Wie redt het gegijzelde allrounden?

Vijf van de zes medailles op de EK waren voor Nederland. Ter promotie van het allrounden pleitte Ireen Wüst vergeefs voor een olympische status.

Uitgerekend in het weekend dat Ireen Wüst had uitgekozen een olympisch pleidooi te houden voor het allroundschaatsen, waren de EK allround meer dan ooit een Open NK. Ondanks de afwezigheid van nationaal allroundkampioene Jorien ter Mors bezetten voor het eerst in de geschiedenis drie Nederlandse vrouwen het podium: een ouderwets uitblinkende Ireen Wüst, geflankeerd door Linda de Vries (zilver) en Diane Valkenburg (brons).

Daarmee is in het vrouwenschaatsen een situatie ontstaan die al enkele decennia bestaat bij de mannen. Daar wisten sinds 1989 slechts vier buitenlanders het jaarlijkse oranjefeestje te versjteren: Johann Olav Koss (1991), Dmitri Sjepel (2001), Enrico Fabris (2006) en Ivan Skobrev (2011). Skobrev dankte dat vooral aan de afwezigheid van Sven Kramer, die de orde in zijn wereld allang heeft hersteld en gisteren zijn zesde Europese titel opslokte – een evenaring van het record van Rintje Ritsma – voor ploeggenoot Jan Blokhuijsen. Op het middenterrein van Thialf gaf een eenzame Noorse vlag (voor Håvard Bøkko) tussen vijf Nederlandse doeken de internationale verhoudingen tamelijk nauwkeurig weer.

De hoofdrolspelers haten de discussie, maar de vraag of het goed is voor de sport krijgt elk jaar meer gewicht. De Nederlanders zijn zich er nu wel van bewust dat er iets moet gebeuren om de discipline op de internationale kalender te houden. Wüst wendde zich zaterdag in een open brief in De Telegraaf tot de hoogste baas van de internationale schaatsunie (ISU), de 74-jarige Italiaan Ottavio Cinquanta. „In Nederland is het nog steeds erg populair, gelukkig, maar internationaal verkeert de sport in zwaar weer”, schreef Wüst. „Dat is doodzonde, maar de oplossing is binnen handbereik. Maak het allrounden olympisch!”

Wüst streed jaren met Martina Sablikova om de titels, maar nu de Tsjechische door een rugblessure matig presteerde valt plotseling op hoe dun de spoeling ook bij de vrouwen is geworden. Wie denkt dat dit verandert op de WK allround komt waarschijnlijk bedrogen uit. De grote sterren van overzee, Christine Nesbitt (Canada) en Heather Richardson (VS), hebben geen interesse, zeker niet een jaar voor de Winterspelen. Specialisatie op olympische afstanden is al jaren de norm. Zelfs Kramer verwacht de EK volgend jaar over te slaan. Titels heeft hij genoeg, olympisch eremetaal is wat écht telt.

Wüst zag in de Nederlandse gijzeling van de EK een extra argument voor haar pleidooi. „Dit toont des te meer aan dat allrounden olympisch moet worden, want dan zullen meer nationaliteiten het oppakken.”

De vraag is of het zo werkt: sporten worden meestal pas olympisch bij een zekere internationale spreiding. Bovendien hoeft Wüst geen steun te verwachten van Cinquanta, al achttien jaar ISU-voorzitter. Die liet Wüst doodleuk weten niet met sporters te praten – alleen met sportbonden.

Tussen hun imposante prestaties door reageerden de iconen Wüst en Kramer vol ongeloof. „Hij schoffeert zo zijn hele sport, dat is veel erger dan dat hij alleen die ene sporter schoffeert”, vond Kramer. En Wüst, die nota bene haar gouden medaille kreeg omgehangen door Cinquanta: „Als iemand zich te goed voelt met sporters te praten heeft hij misschien niet de juiste functie. Wij maken de sport, wij zijn de hoofdrolspelers. Jammer. Je bent nooit te goed om naar iemand anders te luisteren.”

Kramer, die net als Wüst terug is op het niveau van zijn topjaar 2007, ergert zich er ondertussen aan dat hij zich telkens moet verdedigen. „Ik hou van deze sport. Ik moet me continu verdedigen waarom er niet naar het schaatsen wordt gekeken. Waarom kijken er de eerste dag dan 1,8 miljoen mensen?”

Voor wat betreft de Nederlandse markt heeft Kramer zeker een punt, maar tegelijkertijd blijkt uit onderzoeken dat de Nederlandse schaatsfan vergrijst. Bovendien kan topsport niet zonder internationale concurrentie. De lege tribunes bij de WK allround van 2012 in Moskou toonden aan dat het grote publiek in Rusland al lang is afgehaakt. In Noorwegen, ooit de wereldmacht in de sport, is het nauwelijks beter.

Drievoudig olympisch kampioen en voormalig ISU-bestuurder Ard Schenk opperde al eens de ‘saaie’ tien kilometer te vervangen door een drie kilometer, zodat meer rijders kansen maken. Kramer gruwelt van die gedachte. Echt allrounden is voor hem een grote vierkamp.

De terugkerende discussies drukt de laatste jaren de prestaties van de Nederlanders ten onrechte naar de achtergrond, vinden de rijders. Shorttrackbondscoach Jeroen Otter zei onlangs in deze krant dat schaatsers als Wüst en Kramer niet harder zouden trainen als hun sport in méér landen zou worden beoefend. Met andere woorden: ongeacht de vraag hoeveel concurrentie er is leveren zij absolute topprestaties.

Bij de vrouwen ligt de lat hoger dan ooit, ziet Wüst aan de prestaties van Linda de Vries, Diane Valkenburg en de 17-jarige debutante Antoinette de Jong, die vijfde werd. Wüst: „Met dat hoge niveau moeten we blij zijn. Het is ook wel eens anders geweest.”

Wüst koppelt de opmars van Nederland bij de vrouwen aan het formeren van speciale vrouwenschaatsploegen. „Een paar jaar geleden hadden maar zes of zeven vrouwen een schaatsploeg. Nu hebben misschien wel zestien vrouwen of meer onderdak. Daardoor is het niveau in de breedte enorm gegroeid. Dat stimuleert het nationale niveau.”