Inval Mali keerpunt Hollande

Een terroristische staat in Afrika kan een gevaar vormen voor Frankrijk en heel Europa. Met de inval in Mali wil president Hollande dat voorkomen.

A picture released by the French Army Communications Audiovisual office (ECPAD) on January 13, 2013 shows French soldiers verifying late on January 12, 2013 a French Rafale fighter at the French military base of Saint-Dizier before its departure for a mission in Mali. Four French Rafale fighter jets bombed targets on January 13, 2013 near the northern Malian city of Gao. France is using air and ground power in a joint offensive with Malian soldiers launched on January 11 against hardline Islamist groups controlling northern Mali. AFP PHOTO / ECPAD LAURE-ANNE MAUCORPS RESTRICTED TO EDITORIAL USE - MANDATORY CREDIT "AFP PHOTO / ECPAD-LAURE-ANNE MAUCORPS"-- NO MARKETING NO ADVERTISING CAMPAIGNS - DISTRIBUTED AS A SERVICE TO CLIENTS AFP

François Hollande, ‘oorlogspresident’: wie had dat voorzien? De „besluiteloze” socialist, die zijn populariteit de laatste maanden zag kelderen, krijgt na onverwacht daadkrachtig optreden in Mali en Somalië steun van vriend en vijand in wat Franse kranten een „keerpunt” in zijn presidentschap noemen.

Toen hij vrijdagochtend straaljagers en gevechtshelikopters in Mali de eerste luchtaanvallen op kampen van radicaal islamitische rebellen liet uitvoeren, restte hem weinig keus. Sinds zijn aantreden, vorig jaar mei, had hij geprobeerd een Afrikaanse VN-missie op touw te zetten om het Malinese leger te helpen de groeiende onrust in de regio te stoppen. Terwijl die operatie op zich liet wachten, trokken de rebellen op naar het zuiden om, volgens Hollandes minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius, een „terroristische staat” te installeren. En dat wil Frankrijk tegen elke prijs voorkomen.

Niet alleen omdat 6.000 Franse staatsburgers in Mali en tienduizenden in de regio wonen. Of omdat in West-Afrika tenminste zeven Fransen door moslimstrijders in gijzeling worden gehouden. Hollande zet hun veiligheid zelfs op het spel door zo expliciet met de gijzelnemers de strijd aan te gaan, denken experts. Na een mislukte bevrijdingsactie, zaterdag, door Franse commando’s van een sinds 2009 gegijzeld gehouden geheim agent in Somalië, wordt voor zijn leven gevreesd.

Operatie ‘Serval’, genoemd naar een katachtige uit de Sahel, is in de eerste plaats begonnen omdat Frankrijk denkt dat de val van Mali in handen van aan Al-Qaeda gelieerde rebellen niet alleen de regio kan destabiliseren, maar „zelfs voor Europa” een gevaar vormt, zei Fabius. Mali ligt in Europa’s achtertuin: het is maar vijf uur vliegen van hoofdstad Bamako naar Parijs. Het land is sterk op Frankrijk gericht en rond Parijs woont een forse Malinese gemeenschap van naar schatting ongeveer 80.000 mensen.

Een week geleden waarschuwde onderzoeksrechter Marc Trevidic, belast met terrorismebestrijding, voor aanslagen in Frankrijk door de precaire situatie in Mali. Frankrijk kan, zei Fabius in juli, geen „Sahelistan” gebruiken. Na de eerste bombardementen, heeft Frankrijk de beveiliging van overheidsgebouwen en publieke ruimtes fors opgevoerd. Risiconiveau ‘rood’ is van kracht, wat staat voor een „zeer waarschijnlijke kans op bedreiging”.

Er is een Veiligheidsraadresolutie die het Franse optreden legitimeert en regionale leiders geven steun. Net voor hij gisteren zijn kabinet bijeenriep, ontving Hollande leden van de Franse Malinese gemeenschap, die de interventie toejuichten.

Bij zijn aantreden wilde Hollande een eind maken aan de aloude reflex om de Frankrijk goed gezinde leiders van ‘Françafrique’, zoals de schimmige Franse invloedssfeer in West-Afrika vaak licht spottend genoemd wordt, aan de macht te houden. „De tijd is voorbij dat we een regime beschermen”, antwoordde Hollande vorige maand toen de president van de Centraal Afrikaanse Republiek hem vroeg om militaire steun tegen een rebellenopstand.

Mali was duidelijk een ander geval. En dat lijkt de Franse politiek, van links tot rechts, met Hollande eens. „Eindelijk president!” vatte Le Journal du Dimanche gisteren de gevoelens over het internationale optreden van Hollande samen. Kritiek kwam slechts van de ultralinkse politicus Jean-Luc Mélenchon, en van oud-premier Dominique de Villepin, minister van Buitenlandse Zaken toen Frankrijk in 2003 de Amerikaanse inval in Irak fel veroordeelde. Hij hekelde het „neoconservatieve” discours van de „oorlog tegen het terrorisme” van de regering-Hollande .

Commentaar: pagina 2

In het nieuws: pagina 4-5