'Jan Palach was geen dwaas'

Zondagmiddag 19 januari 1969 stierf Jan Palach in een ziekenhuis in Praag. Drie dagen eerder had de 21-jarige student zich op het Wenceslasplein in brand gestoken uit protest tegen de Russische inval in Tsjechoslowakije.

Om vijf uur ’s middags maakte een omroepster van Radio Praag huilend bekend dat Palach „rustig is gestorven”, meldde het Algemeen Handelsblad maandag in zijn opening. ‘Zijn dood heeft een geweldige beroering in Tsjechoslowakije, vooral in de hoofdstad, veroorzaakt’.

De hoogste leiders zonden een gezamenlijk telegram naar de moeder van Palach: „Wij zijn diep bewogen. Het offer van uw zoon Jan is een tragische gebeurtenis op onze gemeenschappelijke weg”.

Vijf maanden eerder, in de nacht van 20 op 21 augustus 1968, waren Russische tanks Praag binnen gereden. Zij maakten een einde aan de ‘Praagse Lente’, de periode van voorzichtige liberalisering die begin van het jaar was ingezet met het aantreden van de hervormingsgezinde partijleider Alexander Dubcek. Met zijn ‘tragische’ daad riep Palach op niet te berusten in de communistische onderdrukking. ‘Studenten trokken na de dood van Palach naar de Russische commandopost in Praag en riepen de schildwachten toe: ‘Russen naar huis’.

Uli Schaarschmidt uit Schneeberg, een stadje aan de voet van het Ertsgebergte, was achttien toen hij drie maanden na het overlijden van Jan Palach een colonne Russische tanks voorbij zag komen, vanuit Bohemen weer op weg naar huis. De lokale communistische partij – Schneeberg lag in de DDR – had opgeroepen de soldaten met bloemen en gejuich te begroeten.

Ook Uli en een groep vrienden beklommen de tanks – maar niet met bloemen in hand. In het Russisch bestookten ze de bemanningen met kritische vragen over het waarom van hun harde optreden in het buurland. ‘Waarom hebben jullie het gedaan? Waarom hebben jullie geschoten?’ ‘Wegwezen, Dawai!, opdonderen, vijanden’ schreeuwden officieren terug.

Uli moest zwaar boeten voor zijn daad. Eerst leek de zaak met een sisser af te lopen. Maar in februari 1970 werd hij alsnog opgepakt. In zijn studentenkamer vond de Stasi door hem gemaakte schetsen. ‘ Jan Palach was geen dwaas’ stond erboven. Uiteindelijk zat hij drie jaar vast, in 1972 kwam hij vrij in ruil voor in West-Duitsland gearresteerde DDR-spionnen. ‘De tijd was rijp voor verandering’ , schrijft Uli, nu industrieel ontwerper en kunstenaar, vanuit München (www.schaarschmidt.it). ‘Maar de reactie van Mielke (het hoofd van de Stasi) was hard’.