In het niet meer zo beloofde land

In Israël groeien de sociale tegenstellingen, maar de verkiezingen volgende week gaan er niet over. „Zodra we vrede sluiten met de buren, eten wij elkaar op.”Leonie van Nierop, Tel Aviv

Ultra-Orthodox Jews, wearing hats covered with plastic against the rain, talk in Jerusalem's Mea Shearim neighbourhood January 8, 2013. Unusually heavy winter rains forced the closure of main access routes to Tel Aviv on Tuesday, causing gridlock in and around Israel's commercial capital, authorities said. The storms were forecast to continue on Wednesday, with rare snowfall expected in Jerusalem. REUTERS/Baz Ratner (JERUSALEM - Tags: ENVIRONMENT RELIGION TPX IMAGES OF THE DAY)

Israël als westers eiland, omringd door een zee van barbaarse, zo niet bloeddorstige Arabieren. Zo schildert premier Benjamin Netanyahu zijn land graag af. „Wij, Israëliërs, wonen in een ruige buurt”, zegt hij geregeld – met gevoel voor understatement. Want, inderdaad, de regio stampt en kolkt. Maar ook binnen de Israëlische samenleving broeit het behoorlijk.

Israëliërs hebben een gemeenschappelijke vijand nodig, stelde investeerder David Cohen (31) vorige week in een café in Tel Aviv. „Zodra we vrede met de buren sluiten, zullen we elkaar opeten.” Drie boodschappen in één zin: Het langlopende conflict met de Palestijnen en de rest van de Arabische wereld domineert nog altijd. De eenheid in Israël is ver te zoeken. En de verhoudingen zijn er hard.

Volgende week kiest Israël een nieuw parlement. Hoe is nu de stemming in dit immigrantenland? Een Israëlisch gezegde luidt: twee Israëliërs, vier meningen. Daarom een kleine rondreis langs verschillende gemeenschappen met uiteenlopende problemen. Op zoek naar een gemene deler.

Tel Aviv wordt door Israëliërs – honend of liefkozend – ‘de bubbel’ genoemd. Het Miami van het Midden-Oosten. Hier zijn stranden en nachtclubs. Hier gaan meisjes in bikini over straat. Hier kun je midden in de nacht onkoosjere ham krijgen, of van bedpartner wisselen. Dit is ook het walhalla van de snelle jongens van de IT en de start-ups, die met koffiebekers van Amerikaanse proporties en hun slanke laptops de vele cafés bevolken. Tel Aviv smaakt seculier, modern en hedonistisch.

Maar het hedonisme is haast onbetaalbaar. Het leven in Tel Aviv is duurder dan dat in New York of Parijs. De lonen in Israël zijn echter relatief laag. Niet voor niets ontstond in Tel Aviv, op de Rothschild Boulevard, anderhalf jaar geleden een protestbeweging. Tegen de hoge huur- en voedselprijzen, tegen de supermarktconglomeraten en de telecommonopolies, tegen de uitkleding van overheidsdiensten. Op het hoogtepunt van de protesten gingen 450.000 Israëliërs tegelijk de straat op. Ongekend voor dit land, met nog geen 8 miljoen inwoners.

Toch bleven de protesten tandeloos. „De identiteit van jonge Israëliërs is nauw verbonden met dit land”, zei de gepensioneerde psychologe Irit Halperin tijdens een demonstratie. „De jonge generatie is getraumatiseerd door al die oorlogen, van 1948, 1967, 1973, de Palestijnse opstanden. Ze durven niet echt tegen het gezag in opstand te komen, bang dat zodra onze leiding verzwakt de vijand toeslaat.”

Premier Netanyahu veegde de klachten destijds vrijwel moeiteloos opzij. Intussen is de positie van de middenklasse verslechterd, zijn prijzen van huizen en boodschappen gestegen. De btw en de inkomstenbelasting werden verhoogd, voor komend jaar staan grote bezuinigingen op stapel. En toch staat Netanyahu, die campagne voert op veiligheid, in de peilingen op winst.

