City-fans protesteren tegen kaartje 62 pond

In Engeland zijn voetbalfans in opstand gekomen tegen de torenhoge toegangsprijzen voor wedstrijden in de Premier League. Aanleiding is de 62 pond (circa 75 euro) die supporters van Manchester City moesten betalen voor de uitwedstrijd tegen Arsenal. City stuurde 912 van de drieduizend toegewezen kaarten terug, terwijl uitvakken vaak zijn uitverkocht.

De toegangsprijzen in de Premier League zijn sinds 1989 met 700 tot 1025 procent gestegen, zo concludeerde onderzoeker Dave Boyle in 2011. In 1989 kostte het goedkoopste kaartje bij Arsenal 5 pond, bij Liverpool 4 en bij Manchester United 3,50. Gezien de 80 procent inflatie in twintig jaar zou een kaartje nu maximaal 9 pond moeten kosten, maar in werkelijkheid vraagt Arsenal 51, Liverpool 45 en ManUnited 28 pond voor een kaartje. En dat zijn dan nog de wedstrijden tegen mindere clubs, want voor een topwedstrijd variëren de prijzen bij Arsenal tussen 62 en 126 pond.

Arsenal is de duurste club in de Premier League. De goedkoopste seizoenskaart kost 985 pond. Chelsea heeft het duurste kaartje: minimaal 41 pond. Het goedkoopst zijn Wigan (seizoenkaart vanaf 255 pond) en Newcastle (kaartje vanaf 15 pond).

De Premier League-clubs zijn niet van plan de prijzen te laten dalen. Met een bezettingsgraad van 92,6 procent vorig seizoen zitten de stadions onverminderd vol. Het gemiddeld toeschouwersaantal steeg zelfs van 20.000 in 1989 tot 35.363 nu. De plek van de arbeiders en werklozen die het niet meer kunnen betalen wordt volgens de onderzoeker ingenomen door de middenklasse.

Clubs zijn bereid te praten over het aanbieden van gratis busvervoer naar uitwedstrijden. De supporters willen ook voor degenen die met de trein of auto gaan goedkopere kaarten.

City-fans protesteerden zondag in het stadion met een spandoek „£62!! Where will it stop?” tegen de toegangsprijs. Het doek werd door stewards verwijderd.