Shop 'till you drop in Dubai

Ondanks de crisis bouwt Dubai vrolijk voort, constateert Monique Samuel. Ze is op bezoek bij haar Egyptische familie, die geluk zoekt in het Golfstaatje.

Vijf jaar geleden emigreerden mijn Egyptische nicht Mary en haar man Emil als jonge gelukszoekers naar de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). In eerste instantie werkten ze monsterdagen van veertien tot zestien uur in de bouw, zes dagen in de week. Nu ze langzaam de ladder van economisch succes beklimmen, tonen ze me trots hun nieuwe leven in Dubai. In een gigantische Chinese SUV rijden ze me langs de hoge torenflats en wolkenkrabbers die oprijzen tussen het woestijnzand. Terwijl de wereld geteisterd wordt door de economische crisis, bouwt het kleine koninkrijkje onvermoeibaar door.

„De bouwsector was toch ingestort?” vraag ik Emil verbaasd.

„Nee joh!” lacht hij. „Hier wordt altijd gebouwd, desnoods uit de emirs eigen zak. Deze stad leeft bij gratie van bouw, speculaties en shopping malls.”

Dubai is een magneet voor investeerders in de regio en getransformeerd tot woon- en leefpark voor de miljoenen expats die hun geld in de olie-industrie van buuremiraat Abu Dhabi verdienen. Dubai is een gekke kunstmatige wereld, maar staat tegelijkertijd symbool voor zo veel nieuwe steden in voorheen rurale gebieden in Azië en Afrika. Zo’n veertig jaar geleden woonden de inheemse inwoners nog in tenten. Nu is de ‘parel van de Golf’ de stad waar hoegenaamd alles kan en mag en waar de hoogste gebouwen ter wereld staan, waaronder de Burj Khalifa: 829,5 meter, als je het topje meetelt. Nieuwe plannen voor nog hogere torens zijn in de maak want concurrentie uit Azië dreigt.

In een land waar in de zomer de temperatuur al snel boven de vijftig graden schommelt racet iedereen van gekoeld kantoor naar mega mall waar wordt geleefd, gegeten en vooral gewinkeld. Deze luxueuze, soms haast futuristische winkelpaleizen inclusief neplucht (en in Abu Dhabi zelfs kunstmatig onweer) beslaan duizenden vierkante meters. In de fastfoodcorners storten zakenmannen, gezinnen en arme Indiase arbeiders zich op voedsel uit plastic bakjes en kartonnen doosjes. Van McDonald’s tot Panda Express en van Subway tot Sapjesbar – alles is hier te krijgen en alles levert zakken vol etensresten en afval op. Zelfs nu het winter is en de temperatuur rond de twintig graden schommelt, vlucht iedereen naar binnen.

Tijdens mijn weeklange verblijf in Dubai vertoeft mijn familie iedere dag zo’n zes tot tien (!) uur in steeds een andere mall – gezichtloze centra van een vormloze stad. Buiten een terrasje pakken zit er niet in. Wandelen door een park of open centrum ook niet. Het oudste gebouw stamt uit de jaren ’70 en is omgedoopt tot museum.

Het leven in malls is niet uniek voor de VAE. Het is een tendens in heel Azië en zelfs in Afrika. ‘Is dit de toekomst?’, vraag ik me af terwijl ik weer een dag lang geen flardje zonlicht zie. Zal Nederland ook eens deze kant op gaan? Als de milieuvervuiling doorzet, zullen we op een dag wel moeten.

Ik waan me in The Truman Show. Een kunstmatige nepwereld waar iedereen glimlacht, altijd behulpzaam en vriendelijk is, het eten naar plastic smaakt en men de smaak van zuivere lucht niet kent. Het is al donker als ik eindelijk de uitgang vind.

Van de naar schatting ruim acht miljoen inwoners van de VAE zijn slechts 1,37 miljoen inheems en staatsburger. De andere bijna zeven miljoen zijn expats, vooral afkomstig uit de Arabische wereld, India, China, Zuidoost-Azië en de Verenigde Staten. Geen van hen komt in aanmerking voor het staatsburgerschap. Ook de vele kinderen niet.

Wie zijn baan verliest, moet stante pede het land verlaten. Na een leven lang hard werken zit rustig genieten van het pensioen er niet in. Wie niet werkt verliest z’n verblijfsvergunning, tenzij hij een huis koopt. Kapitaalbezit geeft recht op een verblijfsvergunning van 99 jaar, maar dit geldt opnieuw niet voor kinderen. Als mijn neefje na zijn achttiende niet onmiddellijk een baan heeft of studievisum krijgt moet hij terug naar Egypte.

Doordat de miljoenen expats geen staatsburger zijn, hebben zij geen enkele politieke zeggenschap. Een Indiase arbeider in de bouw of Chinese schoonmaker laat het wel uit z’n hoofd om enige kritiek op de zware arbeidsomstandigheden te uiten. Voor hem duizend anderen. Dus werkt hij onverstoorbaar door en doodt hij zijn vrije uurtjes in een van de gigantische winkeltorens waar hij vrijwel niets kan betalen. Net zoals mijn familie, die urenlang met grote ogen naar de duurste sieraden, horloges en tassen kijkt zonder iets te kunnen kopen. Een uitstekende prikkel om vooral nog harder te werken.

Mijn familie voelt zich vrij in Dubai. Maar er bestaat in de VAE maar één vrijheid: de vrijheid van consumptie.

Mijn nicht heeft meer spullen, een groter appartement en een grotere auto dan ze ooit in Egypte zal krijgen. De perfect aangelegde straten zijn brandschoon, de gigantische wegen vrij van files en door de constante camerabewaking en enorm harde straffen is de stad nagenoeg criminaliteitsvrij. Mensen laten iPads, camera’s, Blackberry’s en portemonnees ongestoord in de auto liggen.

Maar door het hoge leefonderhoud hebben mijn nicht en haar man geen spaargeld. Als hij wordt ontslagen zijn ze alles kwijt. Niets van de spullen kunnen ze meenemen.

Dat laatste is echter het principe waar het hele leven in de VAE op gestoeld is: laat mensen keihard werken, verleid hen tot constante consumptie en maak de kosten voor levensonderhoud zo hoog dat men weinig spaart en het geld constant opnieuw in de economie blijft pompen. Zo verdienen de steenrijke Emiraten dubbel aan al die buitenlanders die hier net zo lang werken tot ze alles kunnen kopen wat er te kopen valt.

En zo kunnen er steeds weer nieuwe torenflats worden gebouwd, nieuwe malls geopend worden en nieuwe wooncomplexen aangelegd, net zo lang tot de laatste kapitalistische zeepbel tot zo grote proporties wordt opgeblazen dat alles in elkaar klapt – de moderne loonslaven onzeker en berooid achterlatend.

Monique Samuel (23) is politicoloog en auteur van o.a. ‘Mozaïek van de Revolutie: een kijkje achter de voordeur van mijn nieuwe Midden-Oosten’ (de Geus).

    • Monique Samuel