Van democratische oase tot broeinest terrorisme. Vier vragen over Mali

Archieffoto uit augustus vorig jaar van islamitische rebellen van de Movement for Oneness and Jihad in West Africa. Foto AFP / Romaric Ollo Hien

Tot vorig jaar gold het west-Afrikaanse land Mali als een toonbeeld van democratische vooruitgang in Afrika. Inmiddels is het verworden tot een broeinest van moslimterrorisme en grijpt Frankrijk er militair in. Waarom nu en wat staat er op het spel? Vier vragen en antwoorden.

1. Wat is er precies aan de hand in Mali?

Mali werd tot ongeveer een jaar geleden nog gezien als een baken van democratie en stabiliteit in Afrika. Het was een favoriet land voor westerse hulporganisaties en donoren, inclusief Nederland. Dat veranderde toen er in maart vorig jaar een coup werd gepleegd, waarna het noorden van het land werd veroverd door een coalitie van Toeareg-rebellen en islamitische extremisten. Sindsdien is Mali een internationaal probleem omdat westerse landen vrezen dat groepen als Al-Qaeda vanuit Noord-Mali ongestoord aanslagen kunnen beramen.

Het conflict in Mali dreigt de hele regio te destabiliseren; honderdduizenden mensen zijn het land al ontvlucht. Het ongeorganiseerde en ongedisciplineerde regeringsleger van Mali slaagde er de afgelopen maanden maar niet in het noorden te heroveren op de rebellen, die veel zware, geavanceerde wapens uit Libië kregen door de burgeroorlog in het land. Intussen vernietigden de islamitische extremisten tot afgrijzen van de internationale gemeenschap cultureel erfgoed in de stad Timboektoe. Ook werden buitenlanders ontvoerd, onder wie de Nederlandse toerist Sjaak Rijke.

Langzamerhand dreigde Noord-Mali en de regio te veranderen in een nieuw Afghanistan. De VS probeerde de situatie in Mali de afgelopen jaren al in de gaten te houden met spionagevliegtuigen en onbemande vliegtuigjes. Ook trainden Amerikaanse troepen militairen van verschillende landen in de regio. De internationale gemeenschap durfde militair ingrijpen echter steeds niet aan. Tot afgelopen vrijdag.

2. Waarom grijpt Frankrijk nu wel militair in?

De afgelopen weken dreigden de islamitische rebellen verder op te rukken richting de hoofdstad van Mali, Bamako. Daarop vroeg president Traoré oud-kolonisator Frankrijk dringend om militaire assistentie. Volgens de Fransen is ingrijpen nu nodig om te voorkomen dat heel Mali een terroristische staat wordt. President Hollande zei vrijdag dat Frankrijk in Mali blijft “zolang als nodig is”. Minister van Buitenlandse Zaken Fabius zei vanochtend dat de operatie niet langer dan een aantal weken zal duren.

Donderdagavond kwamen de eerste Franse troepen in Bamako aan. In totaal zijn er sinds vier dagen een paar honderd Fransen in het land actief. De Franse luchtmacht voerde de afgelopen dagen meerdere luchtaanvallen uit op doelen van de rebellen en wist ze uit het stadje Konna, dat strategisch is gelegen op de weg naar de belangrijke stad Mopti, te verdrijven. De rebellen zouden inmiddels ook de noordelijke stad Gao zijn ontvlucht. Bij de gevechten kwamen tot nu toe tientallen rebellen om het leven en een onbekend aantal burgers. Ook kwam één Franse helikopterpiloot om.

Internationaal is er veel steun voor het ingrijpen door Frankrijk. De VS en andere Europese landen, waaronder Nederland, spraken hun politieke steun uit. Dat uitgerekend Frankrijk de operatie vrijdag begon heeft met een aantal zaken te maken. Naast het gevaar van moslimterrorisme speelt het belang dat er duizenden Fransen in Mali wonen en ook in en rond Parijs een grote Malinese gemeenschap woont.

Voor president Hollande is het besluit tot ingrijpen een ommezwaai, schrijft onze correspondent Peter Vermaas in NRC Handelsblad:

Bij zijn aantreden wilde Hollande een eind maken aan de aloude reflex om de Frankrijk goed gezinde leiders van ‘Françafrique’, zoals de schimmige Franse invloedssfeer in West-Afrika vaak licht spottend genoemd wordt, aan de macht te houden. “De tijd is voorbij dat we een regime beschermen”, antwoordde Hollande vorige maand toen de president van de Centraal Afrikaanse Republiek hem vroeg om militaire steun tegen een rebellenopstand. Mali was duidelijk een ander geval. En dat lijkt de Franse politiek, van links tot rechts, met Hollande eens.

