EK? 't Lijkt steeds meer een Open NK

De Nederlandse schaatssters domineerden het EK allround. De spoeling is dun internationaal.

Ireen Wust of the Netherlands warms up prior to the women's 500 meters race of the ISU European Championships Speed Skating Allround at Thialf stadium in Heerenveen, northern Netherlands, Saturday, Jan. 12, 2013. (AP Photo/Peter Dejong) AP

Heerenveen. Uitgerekend in het weekend dat Ireen Wüst had uitgekozen om een olympisch pleidooi te houden voor het allroundschaatsen, was het EK allround meer dan ooit een Open NK. Ondanks de afwezigheid van nationaal allroundkampioene Jorien ter Mors bezetten voor het eerst in de geschiedenis drie Nederlandse vrouwen het podium: een uitblinkende Ireen Wüst, geflankeerd door Linda de Vries (tweede) en Diane Valkenburg (derde).

Daarmee is in het vrouwenschaatsen een situatie ontstaan die al enkele decennia bestaat bij de mannen. Daar wisten sinds 1989 slechts vier buitenlanders het jaarlijkse oranjefeestje te versjteren: Johann Olav Koss (1991), Dmitri Sjepel (2001), Enrico Fabris (2006) en Ivan Skobrev (2011). Skobrev dankte dat vooral aan de afwezigheid van Sven Kramer, die de orde inmiddels heeft hersteld en gisteren zijn zesde Europese titel behaalde, voor ploeggenoot Jan Blokhuijsen. Op het middenterrein van Thialf gaf een eenzame Noorse vlag (voor Havard Bøkko) tussen vijf Nederlandse doeken de internationale verhoudingen tamelijk nauwkeurig weer.

De hoofdrolspelers haten de discussie, maar de vraag of het goed is voor de sport krijgt elk jaar meer gewicht. De Nederlanders zijn zich ervan bewust dat er iets moet gebeuren om de discipline op de internationale kalender te houden. Wüst had zich in een open brief in De Telegraaf tot de hoogste baas van de internationale schaatsunie (ISU) gewend, de Italiaan Ottavio Cinquanta (74). „In Nederland is het nog steeds ontzettend populair, maar internationaal verkeert de sport in zwaar weer”, schreef Wüst. „Dat is doodzonde, maar de oplossing is binnen handbereik. Maak het allrounden olympisch!”

Wüst streed jaren met de Tsjechische Martina Sablikova om de titels, maar nu die matig presteert, valt op hoe dun de spoeling ook bij de vrouwen is. Op het WK allround zal dat waarschijnlijk niet anders zijn. Christine Nesbitt (Canada) en Heather Richardson (VS), hebben geen interesse, zeker niet zo kort voor de Winterspelen. Specialisatie op olympische afstanden is de norm. Zelfs Kramer denkt het EK volgend jaar over te slaan. Titels heeft hij genoeg, olympisch eremetaal telt echt.

Wüst zag in de Nederlandse gijzeling van het EK allround een extra argument voor haar pleidooi. „Dit toont des te meer aan dat het olympisch moet worden, want dan zullen meer nationaliteiten het oppakken.”

De vraag is of het zo werkt: sporten worden meestal pas olympisch bij internationale spreiding. En Wüst hoeft geen steun te verwachten van ISU-voorzitter Cinquanta. Die liet doodleuk weten niet met sporters te praten – alleen met sportbonden.

Tussen hun imposante prestaties door reageerden Wüst en Kramer vol ongeloof op die klap in hun gezicht. „Hij schoffeert zo zijn hele sport, dat is veel erger dan dat hij alleen die ene sporter schoffeert”, vond Kramer. En Wüst, die nota bene haar gouden medaille kreeg omgehangen door Cinquanta: „Als iemand zich te goed voelt om met sporters te praten zit hij misschien niet op de juiste functie. Wij maken de sport, wij zijn de hoofdrolspelers.”

Kramer, net als Wüst weer terug op het niveau van zijn topjaar 2007, ergert zich eraan dat hij zich telkens moet verdedigen. „Ik hou van deze sport. Ik moet me verdedigen waarom er niet naar het schaatsen wordt gekeken. Waarom kijken er de eerste dag dan 1,8 miljoen mensen?”

Voor wat betreft de Nederlandse markt heeft Kramer een punt, maar tegelijk blijkt uit onderzoeken dat de Nederlandse schaatsfan vergrijst. Bovendien kan topsport niet zonder internationale concurrentie. De lege tribunes bij het WK allround in Moskou, vorig jaar, toonden aan dat het grote publiek in Rusland al lang is afgehaakt. En in Noorwegen is het nauwelijks beter.

Ard Schenk opperde al eens de slopende 10 kilometer te vervangen door een 3 kilometer, zodat meer rijders kans maken op het podium. Kramer gruwelt van die gedachte; echt allrounden is een grote vierkamp.

De terugkerende discussie over de toekomst van de sport drukt de laatste jaren de prestaties van de Nederlanders naar de achtergrond, vinden de rijders. Shorttrackbondscoach Jeroen Otter merkte onlangs op dat Wüst en Kramer niet harder zouden trainen als hun sport in méér landen zou worden beoefend. Oftewel: ongeacht de vraag hoeveel concurrentie er is leveren zij absolute topprestaties.

Bij de vrouwen ligt de lat hoger dan ooit, ziet Wüst aan Linda de Vries, Diane Valkenburg en de pas zeventienjarige debutante Antoinette de Jong, die vijfde werd. Wüst: „Met dat hoge niveau moeten we blij zijn. Het is ook weleens anders geweest.”

Zij koppelt de opmars van Nederland bij de vrouwen aan de formering van vrouwenschaatsploegen. „Een paar jaar geleden hadden maar zes of zeven vrouwen een schaatsploeg. Nu misschien wel zestien vrouwen. Daardoor is het niveau in de breedte enorm gegroeid.”