...en hopen dat de euro overleeft

Voor het kabinet liggen vooral externe gevaren op de loer, zoals de politieke onrust in Italië en de financiële situatie in Frankrijk. Als het daar misgaat, komt Rutte weer miljarden tekort.

Op Prinsjesdag 2008 sprak de toenmalig minister van Financiën Wouter Bos de Tweede Kamer toe. Hij betoogde, met een knipoog naar oud-premier Joop den Uyl, dat de Nederlandse politiek wel degelijk invloed heeft op internationale economische ontwikkelingen. „Er zijn marges. Die zijn smal, maar er is zeker ruimte om die zelf in te vullen.” Als voorbeeld noemde Bos de soepele manier waarop ons land omging met de ontluikende economische crisis. „Dat komt omdat wij goed toezicht houden op onze banken en verzekeraars, voorzichtig begroten, voorzichtig een dreigende loon-prijsspiraal afwenden, arbeid goedkoop maken en investeren in relaties met werkgevers en werknemers.”

Bos bleek iets te optimistisch. De dag voor zijn toespraak was de Amerikaanse zakenbank Lehmann Brothers omgevallen. Dat was het begin van een internationale kredietcrisis waarin ook Nederland genadeloos werd meegesleept. Het toezicht op onze banken bleek toch niet zo uitmuntend als gedacht, de relaties met werkgevers en werknemers een stuk moeizamer dan gehoopt. De marges van de Haagse politiek waren nóg kleiner dan de minister van Financiën dacht.

Vijf jaar later – opnieuw hebben we een schatkistbewaarder van PvdA-huize, Jeroen Dijsselbloem – is er aan die situatie niet zo gek veel veranderd. Na Lehmann werden er banken gered, spaarders garant gesteld, toezichthouders op de vingers getikt. Maar in de eurocrisis, die volgde op de kredietcrisis, bleek de Nederlandse staatshuishouding nog net zo gevoelig voor grote buitenlandse ontwikkelingen.

Ook in 2013 liggen er weer talloze externe gevaren op de loer. Eind februari zijn er parlementsverkiezingen in Italië. Maakt Silvio Berlusconi, die zijn land eerder tot aan de rand van de financiële afgrond bracht, een politieke comeback? Keert de huidige premier Monti terug met een centrumcoalitie? Of winnen de linkse partijen, die mogelijk de begrotingsteugels zullen laten vieren om de lasten van de crisis eerlijker te verdelen? Wat er over zes weken ook gebeurt in Italië, de markten zullen er op reageren. Dat heeft gevolgen voor de euro – en dus voor Nederland.

En dan de kredietwaardigheid van Frankrijk, de tweede economie van de eurozone. Die staat al tijden onder druk. Binnen de Nederlandse regeringscoalitie wordt serieus rekening gehouden met een verdere kredietverlaging van de Fransen – met ingrijpende gevolgen op de financiële markten van dien.

En wat te denken van een vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie – een kwestie die het komende jaar als een donderwolk boven Brussel zal blijven hangen? Eind deze week zal de Britse premier Cameron in een langverwachte speech – te houden in Nederland – vermoedelijk zeggen dat zijn land in Europa zal blijven. Maar hij zal wel geld en bevoegdheden terugeisen: te beginnen bij de meerjarenbegroting van de Unie, waarover de lidstaten dit jaar overeenstemming moeten bereiken. Worden die eisen niet ingewilligd, dan dreigt een Brits referendum over Europa. Opnieuw: onzekerheid troef. Ook voor Nederland.

De lijst met onvoorspelbare buitenlandse factoren in 2013 is nog veel langer: het Amerikaanse begrotingstekort (eind februari wordt het ‘schuldenplafond’ weer bereikt), de enorme werkeloosheid in Spanje, de blijvend wankele positie van Griekenland (een serieuze schuldsanering zal er niet komen vóór de Duitse parlementsverkiezingen in september, denkt men in Brussel).

Voor bijna 16 miljard zal het kabinet-Rutte dit jaar aan bezuinigen, hervormingen en lastenverzwaringen aan de Tweede Kamer voorleggen. Maar als het misgaat in het buitenland, dan komen we nog steeds miljarden tekort.

Wouter Bos zei ook, de dag na de val van Lehmann Brothers in 2008: „Juist een land als Nederland merkt het als het stormt, schuift en trilt in de buitenwereld.” Die woorden zullen Dijsselbloem bekend in de oren klinken.

    • Thijs Niemantsverdriet