Ingehouden spel wint het altijd

Actrice Elisabeth Andersen (93) speelde onder meer bij Centrum, de Haagse Comedie en Globe. Ze kreeg drie keer toneelprijs de Theo d’Or.

Elisabeth ANDERSEN (1920) Nederlands actrice.foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Haarlem, 5 februari 2008 ©Vincent Mentzel 2008

Theater

Honingjagers door W&L, in de Toneelschuur, Haarlem. T/m 6/3. Inl: wittenbolsschrijftligthertregisseert.nl ***

Dit toneelstuk gaat over een familie en de strijd tussen de generaties. Het heet Honingjagers, een titel die nergens wordt verklaard. Een vrouw is overleden; haar echtgenoot en kinderen misgunnen elkaar het verdriet. De dochter kan zich niet voorstellen dat haar vader verdriet heeft, want hij huilt niet. Ook de zoon eist zijn eigen verdriet op: hij en zijn vrouw zullen altijd kinderloos blijven. Het is allemaal heel egocentrisch wat daar gebeurt.

Ik moest denken aan Who’s Afraid of Virginia Woolf? Dat heeft hetzelfde venijn, maar venijn spelen is moeilijk. Het is jammer dat de Roos Ouwehand als dochter en Michel Sluysmans als zoon soms te hard schreeuwen. Houd het spel liever klein en beheerst; ingehouden spel wint het altijd. Ik denk dat regisseur Rob Ligthert alles iets te nadrukkelijk wil neerzetten, alsof hij bang is dat de toeschouwers het niet begrijpen. Dat is zonde.

Mooi is wel de rol van de vader door Dries Smits. Hij weet prachtig zijn tekst te incorporeren in zijn spel. Dat hij verdriet heeft toont hij niet uiterlijk. Hij noteert het in een dagboek. Als zijn kinderen dat ongevraagd gaan lezen, blijkt zijn intense verdriet over zijn vrouw die hij „kwijt” is en nog steeds overal zoekt, zelfs in de keukenkastjes. Smits kan, zoals een goed acteur hoort te doen, naar binnen kijken. Hij blikt niet telkens naar boven of naar de grond. „Geen erwten zoeken of wolken tellen”, hield regisseur Cees Laseur van de Haagse Comedie ons vroeger voor.

Schrijver Wittenbols heeft een mooie troef in handen met de rol van een jong meisje als verpleegster van de vader, Astrid van Eck. Zij is het vreemde element dat de kinderen weigeren te accepteren: iemand, een vreemde, die van buiten komt en papa van de kinderen af zal nemen. De dochter roept het telkens weer uit, naar mijn smaak te vaak en te hard: „Papa is van ons en hij moet van ons houden.”

Astrid van Eck heeft iets geheimzinnigs en raadselachtigs over zich. Dat past goed bij haar rol. Je vraagt je af: wat heeft dat meisje in de zin? Wat zoekt ze bij de oude man? Is het troost? Liefde? Zij weet die vragen door haar spel mooi op te roepen, en dat boeit. Ik zou het stuk van Wittenbols graag eens lezen. Het verdient een subtielere regie, want er zitten prachtige passages in.

    • Elisabeth Andersen