Ineens is buitenlandse terughoudendheid rond Mali weg

Ooit gold Mali als toonbeeld van democratische vooruitgang in Afrika. Nu is het verworden tot een broeinest van moslimterrorisme. En dat op de drempel van Europa.

Malinezen geven in de hoofdstad Bamako bloed voor gewonde militairen. Foto Reuters

Kritiek en twijfel over de haalbaarheid van een militaire interventie om Noord-Mali te heroveren zijn voorlopig gesmoord. Onder Franse regie, en met stilzwijgende steun van het Malinese leger en West-Afrikaanse landen, is de grote campagne tegen de moslimextremisten begonnen. Franse vliegtuigen bombardeerden gisteren vijf steden in het noorden van Mali, waaronder de belangrijke plaatsen Gao en Kidal, en brachten de extremisten vermoedelijk zware verliezen toe.

Frankrijk heeft 550 militairen naar Mali gestuurd, ook naar de hoofdstad Bamako, op 600 kilometer van de frontlinie. Talrijke Afrikaanse militairen zullen eveneens in Mali arriveren. Dit betekent een totale herziening van het terughoudende internationale beleid rond Mali. Een spoedige interventie om het noorden te heroveren op drie radicaal islamitische groepen, aanvankelijk gepland voor eind dit jaar, is nu weer actueel.

Het West-Afrikaanse samenwerkingsverband ECOWAS riep zaterdag de lidstaten op onmiddellijk militairen te zenden. Senegal, Burkina Faso, en Niger gaven hieraan gehoor. Zij sturen enkele honderden militairen. De regionale grootmacht Nigeria, die de troepenmacht van ECOWAS moet gaan leiden, gaat akkoord met een grootschalig ingrijpen in Mali, maar zou meer tijd willen om eerst het Malinese leger op te leiden.

Tot vorige week bestond er groot verzet in het Malinese leger tegen een buitenlandse militaire interventie. Amadou Sanogo, die in april een militaire coup pleegde en nog steeds grote invloed uitoefent, heeft altijd gezegd dat het Malinese leger op eigen kracht het noorden gaat heroveren. Burgerpresident Dioncounda Traoré sloot vermoedelijk al vorige week woensdag een akkoord met Parijs voor een Franse interventie. Sanogo en zijn aanhangers hebben onder de zware Franse druk nu enkele veren moeten laten en zijn voorlopig buitenspel gezet.

Uit verslagen van ooggetuigen van het bombardement gisteren op Gao blijkt dat de extremisten verliezen lijden. Een trainingskamp zou zijn geraakt, evenals gebouwen van de moslimradicalen. Bewoners spreken over vele doden en gewonden aan de kant van de rebellen. De stad wordt gecontroleerd door de beweging MUJWA, een groep radicale moslimstrijders uit het buitenland en Malinezen van Arabische afkomst. De groep werkt samen met Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb (AQIM).

Ook werden er Franse bommen afgeworpen op Kidal, bij de Algerijnse grens. In en rond deze stad is de groep Ansar ud-Din sterk aanwezig. Ansar ud-Din heeft van alle strijdgroepen de meeste Malinezen in zijn gelederen. In de moeilijk begaanbare bergstreken rond Kidal heeft de groep vermoedelijk bases. Voor een effectieve operatie op de grond bij Kidal heeft een interventiemacht de steun van Algerije nodig. Uit Timboektoe, de derde grote stad in het noorden, komen onbevestigde berichten dat sommige rebellen de stad ontvluchten. In Timboektoe is AQIM de sterkste groep. De groep bestaat voornamelijk uit Algerijnse strijders en moslimextremisten uit alle delen van de wereld.

Frankrijk probeert vanuit de lucht de infrastructuur van de extremisten te vernietigen. Maar de grote vraag is welke grondtroepen daarna de steden moeten innemen en de extremisten naar hun schuilplaatsen moeten achtervolgen.

De Verenigde Staten en VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon hadden veel bedenkingen bij het oorspronkelijke plan voor een Afrikaanse interventie onder VN-vlag. Ze waren bang dat een interventie de precaire situatie in Mali zou doen verslechteren. Daarom drongen ze erop aan eerst het Malinese leger te trainen, verkiezingen te houden en met de extremisten te onderhandelen.

Al die bezwaren lijken plotseling van veel minder gewicht. Als wordt vastgehouden aan het plan om het Malinese leger de leiding te geven bij de herovering van het noorden, dan moeten 400 tot 500 Europese militaire adviseurs in rap tempo aan hun opleiding van het Malinese leger beginnen. Het Malinese leger is gedemoraliseerd en slecht bewapend en lijdt onder corruptie. Toen een paar honderd rebellen begin vorig jaar aan hun opmars in het noorden begonnen, gingen de militairen er met de staart tussen de benen van door.

De extremistische groepen zijn de afgelopen weken begonnen zich in het noordelijke woestijngebied te verschansen. Ter voorbereiding op een buitenlandse interventie groeven ze ondergrondse gangen, sloegen ze wapens en vaten benzine in grotten op en legden ze met bulldozers loopgraven aan. De uitdaging voor een interventiemacht is niet zozeer om gebied te veroveren maar om het in handen te houden.

Militairen hebben daarvoor een goede fysieke gesteldheid nodig, net als grote kennis van het gebied en goede relaties met de bewoners. Tsjaad, waar Frankrijk een militaire basis heeft, heeft in zijn leger vermoedelijk de beste woestijnstrijders. Maar Tsjaad is geen lid van ECOWAS en heeft door corruptie en schending van de mensenrechten een slecht internationaal aanzien.

De opstandelingen beschikken over luchtafweergeschut, waarmee ze vrijdag al een Franse helikopter neerschoten. Ook beschikken ze naar schatting over enkele duizenden goed bewapende strijders. Een groot deel van de strijders zijn Algerijnen of moslimextremisten uit andere delen van Afrika, zoals Somalië, Nigeria en Soedan. Ze kennen het onherbergzame terrein goed.

    • Toon Beemsterboer
    • Koert Lindijer