De links-georiënteerde twintigers en dertigers die de sociale protesten aanjoegen zijn nu meer gedesillusioneerd dan ooit. In de aanloop naar de verkiezingen klinkt aan de bar steeds vaker „ik haat politiek” en „ik ben gestopt met kranten lezen”. Als deze generatie stemt, is het „op het minste van alle kwaden”. Zij hebben de blik weer naar binnen gekeerd.

De mensen in het zuiden van Tel Aviv zul je nooit horen zeggen dat ze in een bubbel leven. In het zuiden brokkelen de huizen, werkt de straatverlichting slechts sporadisch, slapen gevluchte Afrikanen zonder opvang in het park. Hier worden oude mannen in het postkantoor ongegeneerd gepasseerd. Hier is het ieder voor zich. Hier woont de Israëlische onderklasse, die geen tijd heeft voor protest.

Sarit en Jackie wonen met twee volwassen kinderen op veertig vierkante meter. Sarit heeft vier schoonmaakbaantjes. Jackie snijdt 56 uur per week shoarma, voor minder dan 5 euro per uur. Zijn rug gaat eraan kapot. Maar hij moet wel, wil hij zijn kinderen een beter leven geven. De oudste dochter werkt als verpleegster. Zij verdient niet genoeg om zichzelf te kunnen bedruipen.

De zoon dient sinds september in het leger. De familie was de maanden ervoor compleet in paniek. Bang dat hij in een tank de zuidgrens zou moeten bewaken, tegen aanslagen vanuit de Sinaï-woestijn. Dankzij zijn astma werd hij in Tel Aviv geplaatst en sindsdien is hij veranderd. De eens zo schuchtere straalt in zijn legeruniform. Hij ontmoet veel leuke meisjes, zegt hij. Hij maakt nieuwe vrienden.

Geen van zijn vrienden durft hij te vertellen dat zijn vader een moslim is, uit angst voor negatieve reacties. Toen zijn zus voor het leger werd opgeroepen, zei ze dat ze niet in de Palestijnse gebieden wilde dienen omdat ze vanwege haar vader geen moslims wilde doden. Het leger stationeerde haar in Hebron, de meest explosieve plek in bezet gebied. Ze werd gedwongen op Palestijnen te schieten.

Haifa, 100 kilometer ten noorden van Tel Aviv, wordt vaak aangehaald als geslaagd voorbeeld van een multiculturele stad, omdat joden en Palestijnen met een Israëlisch paspoort (20 procent van de totale Israëlische bevolking) er met elkaar leven. „Langs elkaar”, verbetert de Palestijnse psychologe Bissan (26) bits. „De joden komen hummus en falafel bij ons eten. Tot zover onze coëxistentie.”

Bissan heeft niet veel op met joodse Israëliërs. Ze neemt hun kwalijk dat haar broer twaalf jaar geleden per abuis werd doodgeschoten. Ze vindt hen arrogant, en ongevoelig. Maar Bissan werkt in een zorginstelling met joodse patiënten en collega’s. Ze heeft geen keus, zegt ze. In haar conservatieve geboortedorp in Galilea voelt ze zich ook niet thuis. Haar moeder wil dat ze een streng gelovige moslim trouwt. Maar Bissan droomt van een Europese prins, die haar meeneemt, weg van hier.

Jeruzalem is een wereld op zichzelf. In de oude stad, met al haar smalle steegjes van roomwit kalksteen, botsen joden, christenen, moslims en pelgrims van allerlei pluimage frontaal op elkaar. Het maakt het tolerantievermogen niet hoger. Wie op een zaterdag vanuit het noorden Jeruzalem binnenrijdt, loopt het risico gestenigd te worden door ultra-orthodoxe joden, die strikt de sjabbat respecteren.

De laatste jaren ontstaat steeds meer frictie tussen de ultra-orthodoxen, die zich in hun traditionele waarden voelen aangetast, en de seculiere joden, die vinden dat de strenggelovigen hun vrijheid inperken. Zo rijden er op zaterdag geen stadsbussen. De meeste restaurants in Jeruzalem zijn koosjer, ham is er zeldzame waar. In Tel Aviv worden de ultra-orthodoxen soms „beesten” genoemd.