Een Frans gevechtsvliegtuig van het type Rafale landde gisteren in Tsjaad na het uitvoeren van een missie in Mali. Foto AP / Adj Nicolas-Nelson RichardEen Frans gevechtsvliegtuig van het type Rafale landde gisteren in Tsjaad na het uitvoeren van een missie in Mali. Foto AP / Adj Nicolas-Nelson Richard

3. Hoe zit het met die Nederlander die in Mali is ontvoerd?

Op de achtergrond van deze interventie speelt de ontvoeringszaak van een Nederlander en een aantal andere westerlingen. De 52-jarige Sjaak Rijke, treinmachinist van beroep, werd in november 2011 ontvoerd in Timboektoe door extremisten van de islamitische rebellengroep Ansar ud-Dine. Rijke was in Mali op vakantie met zijn vrouw toen hij tijdens de lunch in een hotel werd ontvoerd. Zijn vrouw Tilly wist aan de rebellen te ontkomen.

In augustus vorig jaar dook een video op waarin Rijke en drie andere ontvoerde westerlingen te zien waren. Rijke en zijn lotgenoten droegen allen een baard, een gewaad en een tulband. Ze riepen hun regeringen in de video op te onderhandelen over hun vrijlating. Sindsdien is de zaak niet meer in het nieuws geweest. Nu Frankrijk een militaire operatie in Mali is begonnen loopt Rijke mogelijk gevaar, omdat de extremisten hebben gedreigd de gijzelaars te vermoorden in het geval van een militaire interventie.

Oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot zei vanochtend op Radio 1 dat het ministerie van Buitenlandse Zaken zeker contacten onderhoudt met mensen die een rol zouden kunnen spelen bij het vrijlaten van Rijke. Nederland onderhandelt niet direct met terroristen en betaalt geen losgeld, zei Bot. “Je kunt het beste via omwegen proberen iemand vrij te krijgen”, aldus de ex-minister. Minister Timmermans wilde vandaag niets over de zaak zeggen.

Beluister hieronder het interview met Bot:

4. Hoe gaat het nu verder in Mali?

Het besluit van de Fransen om in te grijpen in Mali is het begin van een grote campagne tegen het moslimextremisme in de regio, voorspelt onze Afrika-correspondent Koert Lindijer vanmiddag in NRC Handelsblad. De verwachting is dat nu snel een interventie van Afrikaanse landen begint om het noorden volledig te heroveren op de islamitische rebellen.

Het West-Afrikaanse samenwerkingsverband ECOWAS riep zaterdag de lidstaten op onmiddellijk militairen te zenden. Senegal, Burkina Faso, en Niger gaven hieraan gehoor en sturen enkele honderden militairen. De VS en VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon hadden veel bedenkingen bij het oorspronkelijke plan voor een Afrikaanse interventie onder VN-vlag. Ze waren bang dat een interventie de precaire situatie in Mali zou verergeren. Daarom drongen ze erop aan eerst het Malinese leger te trainen, verkiezingen te houden en met de extremisten te onderhandelen.

Al die bezwaren lijken plots van veel minder gewicht, schrijft Lindijer. Hij denkt dat een Europese trainingsmissie in Mali nu snel dichterbij komt:

Als wordt vastgehouden aan het plan om het Malinese leger de leiding te geven bij de herovering van het noorden, dan moeten 400 tot 500 Europese militaire adviseurs in rap tempo aan hun opleiding van het Malinese leger beginnen. De militairen zijn gedemoraliseerd, slecht bewapend en lijden onder corruptie. Toen een paar honderd rebellen begin vorig jaar aan hun opmars in het noorden begonnen, gingen de militairen er met de staart tussen de benen van door.

Het zal nog niet eenvoudig zijn de orde in Mali te herstellen, concludeert Lindijer:

De extremistische groepen zijn de afgelopen weken begonnen zich in het noordelijke woestijngebied te verschansen. Ter voorbereiding voor een buitenlandse interventie groeven ze ondergrondse gangen, sloegen ze wapens en vaten benzine in grotten op en legden ze met bulldozers loopgraven aan. De uitdaging voor een interventiemacht is niet zozeer om gebied te veroveren maar om het in handen te houden.