Gezinnen kunnen in de stad hun drukte beter aan

De economische crisis zou gezinnen terugdrijven naar de stad, maar die keuze is weloverwogen en stadsgezinnen leveren daar veel voor in, schrijft Sebastiaan Capel.

In NRC Handelsblad werd vorige week vrijdag aandacht besteed aan het tekort aan plekken op basisscholen in Amsterdam voor de kinderen die hier wonen. Als reden voor de groei van het aantal kinderen in de stad werd de crisis genoemd. Hierdoor kunnen ouders hun huis niet verkopen en blijven ze in de stad wonen.

Hoewel dit zeker een element is, gaat deze redenering voorbij aan het fenomeen dat steeds meer gezinnen bewust kiezen voor de stad. Aan de Universiteit van Amsterdam is door Lia Karsten al veel onderzoek hiernaar gedaan. Onderzoeker Willem Boterman struinde de wachtkamers af naar zwangere stadsbewoners voor zijn promotie op dit onderwerp.

Deze ‘stadsgezinnen’ kunnen verhuizen naar de rand van de stad en daarbuiten, maar verkiezen de stad en juist het centrumstedelijke deel van de stad om te wonen en hun kinderen op te laten groeien. Door te blijven, kunnen ze genieten van alle stedelijke attracties.

Concerten,van klassiek tot alternatief, cafés en restaurants, musea en andere stedelijke voorzieningen bevinden zich op fietsafstand. Bovendien kunnen de gezinnen hun drukke leven efficiënter organiseren door in de stad te wonen.

Op weg van hun werk naar het ophalen van de kinderen van crèche of school kunnen ze snel de laatste boodschappen doen.

In een stad waar alles dicht op elkaar zit, is het doen van dit soort multi purpose trips op de (bak)fiets een stuk eenvoudiger dan als vader of moeder dit met de auto over grote afstanden moet doen.

Ten slotte kiezen deze gezinnen voor de stad omdat hun vrienden dat ook doen. Het geeft hun identiteit, en wellicht zelfs een sociale status als stadsgezin.

De keus voor de stad betekent ook inleveren voor deze gezinnen. Zo krijgen ze een stuk minder vierkante meters voor een flink hogere prijs, hebben ze vaak geen eigen tuin, geen carport of parkeerplek voor de deur. En dan is het ook nog een stuk drukker in de stad.

De stad moet ze daar wel iets voor aanbieden. De gezinnen zorgen met hun gedrag en bestedingen voor het draagvlak onder de stedelijke voorzieningen, en zij zijn maatschappelijk actief op scholen, sportverenigingen en dergelijke. Het draagt uiteindelijk bij aan de diversiteit in de stad als er kinderen wonen. Reden genoeg om als stad bewust te kiezen voor de stadsgezinnen, net zoals de stadsgezinnen bewust kiezen voor de stad.

Daarom moet de stad zorgen voor voldoende plekken op de scholen, zoals in NRC Handelsblad geschetst, maar ook voor bijvoorbeeld een goed onderhouden park in de buurt, als stadstuin voor al die mensen die op etages wonen. Parkeergarages en voorzieningen als Greenwheels en Car2Go maken autogebruik mogelijk.

Ook bij de inrichting van de openbare ruimte kan meer rekening gehouden worden met de jongste bewoners van de stad en hun ouders. Brede stoepen bijvoorbeeld, waar kinderen kunnen spelen en hun ouders op een bankje voor het huis elkaar ontmoeten.

Op de woningmarkt moet er meer ruimte komen voor de stadsgezinnen.

Dit betekent niet direct een koopwoning met tuin, maar juist grotere etages, bijvoorbeeld door bestaande kleine, goedkope huurwoningen samen te voegen en door het voor ontwikkelaars aantrekkelijk te maken om deze woningen te bouwen.

Eengezinsappartementen, noemt architect Bas Liesker van Heren 5 deze woningen, als tegenhanger van het eensgezinshuis.

Dit betekent een uitbreiding van het huursegment dat bereikbaar is voor deze gezinnen. Nu verdienen ze vaak (net) te veel voor een woning in de sociale huurvoorraad. In Amsterdam betekent dit dat meer dan tweederde van alle huurwoningen niet bereikbaar is voor deze groep, vanwege hun inkomen.

Crisis of geen crisis, gezinnen kiezen voor de stad. Laat de stad dan ook kiezen voor de stadsgezinnen.

Sebastiaan Capel groeide als stadskind op in Amsterdam en Haarlem, is stadsgeograaf en voor D66 lid van de gemeenteraad van Amsterdam.