Minder zwakke scholen in noorden

Het aandeel zwakke basisscholen in Groningen, Friesland en Drenthe is fors gedaald. Dat schrijft de Onderwijsinspectie in een vrijdag verschenen regiostudie.

Was in 2008 bijna een op de vijf basisscholen in Noord-Nederland nog ‘zwak’ tot ‘zeer zwak’ – twee keer zoveel als in de rest van Nederland – afgelopen jaar daalde dat aandeel naar 4 procent. Het landelijk gemiddelde ligt op 3 procent. In Drenthe maakten de basisscholen de grootste inhaalslag: nog acht scholen (2,7 procent) zijn er zwak tot zeer zwak. Friesland blijft steken op 4,2 procent en Groningen telt vijftien (4,8 procent) zwakke en zeer zwakke scholen.

De inspectie schrijft de verbeteringen toe aan de inspanningen van schoolbesturen en leraren die met extra financiële steun van Onderwijs en de provincies onder meer zijn bijgeschoold. Bovendien zijn de leerlingen in Noord-Nederland, mogelijk dankzij speciale lesprogramma’s, beter gaan presteren. Leerlingen uit groep 4 hebben hun achterstanden voor taal en rekenen in een lichte voorsprong omgezet op de rest van Nederland. Ook scoorden de leerlingen afgelopen jaar beter op de Citotoets dan in 2008, al liggen in Drenthe en Groningen de scores nog iets onder het landelijk gemiddelde.

Maar er is nog veel te verbeteren, zegt de inspectie, willen de basisscholen niet terugvallen. Zo verwachten leraren op zwakke scholen nog te weinig van leerlingen, en hebben de leerlingen ook zelf lagere verwachtingen dan elders. Ook slagen besturen met meer scholen er beter in het niveau te bewaken dan schoolbesturen die maar één school onder hun hoede hebben. Het intern toezicht schiet bij veel besturen tekort. Zo brengen ze de kwaliteit van leraren en schoolleiders weinig systematisch in kaart. De noordelijke scholen slagen er minder goed in problemen bij leerlingen te voorkomen en te verhelpen dan andere scholen.