De verhoudingen zijn danig verslechterd sinds tijdens de sociale protesten van 2011 voor het eerst stevig ongenoegen werd uitgesproken over de subsidies die ultra-orthodoxen ontvangen voor hun studerende mannen en hun grote gezinnen. Daarop volgde een rel nadat een achtjarig meisje door ultra-orthodoxen was bespuugd omdat ze zich ‘onfatsoenlijk’ zou hebben gekleed. Afgelopen zomer kwam er felle kritiek uit seculiere hoek omdat ultra-orthodoxen zijn uitgezonderd van dienstplicht.

Premier Netanyahu beloofde de lasten eerlijker te verdelen, maar kreeg dat gedurende zijn huidige termijn niet voor elkaar. Er was te veel weerstand bij de ultra-orthodoxe partijen, die aan de regering deelnamen. Het is helemaal niet uitgesloten dat de ultra-orthodoxen in de volgende coalitie zullen zitten. Hun invloed zal hoe dan ook toenemen als de groep (nu 10 procent van de totale bevolking) zo snel blijft groeien. Op basisscholen is het percentage ultra-orthodoxe kinderen al 30 procent.

Kiryat Malachi is een kleine immigrantenstad waar nooit veel gebeurde. Tot vorig jaar. In november, tijdens het Israëlische luchtoffensief tegen de Palestijnse Gazastrook, werden drie inwoners van Kiryat Malachi gedood door raketvuur uit Gaza. En daarvoor was Kiryat Malachi wekenlang in het nieuws toen onderhuidse spanningen escaleerden, nadat bewoners zich op tv racistisch hadden uitgelaten over de Ethiopische inwoners van het provinciestadje. Ze zouden stinken – dat werk.

In Ethiopië voelde David Avraham (35) zich primair een jood. Uitgelaten was hij toen de Israëlische regering hem in de jaren negentig naar Israël haalde. „Maar Israël heeft een Ethiopiër van me gemaakt”, zegt Avraham. „Ik wordt hier gediscrimineerd omdat ik zwart ben.” Zo wordt hij, werkloos natuurkundige, op grond van zijn cv altijd uitgenodigd en na een gesprek steevast afgewezen. Avraham: „Wij joden zijn de grootste antisemieten van allemaal.” Hij wil Israël weer verlaten.

Een onderzoeksbureau peilde vorige maand dat 37 procent van de Israëliërs overweegt naar een ander land te verhuizen. Het merendeel noemt de economische situatie als belangrijkste reden. Maar slechts 2 procent heeft concrete vertrekplannen. En in 2011 vertrokken daadwerkelijk 14.000 Israëliërs (nog geen 0,2 procent). Datzelfde jaar kwamen er bijna 17.000 nieuwe immigranten aan.

Terug in Tel Aviv vertelt de jonge investeerder David Cohen, waarom hij een jaar geleden vanuit Australië naar Israël verhuisde. „Ik voel me hier thuis. Voor het eerst ben ik als jood geen minderheid. Ik voel me hier veiliger dan in het westen. Want het leger en de politie hier zijn mijn leger en politie.”

Cohen moest flink loon inleveren en deelt nu een kleine flat met een huisgenoot, maar dat heeft hij er voor over. „Natuurlijk zijn de salarissen belachelijk en is het dagelijks leven soms een nachtmerrie. Er wordt veel gevloekt, gejammerd, geduwd en geschreeuwd. Maar dat is omdat mensen om dit land geven. Misschien maken we zoveel ruzie omdat we 2000 jaar politiek moeten inhalen.”

Over de komende verkiezingen zijn Israëliërs echter nogal gelaten, haast verveeld. Cohen: „Ja, helaas, de meeste Israëliërs denken: het zal wel. Iedereen weet dat Netanyahu weer wint. En er is weinig positiefs om naar uit te kijken.”

De problemen met de Palestijnen en de ultra-orthodoxen zullen niet op korte termijn worden opgelost, denkt Cohen. „En we krijgen heus nog een oorlog met Gaza. Dus laten we die verkiezingen maar snel afhandelen. Dan kunnen we verder met ons leven.”

    • Leonie van Nierop