Geen medaillekansen, dus ijshockey in gevaar

De toekomst van het Nederlandse ijshockey is onzeker nu NOC*NSF de subsidie intrekt. „De sport valt terug naar een heel laag niveau.”

De bekerfinale tussen Tilburg Trappers en Eindhoven Kemphanen is ijshockey op z’n Brabants. In een met 2.500 toeschouwers uitverkochte ijshal probeert een carnavaleske zanger het publiek in de pauzes te vermaken, maar de concurrentie van de bierpomp blijkt groot. Een supporter van Eindhoven heeft zich toegewijd aan het hanteren van de gastoeter, waardoor de hele wedstrijd gebukt gaat onder een schel gekrijs dat spreekkoren als Let’s go Hanen! moeiteloos overstemt.

De bekerfinale gaat tussen de succesvolste club van Nederland (Tilburg, dertien kampioenschappen, twaalf bekers) en de club die voor een groot deel uit talenten bestaat (Eindhoven). De Kemphanen werken samen met het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO) in Eindhoven. Jong talent wordt hier opgeleid en krijgt passend onderwijs aangeboden tussen de trainingen door.

De toekomst van het enige Nederlandse opleidingsinstituut voor ijshockeyers is in gevaar nu NOC*NSF de topsportstatus heeft ingetrokken, waardoor subsidies vervallen. De sportkoepel richt zich de komende acht jaar op sporten met medaillekansen op de Spelen. Dit gaat ten koste van sporten als ijshockey, waar goud, zilver of brons niet voor het oprapen ligt. Nederland haalde alleen in 1980 de Spelen, met dank aan de met ijshockey opgegroeide Canadese migrantenkinderen als Jack de Heer en Larry van Wieren. Nederland kwalificeert zich alleen voor de Spelen van 2014 als het begin februari eerste wordt in een poule met de sterke tegenstanders Duitsland, Oostenrijk en Italië. Eerder hield Nederland knap Hongarije, Litouwen en Kroatië achter zich.

„Het wordt zwaar om nu nog te presteren aangezien andere landen ons voorbijstreven,” zegt de Tsjechische CTO-trainer Bo Subr. „Er komt veel talent aan, maar het zal even duren voor ijshockey in Nederland groeit. Met drieduizend spelers is het een kleine sport, Tsjechië heeft bijvoorbeeld honderdduizend spelers.”

De Nederlandse bond (NIJB) zou door de ingetrokken subsidie zo’n 150.000 euro per jaar moeten betalen om het CTO overeind te houden. Op een krimpende begroting van 450.000 euro is dat nauwelijks haalbaar. „Er moet ook geld overblijven voor het Nederlands team en de ondersteuning van talentontwikkeling in het algemeen”, zegt Theo van Gerwen, technisch directeur van de bond. „Denk aan reizen naar toernooien, het huren van de ijshal en het betalen van professionele trainers.”

Van Gerwen is bang dat ijshockey zonder subsidie instort. „Zonder de steun van NOC*NSF haakt misschien ook de gemeente Eindhoven af, en is het moeilijk sponsors te vinden. Waarom bijdragen aan een sport die door het NOC is opgegeven?”

Nu al moeten spelers soms zelf een deel van de kosten betalen om aan jeugdtoernooien deel te nemen. „Straks zullen we toernooien moeten afzeggen omdat we het niet kunnen betalen”, vreest Van Gerwen.

Jeroen Bijl, topsportmanager van NOC*NSF: „IJshockey heeft geen topsportstatus meer en de kans is groot dat het minder subsidie zal krijgen. Hoeveel precies bespreken we nog met de NIJB.”

Bij de Kemphanen spelen nu zeven CTO-spelers. In totaal telt het CTO 28 ijshockeyers tussen 15 en 21 jaar, van wie de meesten 16 of 17 zijn. Zij spelen veelal bij eerstedivisieclub High Techs, ook uit Eindhoven.

Eén van de CTO-talenten bij de Kemphanen is Mike Overweg (20). Hij zegt: „We trainen met alle talenten op hoog niveau, maar als het CTO stopt valt de sport terug naar een heel laag niveau. We praten er nu ook al veel over wat iedereen gaat doen als het CTO stopt. Veel spelers gaan dan weer terug naar hun eigen club.”

In Tilburg is de wedstrijd pas in de derde periode gaan leven. In een paar minuten komt Eindhoven van 1-3 terug tot 3-3 en met nog tien minuten te spelen wordt ook het matte publiek eindelijk wakker. Het stadion ontploft als Tilburg drie minuten later 4-3 maakt. Eindhoven gaat op zoek naar de gelijkmaker en laat daarbij het eigen doel open. Tilburg profiteert en wint zijn dertiende beker: 5-3.

    • Matthijs Keuning