Jarenlang met je naam in de krant en ineens weer alleen een initiaal…

Zo sta je in de krant, zo ben je weer je naam kwijt. Jansen Steur: eerst helemaal niet, toen wel en nu afgekort Eerst had de in opspraak geraakte neuroloog Jansen Steur nog een naam, maar sinds kort heeft hij alleen initialen in de krant. Een interview met hem dat in oktober 2009 met zijn

Zo sta je in de krant, zo ben je weer je naam kwijt.

Jansen Steur: eerst helemaal niet, toen wel en nu afgekort

Eerst had de in opspraak geraakte neuroloog Jansen Steur nog een naam, maar sinds kort heeft hij alleen initialen in de krant.

Een interview met hem dat in oktober 2009 met zijn volledige naam in de krant stond, is nu op de site te vinden met alleen initialen.

Een abonnee uit Eindhoven vraagt zich af of de krant daarmee niet „roomser is dan de paus”. Hij schrijft: „Terwijl alle media inmiddels consequent en voluit de naam van een verdachte neuroloog noemen, blijft u volharden in de aanduiding Ernst J.S. Op welke overweging is die keus gebaseerd?”

Het argument: verdachten in een strafzaak krijgen een initiaal.

Over het wel of niet noemen van zijn naam is op de redactie discussie geweest vanaf het moment dat de Twentse neuroloog in opspraak kwam. Moest zijn identiteit beschermd worden of juist niet?

Toen de krant in 2009 voor het eerst over de zaak berichtte en hem noemde, schreef hoofdredacteur Birgit Donker, na een klacht van een lezer, dat het beter was geweest om zijn naam in dat eerste bericht niet te vermelden, en dat de krant dat daarna ook niet meer had gedaan (De lezer schrijft, 31 januari 2009). Mede omdat de arts toen nog geen weerwoord had gegeven. Zij vond initialen trouwens evenmin op hun plaats, want de man was toen nog geen verdachte.

Maar de omstandigheden veranderden. Een onderzoekscommissie kwam later dat jaar tot de conclusie dat de neuroloog jarenlang verkeerde diagnoses had gesteld. Er liep inmiddels ook een onderzoek van het Openbaar Ministerie. Tot een zitting kwam het toen niet, de omstreden neuroloog schreef zich uit en verliet Nederland.

In het rapport van die commissie werd zijn naam expliciet genoemd. Correspondente Annette Toonen schreef toen: „Gezien de bekendheid van Jansen Steur heeft de commissie ervoor gekozen, ondanks het lopende onderzoek van het OM, zijn eigenlijke naam Jansen te noemen” (De dokter voelde zich superieur, 2 september 2009). De arts heet Jansen, maar nam ,,uit liefde”, zoals hij zelf zei, ook de achternaam van zijn moeder, Steur, aan.

Kort daarna trad de arts zelf naar voren in de krant, onder naam, in een interview met Annette Toonen (Neuroloog Jansen Steur heeft spijt, 20 oktober 2009). En de jaren daarna bleef zijn naam in de krant staan.

Pas eind vorig jaar, aan de vooravond van de rechtszaak tegen hem in Almelo, dook hij ineens met initialen op (1,2 miljoen voor slachtoffers ex-neuroloog, 27 november 2012). Ja, conform de regel dat verdachten met een initiaal worden aangeduid.

Is dat roomser dan de paus? Zonder de pontifex nu te willen beledigen: ja, dat vind ik wel.

De achtergrond van die initialenrichtlijn is dat de krant geen verlengstuk is van justitie. Dat de Staat der Nederlanden iemand ergens van verdenkt, hoeft immers nog niet te betekenen dat de krant hem of haar ook maar meteen als zodanig moet brandmerken.

Maar dat is een richtlijn, geen dogma: het gaat om een concrete afweging van het belang van privacy versus dat van openbaarheid.

En om te beginnen heeft deze neuroloog uit vrije wil een interview gegeven over zijn zaak. Onder naam. De arts en zijn advocaat hadden daar geen bezwaar tegen, zegt Annette Toonen. Dat interview is nu overigens op de site dan wel ‘gekuist’, maar in het archief is het nog integraal te vinden (maar goed ook, want anders zou het een onwenselijke herziening zijn).

Dan is het nogal vreemd om iemand die na zo’n interview jarenlang met zijn naam is aangeduid in de krant, en die nationale bekendheid heeft, nu ineens te ‘beschermen’ door zijn naam af te korten.

Het Stijlboek NRC Handelsblad kent dan ook het ‘potsierlijkheidscriterium’: „In de berichtgeving over misdaadzaken van justitie vermelden we niet de volledige naam van verdachten, tenzij deze zo algemeen bekend is dat het gebruik van initialen potsierlijk is.”

Toch is ook dat nog niet het hele verhaal, en zou het Stijlboek op dit punt nog wel kunnen worden uitgebreid. Want uiteindelijk gaat het erom: wat is het publieke belang?

Bij de vraag of een verdachte wel of niet kan worden genoemd, moet het belang van privacy voor het betrokken individu telkens weer worden afgewogen tegen het publieke belang om te weten over wie we het hebben. Hoe zwaar weegt dat? De naam van een verdachte arts, uitoefenaar van een beschermd beroep, zal dan voor een landelijke krant al relevanter zijn dan die van, bijvoorbeeld, een winkeldief.

Temeer omdat NRC Handelsblad een krant is die zich juist richt op de publieke zaak: politiek, openbaar bestuur, rechtspraak, onderwijs en volksgezondheid. Zoals een redacteur het deze week puntig tegen me zei: een arts die een snackbar overvalt, dat is toch iets anders dan een arts die ernstige beroepsfouten maakt – dan komt het publiek belang in het geding.

Maar behoedzaamheid blijft wel geboden. Sommige redacteuren vinden dat de krant te strikt is met de initialenregel, anderen wijzen op het gevaar van trial by media – je bent tenslotte onschuldig totdat het tegendeel is bewezen.

Het blijft dus een afweging, per geval. Daarbij speelt ook, met het publiek belang en de wens van de verdachte zelf, de ernst van de beschuldiging een rol, en de vraag hoe sterk het bewijs eigenlijk is (en of de krant dat kan beoordelen).

Wat de neuroloog betreft: er is geen goede reden om deze bekende arts, die in een onderzoek al is genoemd en die zich daar openlijk over heeft uitgesproken, niet bij naam te noemen, zoals dat de afgelopen jaren wel gebeurde.

Trouwens, over die snackbarzaak zou ik ook meer willen weten, met of zonder naam.

    • Sjoerd de Jong