Controles lossen disfunctioneren artsen niet op

In de afgelopen vijftien jaar zijn er veel controles bedacht om wanprestaties van artsen te herkennen. Ze werken alleen niet, betoogt Rob Slappendel.

Vrijwel voor iedereen is het onbegrijpelijk dat Ernst Jansen Steur weer probleemloos aan het werk kon als neuroloog. Ook blijkt dat het openen van de grenzen van de Europese Unie het werken voor de medisch specialist in het buitenland erg eenvoudig maakt, zonder controle.

Wat controleren wij in Nederland als hier een Duitse, Belgisch of Poolse dokter komt solliciteren – alleen de diploma’s, of gaan we referenties na uit het laatste ziekenhuis? Een Europees BIG-register is wellicht een oplossing om deze zeldzame incidenten te elimineren. Ook minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) ziet in deze richting een oplossing, maar ze ervaart vooralsnog weerstand van haar Europese collega’s.

Juist de afgelopen vijftien jaar zijn er diverse vangnetten bedacht waardoor disfunctionerende artsen eerder herkend worden. Denk aan prestatie-indicatoren, beter georganiseerde beroepsvisitaties, accreditatie door bij- en nascholing, functioneringsgesprekken et cetera.

Is dat voldoende? Ik denk het niet.

Juist bij specialismen waar veel patiënten komen met chronische aandoeningen en waar geen klinische opnamen noodzakelijk zijn, is er een risico. Eén specialist is verantwoordelijk voor de diagnose en/of behandeling. Er is geen enkele controle. Misstanden kunnen jaren voortduren voordat een collega zicht krijgt op het disfunctioneren.

Een probleem is dat foute diagnoses niet opgemerkt worden in functioneringsgesprekken, prestatie-indicatoren, sterftecijfers en/of een verlenging in het specialistenregister. Ook binnen een maatschap valt dit soort incidenten vaak niet op.

Een oplossing kan zijn om bij sommige aandoeningen periodiek een vaste patiëntbespreking in te voeren, waarbij diagnoses over en weer getoetst worden. Bij veel operaties of bij kankerpatiënten is het al heel gebruikelijk dat multidisciplinaire teams zich buigen over de diagnose en behandeling voordat het definitieve beleid bepaald wordt. Dit zou ook passen bij ernstige, chronische aandoeningen als parkinson, astma, dementie en multiple sclerose.

Het is goed dat de media dit soort incidenten blootleggen. Het ligt voor de hand dat er strafrechtelijk op gepaste wijze gereageerd wordt nu er sprake is van een recidivist. De keerzijde van deze media-aandacht is dat de patiënt steeds minder vertrouwen krijgt in ‘het ziekenhuis’. Het is goed dat misstanden bekend worden, maar het maakt mensen ook onnodig ongerust. Ook in de zorg geldt dat het vertrouwen te paard gaat en te voet komt. Toch is de zorg in de afgelopen tien jaar veiliger geworden.

Prof. dr. Rob Slappendel is anesthesioloog in het Amphia Ziekenhuis en hoogleraar veiligheid en kwaliteit in de zorg aan de TiasNimbas Business School, die is gelieerd aan Universiteit van Tilburg.

    • Rob Slappendel