Beide toezichthouders faalden in miljardendebacle rond Vestia

DEN HAAG - Het kantoorgebouw van Vestia in Den Haag. Het Openbaar Ministerie claimt 9,4 miljoen euro terug van de aangehouden Vestia-topman Marcel de V.. Hij wordt verdacht van fraude. ANP XTRA LEX VAN LIESHOUT Vestia kwam vorig jaar in acute financiële nood door grootschalige speculatie met risicovolle derivaten. Foto ANP / Lex van Lieshout

Beide toezichthouders op de woningcorporatiesector, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) hebben gefaald in het miljardendebacle rond woningcorporatie Vestia. Dat concludeert de Commissie Kaderstelling en Toezicht Woningcorporaties onder leiding van oud-lid van de Raad van State Rein Jan Hoekstra in een rapport dat vanmiddag aan de Tweede kamer is gestuurd.

‘Onvoldoende risicobeheersing en probleemsignalering’

Bij het WSW, dat het toezicht op de rentecontracten (derivaten) in de sector op zich had genomen, was er sprake van “onvoldoende risicobeheersing”, volgens de commissie. Bij het CFV, de financiële toezichthouder, was er “onvoldoende probleemsignalering”. Beide toezichthouders en het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben “niet alert genoeg gereageerd, hadden scherper kunnen zijn en eerder kunnen ingrijpen”, aldus het rapport.

Vestia kwam vorig jaar in acute financiële nood door grootschalige speculatie met risicovolle derivaten. De voormalige treasurer (kasbeheerder) van Vestia, Marcel de V., en een tussenpersoon worden verdacht van miljoenenfraude.

De commissie-Hoekstra is in april vorig jaar ingesteld door oud-minister Spies (Binnenlandse Zaken) om het toezicht op de corporatiesector te onderzoeken. Buiten de toezichthouders vindt de commissie het zorgelijk dat het bij corporaties en de sector ontbreekt aan “zelfcorrigerend vermogen”. Ook het toezicht op de corporatiesector als geheel is niet goed genoeg volgens de commissie.

‘Vestia werkte onregelmatig en onvolledig mee’

Het CFV heeft eerder toegegeven dat het op basis van de jaarverslagen over 2008 en 2009 het financiële toezicht op Vestia had moeten verscherpen. Vestia werkte “onregelmatig en onvolledig” mee met de kwartaalrapportages van het WSW, zoals al bekend was. Beide toezichthouders hadden geen “sluitende afspraken” over de taakverdeling en de uitwisseling van informatie.

De commissie noemt ook het interne toezicht bij Vestia “zwak”: de functiescheiding tussen oud-directeur Erik Staal en treasurer Marcel de V. was “niet goed vormgegeven”. Marcel de V,. kreeg “een zeer grote vrijheid van handelen” en het zogenoemde treasury-statuut “normeerde” het gedrag van de treasurer en de directeur bij het afsluiten van derivatencontracten niet.

De Raad van toezicht stond “op een te grote afstand van de directie en werd slechts eens per jaar geïnformeerd over leningen en derivaten. De informatie in de jaarrekeningen bevatte “tekortkomingen” en bood onvoldoende zicht op het “risicobeslag”. “Er waren per saldo onvoldoende checks and balances in de organisatie”.

WSW ondersteunt aanbevelingen

Het WSW zegt in een reactie dat het de aanbevelingen van de commissie “ondersteunt” en dat “het preventieve risicomanagement van het WSW versterkt kan worden”. Dit jaar wil het CFV samen met het WSW “de noodzakelijke aanpassingen tot stand brengen”. Ook het CFV onderschrijft de conclusies van de commissie, die volgens het CFV in lijn zijn met de eigen conclusies die de toezichthouder vorig jaar trok. Het CFV is “blij” met de bevinding dat het fonds na de “explosie” bij Vestia adequaat heeft gereageerd.

De basis voor goed functioneren ligt bij de corporaties zelf, concludeert de commissie-Hoekstra. De commissie adviseert verder een tweehoofdig bestuur bij grotere corporaties (bij Vestia was Staal enig bestuurder). De besluitvorming van corporaties moet voortaan “zorgvuldig, transparant en toetsbaar” zijn. Er zou onder meer een benchmark voor bedrijfskosten en bedrijfsprestaties moeten komen. Verder acht de commissie het wenselijk dat het vastgoed van corporaties “eenduidig” wordt gewaardeerd om een vergelijking mogelijk te maken.

Commissie voorstander van permanent fonds

De commissie is ook voorstander van een permanent fonds met “saneringssteun” voor corporaties in nood. De corporatiesector moet eind dit jaar 700 miljoen euro meebetalen aan de schade van de zaak-Vestia (in totaal 2 miljard euro) via een vooralsnog incidentele heffing. Het beoogde fonds zou tot stand moeten komen met vaste bijdrages van corporaties. In een reactie zegt het CFV zich eerst te willen beraden op de “effectiviteit en rechtszekerheid” van een dergelijk, permanent noodfonds.

    • Eppo König