Het volk blijft de baas

Onder Broeder-Leider Moammar Gaddafi had Libië geen grondwet. Gaddafi was trouwens ook eigenlijk niet de leider maar de tolk van het volk, dat de baas was volgens zijn Derde Universele Theorie, vastgelegd in de twee delen van zijn Groene Boekje. Omdat het volk toch de baas was, was die grondwet niet nodig, en verkiezingen evenmin.

Het volk besloot twee jaar geleden dat het genoeg was en bracht Gaddafi buitengewoon bloedig aan zijn eind. Maar heeft het nu ook snel een grondwet geproduceerd?

Nee. En niet alleen is er nog geen grondwet, er is ook nog helemaal niets gedaan aan een grondwet.

Libië bewijst vol overgave dat na de revolutie niet het paradijs uitbreekt. Het bouwt eigenlijk voort op het verleden. Nog steeds zijn alle Libiërs aan de macht. De verkiezingen van afgelopen juli hebben een volstrekt versnipperd parlement opgeleverd, met een conservatieve partijalliantie die 39 zetels bezet, een fundamentalistische groep met 17 zetels en verder 144 éénpitters. Die houden lange toespraken in het parlement, maar kunnen het heel moeilijk eens worden.

Vorig jaar was er zo’n ruzie over de verdeling van parlementszetels tussen het oosten en westen van het land, dat het toenmalige bewind besloot dat voor een grondwetgevende vergadering nieuwe verkiezingen dienden te worden gehouden. Maar een heleboel van de sindsdien gekozen parlementsleden willen nu liever de leden van de grondwetgevende vergadering benoemen. Anderen willen toch verkiezingen. Over die kwestie wordt in het parlement nog steeds gediscussieerd.

Parlementsvoorzitter Mohammed al-Megarief, die dubbelt als president zolang er geen grondwet is, heeft besloten tot een grote consultatieronde. Het is volstrekt onduidelijk of die de een of andere consensus gaat opleveren.

Het is niet zo dat Libië in de tussentijd rustig voortsuddert. Zonder breed gesteund bewind is het onmogelijk de rebellenmilities die zijn overgebleven uit de oorlog tegen Gaddafi te ontwapenen en ontbinden. Wie ontevreden is neemt het recht in eigen hand. De belangrijke oliesector verliest dagelijks een miljoen dollar als gevolg van blokkades van olie-installaties door betogers die werk eisen. Het parlement wordt met enige regelmaat door boze burgers bestormd. De Amerikaanse ambassadeur is vermoord. President Megarief vertelde een week geleden dat hij zelf ook doelwit was geweest van een moordaanslag.

Premier Ali Zidan waarschuwde vorige week „families, regio’s en stammen” dat hij geweld zou gebruiken om „de olieproductie en het leven van de Libiërs” te beschermen. Hij riep de Libiërs op om de staat te steunen bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de revolutie.

Daar zullen de Libiërs vast van onder de indruk zijn.

Carolien Roelants

    • Carolien Roelants