Frans offensief in Mali

Van de radicale, aan Al-Qaeda verbonden groepen die het noorden van Mali in handen hebben, gaat een ernstige dreiging uit: voor de Malinezen en hun staat, voor de hele instabiele Sahel-regio en zelfs voor Europa. Ze voeren een fundamentalistisch schrikbewind in de steden die ze vorig jaar veroverden, ze kunnen het noorden van Mali tot een vrijhaven voor terroristen maken en ze rukten bovendien op naar het zuiden van het land.

In Mali en de omringende landen is dan ook met opluchting gereageerd op de Franse militaire interventie, die in de nacht van donderdag op vrijdag is begonnen. Volgens de Fransen was het nog slechts een kwestie van dagen voor de hoofdstad Bamako zou vallen en was haast dus geboden.

De Fransen bestoken nu vanuit de lucht bolwerken van de rebellen. Parijs weet zich gesteund door een resolutie van de Veiligheidsraad uit december en een verzoek tot ingrijpen dat de Malinese president hun vorige week deed. Inmiddels sturen ook buurlanden militairen, helpen de Britten met transportvliegtuigen en hebben verschillende landen hun steun betuigd, waaronder Nederland.

Volgens Den Haag is de vraag naar militaire steun nu niet aan de orde, maar zal minister Ploumen onderzoeken hoe Nederlandse ontwikkelingssamenwerking ingezet kan worden „om duurzame vrede naderbij te brengen”. Dat zijn vrome woorden voor: voorlopig branden wij hier onze vingers niet aan.

Ook zonder dat de Fransen een expliciet beroep doen op hun Europese bondgenoten, ligt bij ieder van hen de vraag op tafel of het Franse offensief materiële steun verdient – en zo ja: in welke vorm. Laten we dit grote internationale probleem oplossen door de voormalige koloniale macht Frankrijk, samen met enkele landen uit de regio? Of schieten we hen in deze oorlog te hulp – en met meer dan de vage toezegging van ontwikkelingssamenwerking?

Om die vraag te beantwoorden moet meer duidelijk zijn over het doel van de Franse interventie. Wanneer is deze operatie in de ogen van de Fransen eigenlijk geslaagd? Met luchtaanvallen alleen valt het noorden niet terug te winnen op de extremisten. Het Malinese leger is ook met Franse luchtsteun veel te zwak om de rebellen te verdrijven. En het is ook niet realistisch om dat te verwachten van een paar duizend manschappen uit West-Afrikaanse buurlanden.

De aanwezigheid van gevaarlijke, radicale en zwaarbewapende groepen in de Sahel is een structureel probleem. Met een paar weken of zelfs maanden bombarderen is dat probleem niet op te lossen. Krachtige lokale en regionale tegendruk is nodig – en dat zal helaas veel tijd vergen.