Sri Lanka in constitutionele crisis

In Sri Lanka is een constitutionele crisis uitgebroken nadat president Mahinda Rajapaksa de hoogste rechter van het land gisteren met onmiddellijke ingang had ontslagen. De president schaarde zich daarmee achter het parlement, dat opperrechter Shirani Bandaranayake al eerder aan de kant wilde schuiven op beschuldiging van machtsmisbruik.

Het was vanmorgen nog onduidelijk of Bandaranayake daadwerkelijk opstapt als president van het Hooggerechtshof. Een Hof van beroep had juist vorige week de uitspraak van het parlement nietig verklaard. Ook de meeste advocaten staan achter Bandaranayake, die de beschuldigingen aan haar adres steeds heeft ontkend. Volgens haar zijn die slechts ingegeven door politieke overwegingen van haar tegenstanders.

Bandaranayake kwam in september voor het eerst in aanvaring met de regering van Rajapaksa, toen zij oordeelde dat een begrotingsvoorstel voor ontwikkelingswerk ter waarde van 614 miljoen dollar de instemming nodig had van negen provinciale raden. Dit was tegen het zere been van de indiener van het begrotingsvoorstel, Basil Rajapaksa, jongere broer van de president. Daarop nam Chamal Rajapaksa, oudere broer van de president en zelf voorzitter van het parlement, het initiatief tot een resolutie om Bandaranayake uit haar functie te zetten.

Critici beschouwen de afzetting van Bandaranayake als een nieuwe aanwijzing dat de president, die sinds 2005 aan het bewind is, uit is op de absolute macht in Sri Lanka. Sinds zijn herverkiezing heeft hij al eerder geprobeerd de bevoegdheden van de rechterlijke macht te beknotten. Ook heeft hij beperkingen op het aantal termijnen dat een president kan aanblijven laten schrappen.

Het optreden van Rajapaksa en zijn politieke vrienden en familieleden heeft niet alleen de woede gewekt van de oppositie in het parlement maar ook de zorg van de Verenigde Staten en de Verenigde Naties. (Reuters, AP)