijn 63 resterende winkels.