Iémand moet je op de grond houden

Van de droge humor van de Vlaamse cabaretier Philippe Geubels is ook Nederland gecharmeerd. Van verlegen vakkenvuller tot vollezalentrekker. Dit is wat Geubels van het leven weet – tot nu toe.

Foto Mieke Meesen

Hij hangt gapend op de tweede rij van theater De Stoep in Spijkenisse. Zijn benen rusten op de pluchen leuningen van rij één. Nog een uur tot zijn voorstelling begint. Zo ontspannen is Philippe Geubels vooraf altijd, soms zelfs verveeld. Maar nu verlangt hij ook naar vakantie. Hij is de nachtelijke autoritten over Nederlandse en Vlaamse wegen even zat. „Ik word geleefd. Maar dat is helemaal mijn eigen schuld.”

Geubels (31) had niet eerder zo’n vol jaar als 2012. Vlaanderen keek massaal naar hem in zijn rol als jurylid en moppentapper in De Slimste Mens Ter Wereld. Nu is hij te zien als Afrika-reiziger in de achtdelige roadmovie Dr. Livingstone. Nederland ontdekte hem via De Wereld Draait Door, dat bijna dagelijks zijn grappen toonde, en de fictieve datingshow Mag Ik U Kussen? Zijn voorstelling Made In Belgium is tot in het voorjaar uitverkocht.

Geubbels had als begintwintiger nooit kunnen denken dat zijn gortdroge moppen zo zouden aanslaan. Nog steeds doet hij inspiratie op bij vrienden in zijn stamcafé. Hoe dat heet? „De... Trekhaak, in... Wolversdeel.”

Hij scrollt in zijn iPhone op zoek naar de grappen die hij het laatst heeft bewaard, zo rond 1.00 uur ’s nachts. Over een heroïnehoer, en over een vrouw die niet wil dat haar man naar porno kijkt. Hij vertelt ze met de trage, nasale, bijna intonatieloze stem die zijn handelsmerk is geworden.

Tot zijn ontdekking werkte Geubels als vakkenvuller in een Colruyt-supermarkt in Kontich. Nooit merkte iemand op dat hij een lollig stemgeluid had. „Maar vanaf het moment dat ik begon met optreden, bleek dat grappig over te komen. Het klinkt ook nog eens nasaler door een microfoon. Ik overdrijf het niet. Op het podium ben ik heel dicht bij wie ik echt ben. Ik vertel alleen veel leugens.”

■ „Zonder diploma’s kom je ook terecht. Ik heb niet gestudeerd. Ik werkte bij de Colruyt om werk te hebben. Een dvd van Hans Teeuwen bracht me op het idee comedian te worden. Ik heb een workshop stand-up comedy gevolgd en podia gestalkt of ze plek hadden in de line-up. Vijf minuten podiumtijd tussen allemaal anderen, dat maakt je zenuwachtig en nederig. Maar als jouw kunstje werkt, is dat zo mooi. Je gaat van jeugdhuis naar café, van tien minuten optreden naar een kwartier. Tot ik op televisie de Casino Cup won, een talentenjacht voor comedians.”

■ „Humor gaat niet snel te ver. Ik zeg op voorhand tegen niets ‘nee’. Maar dat betekent niet dat ik elke grap maak. De test is: is het alleen shockerend, of is het ook nog eens grappig genoeg om een mop over te maken? Zelf vind ik iets grappig als het wat grover is, vuilgebekt, raar en absurd. Wim Helsen, Theo Maassen, Hans Teeuwen. Ik vind het gewoon tof als het zo hoekig is. Mijn eigen show heeft geen maatschappelijk thema. Mensen komen niet naar mij omdat ze moeten nadenken over het leven. Het is meer ongegeneerd lachen om een hoop zever.”

■ „Voor een comedian is het een voordeel als van alles je ergert. Dan ben je ergens mee bezig en denkt daar goed over na voor je show. Dat heb ik gewoon niet. Ik maak me niet zo heel gauw druk, alleen in het verkeer nogal rap. En op mijn werk ben ik niet altijd zo’n gemakkelijke. Ik ben perfectionistisch, werk hard en verwacht dat ook van de mensen met wie ik werk. Ik word wel eens boos, maar meestal voel ik me dan direct schuldig. Alsof mensen expres fouten maken.”

