Spelen 2020: Istanbul favoriet, Tokio outsider

Met Istanbul, Madrid en Tokio strijden drie sterke steden om de Olympische Spelen van 2020. De Turkse plannen lijken voorlopig het populairst.

Masato Mizuno, Chief Executive Officer for the Tokyo 2020 Olympic bid, center, Homare Sawa, four-time Olympian and 2011 FIFA Ballon d'Or winner, left, Takayuki Suzuki, Paralympic champion in swimming, right, pose for photographer in front of the IOC headquarter before they submit their candidature bid for 2020 Tokyo Olympic summer games at the International Olympic Committee, IOC, headquarters in Lausanne, Switzerland, Monday, Jan. 7, 2013. The International Olympic Committee announced that Istanbul, Tokyo and Madrid have made it on to the short list of cities bidding to host the 2020 Olympic Games. (AP Photo/Keystone, Jean-Christophe Bott) AP

Het delicate spel van paaien en pleasen is begonnen. Nu Istanbul, Madrid en Tokio de officiële plannen voor de Olympische Spelen van 2020 op het hoofdkwartier van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in Lausanne hebben ingeleverd, is het stadium van verleiding aangebroken. De oriëntaalse verlokkingen uit Istanbul lijken vooralsnog het sterkst.

Prachtig, de vele kilo’s aan glanzende boekwerken die vorige week in Château de Vidy aan het Meer van Genève zijn achtergelaten, maar met de uitgewerkte profielen voor de Spelen van 2020 zijn de steden en hun enthousiaste ambassadeurs er niet. Uiteindelijk moet op 7 september in Buenos Aires een meerderheid van de 101 stemgerechtigde IOC-leden voor de charmes van een stad vallen. Dan telt, naast de wulpse lijnen van een olympisch stadion, vooral het gevoel dat is opgewekt. Is het hart van de meeste IOC-leden geraakt?

De plannen zijn in orde, dat is het probleem niet. Anders hadden Istanbul, Madrid en Tokio – in tegenstelling tot Bakoe en Doha – de eerste keuring niet overleefd. Er komen dit voorjaar nog wel IOC-inspecteurs buurten om daarna een rapport met een verholen voorkeur te presenteren, maar die bevindingen van de zogeheten evaluatiecommissie hoeven niet doorslaggevend te zijn.

Eerst zijn er de kale feiten die afschrikken dan wel overtuigen. Neem Madrid, helaas de hoofdstad van een land in crisis. Dat is de Spaanse molensteen, want IOC-leden nemen niet graag financiële risico’s. ‘Madrid’ mag nog zo hard roepen dat het na twee mislukte pogingen aan de beurt is en als enige belangwekkende Europese hoofdstad nog nooit gastvrouw van Spelen is geweest, de economische werkelijkheid is dat IOC-leden een getormenteerd land niet graag met een miljardenverslindend prestigeobject willen opzadelen.

Madrid kan worden afgeschreven, ook al smeken de Spanjaarden de IOC-leden naar de (laagste) begroting van 1,52 miljard euro te kijken en niet te oordelen op grond van de huidige economische omstandigheden.

Tokio heeft tegen dat het oriëntaalse hartstocht en mediterrane warmte mist. Hoe opwindend de stad ook is, Japan blijft in de kern zakelijk en de Japanners vormelijk. En hoe dreigend zijn aardbevingen, tsunami’s en nucleaire rampen? Ander minpuntje voor Tokio: in 2018 worden de Olympische Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang gehouden. Twee keer binnen twee jaar naar Azië kan een serieuze belemmering voor IOC-leden zijn.

De kansen voor Tokio schuilen in de compactheid van de kandidatuur – 80 procent van de accommodaties ligt binnen een straal van acht kilometer van het olympisch dorp – de realistische begroting van zes miljard euro en vooral de hoogwaardige, organisatorische capaciteiten van Japanners. Tokio heeft een verleidelijk plan met als eye catcher de renovatie van het olympisch stadion uit 1964 tot een architectonisch lustobject naar vrouwelijke vormen.

De kracht van Istanbul is zijn geografische ligging. Een bruisende stad op de grens van Europa en Azië, geworteld in de oosterse, islamitische wereld. Het IOC kan in één klap de Arabische vriendenkring uitbreiden. En IOC-leden zijn nieuwsgierig naar onontgonnen olympische gebieden.

Istanbul mag dan de spannendste kandidaat zijn, het is tevens de meest complexe. Het krioelt in de Turkse metropool, met alle logistieke problemen van dien. Ter compensatie biedt Istanbul de nodige ervaring met grote internationale sporttoernooien en het hoogste budget van 14,6 miljard euro.

Maar Istanbul heeft nog een sterke troef: het Turkse IOC-lid Ugur Erdener. Hij is de smeerolie binnen het IOC, de man die zijn collega’s warm moet maken voor Istanbul. Want die positie is cruciaal. Een kandidaatsstad zonder een sympathieke spindoctor binnen het IOC staat op achterstand. De geschiedenis heeft geleerd dat Madrid op de Spaanstalige IOC-leden kan rekenen, zoals ervan uit mag worden gegaan dat Tokio de voorkeur heeft van het Aziatische smaldeel. Aangezien een stad de strijd zelden in de eerste stemronde wint, is de tweede keus van IOC-leden vaak van doorslaggevend belang. Op dat moment gaat de populariteit van een betrokken IOC-lid een rol spelen. De Braziliaan Carlos Nuzman heeft op die manier de Spelen naar Rio de Janeiro weten te loodsen.

De ‘Nuzman-rol’ kan Erdener ook spelen. De 62-jarige professor oogheelkunde heeft met zijn warme omgangsvormen in de vier jaar dat hij IOC-lid is indruk gemaakt en daarnaast veel vrienden. Madrid en Tokio hebben binnen het IOC minder sterke pleitbezorgers. Spanje heeft drie IOC-leden, maar niet één zou geschikt zijn de Nuzman-rol te vervullen, zelfs Juan Antonio Samaranch junior niet. Tokio heeft een nog groter probleem, want Tsunekazu Takeda, het enige Japanse IOC-lid, is pas vorig jaar gekozen. Hij is voor de IOC-leden een onbeschreven blad.