Geleerden op het poppodium

In de jaren negentig voerden wetenschappers een moeizame strijd binnen de wetenschap om populaire muziek (en de bredere populaire cultuur) academisch te onderzoeken. Zelf deed ik er hartstochtelijk aan mee. Ik studeerde binnen de filosofie af op een scriptie over vrouwen in de popmuziek, en doceerde vele jaren met enthousiasme over ‘low culture’. Ik ergerde me aan professoren –in mijn ogen zure mannen – die er laatdunkend op neer keken.

Laurie Schulze, die meewerkte aan The Madonna Connection (1992), een bundel met wetenschappelijke artikelen over Madonna, schreef: „Ik voel me iets meer sexy en iets minder een stereotype ‘egghead’ als ik een video van Madonna tijdens college laat zien.”

Tegenwoordig zijn juist de eggheads onder de wetenschappers de nieuwe sterren aan het mediafirmament: De wereld leert door ondervraagt ‘bevlogen’ wetenschappers over de ‘wondere’ uithoeken van de wetenschap en wat wij gewone stervelingen ‘ermee kunnen’.

En komt de popcultuur niet naar de universiteit, dan halen wij de universiteit naar het poppodium, moet ook Alexander Klöpping gedacht hebben. Hij start binnenkort een online universiteit in Paradiso waar hij de beste professoren ‘op het podium van Paradiso gaat hijsen’ om ze vijftien minuten college te laten geven.

Klöpping gaf in een interview met deze krant het voorbeeld van een hoogleraar neuropsychologie die naar zijn smaak een breed publiek verdient: „het is precies zo’n topdocent die in staat is om een zaal te ontroeren. Tijdens een college over dementie nam hij een dementerende vrouw mee naar de collegezaal. De vrouw kon niets meer, en moest bij alles geholpen worden door haar man. Maar, toen ze achter de klaarstaande vleugel plaatsnam, speelden ze de sterren van de hemel met een prachtig klassiek stuk.”

Ik geloof in kennisoverdracht van de wetenschap voor een breder publiek, zoals de op zichzelf sympathieke ambitie van Klöpping of de Tv-universiteit van De wereld leert door beogen, maar er zijn valkuilen. Hoogleraar Comparatieve mediastudies aan de UvA José van Dijck waarschuwde in deze krant voor de huidige cultuur van ‘leuk’ of ‘niet leuk’. De like-knop op Facebook sijpelt door in de vezels van de samenleving, stelt ze, waarbij we alles evalueren in termen van ‘leuk’ of ‘niet leuk’ in plaats van bijvoorbeeld ‘moeilijk’ of ‘belangrijk’.

Ze wijst erop dat dit een gevoelsmeting is, terwijl het meten van de waarde en kwaliteit van serieuze zaken, zoals onderwijs of onderzoek, erg ingewikkeld is. Als Klöpping kiest voor een topdocent die de zaal binnen vijftien minuten weet te ontroeren – is dat geheel volgens het principe van die like-cultuur.

Wetenschap ‘op het podium hijsen’ in de vorm van optredens van vijftien minuten (een soort Ted Talk) betekent dat niet de kennisoverdracht zelf komt centraal te staan, maar de geslaagde performance en de mediagenieke amusementswaarde van de wetenschapper. Diederik Stapel vormt een extreem voorbeeld van waar dat toe kan leiden. Hij beschrijft in zijn boek Ontspoord hoe hij colleges gaf in bioscoopzalen en theaterzalen (wegens ruimte gebrek op de universiteit) en het applaus of gelach (gevoel dus) zijn graadmeter was van succes.

Verder kan het zijn dat ik steeds meer op de zure man ben gaan lijken die ik ooit verafschuwde, maar in een tijd van steeds bredere, op de markt mediagenieke korte bacheloropleidingen die ook allemaal graag ‘leuk’ en ‘aantrekkelijk’ willen zijn voor studenten, dreigt eerder het gevaar dat er te weinig verdiepende tijd en serieuze aandacht is voor de ‘high culture’.

Als ik in dit huidige tijdsgewricht opnieuw moet kiezen wat ik doceer, dan zeg ik: liever Virginia Woolf, T.S. Eliot en Salman Rushdie dan Sex & the City, Kluun of de Da Vinci Code. Zonder camera’s erbij, als ‘egghead’, en binnen de vier muren van een universiteitsgebouw.

    • Stine Jensen