■ „Mijn verlegenheid is minder dan vroeger. Vroeger had ik weinig zelfvertrouwen. Niet in de klas, maar op een feest maakte ik minder snel contact. Of een vrouw aanspreken, dat vond ik moeilijk. Op café ben ik ook geen ongelofelijk vlotte prater. In de Colruyt was ik in functie, dan moest ik wel contact maken met mensen. Dat heeft mijn sociale vaardigheden verbeterd. Op het podium heb ik er helemaal geen last van. Ik weet niet waarom, maar daar is het gewoon anders.”

■ „Het is de moeite waard om uit je comfortzone te komen. Ik ben totaal geen avonturier of reiziger. Vóór Dr. Livingstone was ik nooit buiten Europa geweest. Ik dacht altijd: al die stress, dat gedoe, het gevaar. Ik wilde gewoon naar Frankrijk. Afrika was een cultuurschok. Nu zou ik graag weer weggaan, naar Afrika of een ander werelddeel. Maar ik ben op voorhand vrij pessimistisch over dingen. Dat is ook een deel van mijn pleinvrees. Een stukje van de angst is de angst voor de angst. Dat denkpatroon heb ik moeten doorbreken.”

■ „Het minste kan mij emotioneel raken. Iets als Belpop, een onnozel programma waarin ze de carrière belichten van Belgische artiesten als Soulwax of Ann Christie. Of als ik op café zit met goede vrienden en we hebben gedronken en zeggen dat we elkaar graag zien. Ik denk echt niet de hele dag na over het leed in de wereld. Maar als ik het zie, dan komt het hard binnen. Ik ben in de sloppenwijken in Nairobi geweest. Huisjes van golfplaat, geen water, geen elektriciteit, geen wc, geen niks. Bij elke stap stond je tot je enkels in de kak van mensen. Dat heeft wel indruk gemaakt.”

■ „Dierenleed vind ik eigenlijk nog erger dan mensenleed. Dat is raar om te zeggen. Ik ben opgegroeid met honden. Ik had er twee: Tarzan en Cheeta. Nu heb ik een dobermann en een chihuahua. Mijn vrouw ziet nog liever dieren dan ik. Ze heeft een kattenhotel. Als je met vakantie gaat, is je kat bij haar in goede handen. Ik heb geen tijd en geen behoefte haar te helpen. Ik ben meer van de honden dan van de katten. Met een hond heb je contact, hij komt of zit als je dat vraagt. Bij een kat is het precies of je blij moet zijn als hij in je buurt wil vertoeven. Ze zijn zo uit de hoogte.”

■ „Beroemd zijn is soms vervelend en soms heel gemakkelijk. Als ik op café ga en zatte mensen komen zeuren, dan is dat lastig. Ik praat graag met onbekenden, dat is juist leuk. Maar ik kies liever zelf met wie ik praat. Mensen zeggen: ‘Het is niet omdat u bekend bent dat ik met u kom praten.’ Dat is natuurlijk gezeik. Ik heb vijf jaar in de Colruyt gewerkt en toen kwamen ze niet naar me toe. Soms voel ik dat mensen nu meer moeite voor me doen. Tijdens de vakantie in het buitenland vond ik de lokale bevolking zo nors. Mijn vrouw zei: ‘Dat is in België ook zo, maar daar doet iedereen vriendelijk tegen jou.’ Iedereen heeft mensen nodig de je met beide benen op de grond houden. Ik maak een hoop nieuwe vrienden nu, maar dat zal nooit zo ver gaan als mijn vrienden van vroeger. Ik weet wat ik aan ze heb, ben met hen altijd op mijn gemak.”

■ „Ik ben heel voorzichtig geworden met media. Ik heb al wat onethische toestanden meegemaakt met roddelblaadjes. Mijn vrouw weigerde een interview, waarna ze een artikel plaatsten met foto’s van een gsm genomen en een quote van drie jaar geleden. Ze hebben ex-collega’s geïnterviewd in de Colruyt en citeren dan alsof ik de meest verschrikkelijke mens ooit was. Ik vind dat zulke blaadjes moeten respecteren dat ik niet geïnteresseerd ben om mee te werken. ‘Dat zeggen ze allemaal, maar uiteindelijk heb jij ons nodig’, zei zo’n man. Niet dus, ik ga liever weer in de Colruyt werken dan via zo’n boekje terug in de belangstelling komen.”

■ „Het is een droom om eens in een toneelgezelschap te spelen. Niet al te zwaar, geen Shakespeare, maar een verhaal met wat triestigheid mag best. Of in een goede fictiereeks spelen, het liefst een die ik zelf heb geschreven. Het hoeft echt niet alleen maar om te lachen te zijn.”