‘Al-Qaeda wil chaos in heel N-Afrika’

VN-gezant Fowler werd in 2008 in Niger ontvoerd door Al-Qaeda. Hij weet als een van de weinigen hoe de strijders opereren tegen wie Parijs nu vecht.

Hij is ontzettend blij dat Frankrijk „vastberadenheid en lef” heeft getoond door vrijdag plotseling een luchtoffensief te beginnen tegen islamitische rebellen in Mali. Eindelijk is het afgelopen met het getreuzel van de internationale gemeenschap, die negen maanden nadat Noord-Mali onder de voet was gelopen door moslimextremisten nog steeds twijfelde over de juiste aanpak van de crisis in het West-Afrikaanse land. „Ik had niet gedacht dat president Hollande het in zich had”, zegt Robert Fowler, een Canadese diplomaat die in december 2008 ontvoerd werd door handlangers van Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb (AQIM) en 130 dagen gevangen zat in de woestijn.

Fowler was daar niet alleen, maar samen met een collega en hun Nigerese chauffeur. Hij omschreef de ontvoering als een gelikte, goed voorbereide actie, in het boek A Season In Hell dat hij vorig jaar over zijn ervaringen publiceerde. Hij was ook niet de eerste gijzelaar. AQIM heeft de afgelopen tien jaar miljoenen dollars aan losgeld verdiend met het ontvoeren van westerse toeristen. Met het Franse militair ingrijpen staat het leven van dertien gijzelaars die momenteel in de onbegaanbare Sahara gevangen worden gehouden, op het spel. Onder hen zijn de Nederlander Sjaak Rijke en drie consulair medewerkers van Algerije.

Het Franse offensief heeft drie verschillende, maar aan elkaar gelieerde islamitische groeperingen tot doelwit: AQIM, de Beweging voor Eenheid en Jihad in West Afrika (MUJWA) en Ansar ud-Din. Met de laatste groep, die geleid wordt door een Malinees, kan volgens waarnemers waarschijnlijk onderhandeld worden. Maar het radicale MUJWA dreigt dat de luchtaanvallen de poort van de hel hebben opengezet, en dat wraakacties Frankrijk „in het hart” zullen treffen.

De rebellenleider die Fowler in 2008 halt hield en uit zijn auto sleurde, is Omar ould Hamaha, een Malinees met Arabisch bloed, die nu bijna dagelijks met journalisten spreekt. Tja, roodbaard, zegt Fowler grinnikend aan de telefoon vanuit Canada. Hamaha verft zijn pluizige puntbaard met henna. Het is zijn handelsmerk. „Hij was vroeger moslimpredikant en is een charismatisch spreker, dus de rol van rebellenwoordvoerder past hem uitstekend. Hij kan precies vertellen waar de islamisten voor staan en wat ze willen bereiken.” Laat daar geen illusies over bestaan, zegt Fowler. „Ze vertelden me keer op keer dat ze chaos willen creëren in de strook die dwars door noordelijk Afrika snijdt, van Somalië in het oosten tot Mauritanië in het westen. Zij denken dat het een gebied bij uitstek is waar de jihad kan floreren.”

Als speciale VN-gezant voor Niger was Fowler de meest prominente buitenlander die AQIM ooit te pakken kreeg. Hij was adviseur buitenlandbeleid van drie premiers geweest, en schopte het tot Canada’s onderminister van Defensie. In de woestijn had hij niets. Geen bed. Geen schone kleren. Geen afleiding. Hij had alleen de schaduw van een boom, een kom rijst, soms een fles water. Luxe was een glas zoete thee.

Fowler beschrijft in zijn boek dat zijn gijzelnemers het eentonige woestijnlandschap van Noord-Mali op hun duimpje kenden. Ze reden dagenlang door valleien van vrijwel identieke zandduinen met de zon als enige navigatie. Hoewel er geen tankstations waren, zaten ze nooit zonder brandstof. Soms stopten ze ineens bij een boom waar vaten met diesel begraven lagen. Of ze begroeven een tas met laarzen en markeerden de plek met GPS zodat ze hem terug konden vinden. Ze zaten nooit zonder voedsel, terwijl ze nooit bij een winkel of markt stopten, wat aantoont hoe omvangrijk hun netwerk met materieel en proviand is.

Dat ook de dertig jongens die hem bewaakten maandenlang zo konden leven, zo geduldig en zonder te klagen, overtuigde hem ervan dat rebellen in Mali op een andere golflengte zitten. „Vaak stonden ze uren te bidden in de zon. Ze droegen vodden, het eten was basaal, en ik zag geen enkele aanwijzing dat ze profiteerden van het geld dat ze verdienen aan kidnappings en sigarettensmokkel. Er was niets dat in de verste verte op een luxeartikel leek. Het enige wat ze kregen was af en toe een tweedehands pick-up truck. Terry Anderson, de Amerikaan die bijna zeven jaar als gijzelaar vastzat in Beiroet, heeft eens gezegd: ‘Hun mentaliteit was mij totaal vreemd’. Zo zie ik het ook, en het omgekeerde geldt evengoed: onze manier van denken is hun totaal vreemd.”

Veel is onbekend over de aanhangers van de rebellengroepen die in het kielzog van een Toearegopstand de belangrijkste steden in Noord-Mali hebben ingenomen. De lokale bevolking, die een verbod op drank en popmuziek opgelegd kreeg, denkt dat de strijders uit alle windstreken komen. Samenwerking met de Nigeriaanse terreurorganisatie Boko Haram wordt niet uitgesloten.

Robert Fowler werd destijds bewaakt door een bonte verzameling Afrikanen. „De officieren waren Algerijnen, maar er waren jongens bij uit Senegal, Nigeria en Ivoorkust. Omar Hamaha was heel duidelijk: hij is een soldaat van God. Hij bestrijdt alles waar wij belang aan hechten. Ze willen geen natie, geen regering, verkiezingen vinden ze niks en democratie ook niet. Mali is een moslimland, maar de softe versie van islam die de Malinezen praktiseren, keuren zij ten sterkste af.”

Is Fowler veranderd sinds zijn vrijlating? „Ik geniet iets meer van het leven. Ik herinner me goed dat ik in het zand lag met mijn collega Louis en tegen hem zei: ‘Weet je, als we van tevoren wisten dat dit straks goed afloopt, dan zou dit een heel interessante ervaring zijn.’ ”