'Een verslaafde in de zorg kost de helft minder dan een zwerver op straat'

De aanleiding

De verslaafden komen weer terug op straat. Dat vrezen althans de verslavingsinstellingen, nu er een opeenstapeling van bezuinigingen hun kant op komt. Afgelopen dinsdag stond er in nrc.next een artikel over, waarin een rijtje feiten werd genoemd. De opmerkelijkste: „Een verslaafde in de zorg kost de gemeenschap de helft minder dan een zwerver op straat.” Dat klinkt tegenstrijdig, klopt het wel?

Waar is het op gebaseerd?

Het is niet het wónen op straat dat een verslaafde – veruit de meeste mensen die op straat leven zijn verslaafd – duur maakt, het zijn de zaken daaromheen: criminaliteit, overlast en ziekte. Bouman GGZ, de instelling die in het artikel als belangrijkste bron wordt aangehaald, stuurt desgevraagd een rapport op dat de instelling in 2009 publiceerde. In 2005 startte de instelling met een project waarin verslaafden psychische behandeling kregen en aan onderdak en werk geholpen werden. Het project richtte zich in eerste instantie op prostituees uit Rotterdam, later ook op dakloze verslaafden. In totaal zegt de stichting zo’n 3.000 mensen de straat afgeholpen te hebben, andere steden namen het beleid over. In het rapport Intensief beschermd wonen: een geïntegreerd programma voor terugkeer in de samenleving staan de resultaten. Voor de financiële evaluatie is voor 18 personen onderzocht wat zij kostten voordat zij in behandeling waren en wat zij tijdens de behandeling kostten. Gemiddeld bleken de maatschappelijke kosten afgenomen van 99.500 euro naar 58.000 euro per jaar, een afname van ruim 40 procent. Koen Burgerhout, woordvoerder van Bouman GGZ, geeft aan dat dit onderzoek vooral de situatie in hun eigen gebied, Rotterdam, beschrijft, maar dat rapporten over heel Nederland van onder meer het Trimbos Instituut de uitkomsten bevestigen.

En, klopt het?

Het is lastig om op basis van 18 onderzochte personen een uitspraak te doen over de naar schatting 12.000 daklozen die van straat zijn gehaald. Dat blijkt ook uit het rapport: een geval van moord en doodslag dat bij een van de onderzochte personen in het dossier voorkwam werd niet meegeteld „aangezien hierdoor mogelijk een (te) vertekend beeld werd gepresenteerd” – kosten: ruim 3 miljoen euro. Ervan uitgaande dat moord en doodslag door daklozen geen dagelijkse kost is, is het logisch dat dit geval erbuiten is gelaten, maar de gedragingen van individuen hebben dus een grote invloed op de genoemde afname van 40 procent. Niettemin wordt uit het onderzoek duidelijk dat personen die bij Bouman GGZ verbleven per saldo een stuk minder kostten dan toen zij nog op straat leefden.

Om erachter te komen hoe de kosten en baten voor de totale groep (ex)daklozen in Nederland eruitzien, verwijst Bouman GGZ naar de Nationale Drugsmonitor van het Trimbos Instituut. Trimbos baseert zich op zijn beurt weer op onderzoek van Ben Vollaard van de Universiteit van Tilburg. Vollaard bekeek in 2010 het effect van opsluiting van langdurige veelplegers. Dit onderzoek betrok dus meer mensen dan het Rotterdamse onderzoek, maar heeft alleen betrekking op strafrechtelijke opvang in de Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD). Vollaard schrijft: ,,Het opleggen van de ISD-maatregel blijkt vanuit maatschappelijk oogpunt bijzonder kosteneffectief. De baten van een lager aantal auto- en woning inbraken gedurende opsluiting zijn twee keer zo hoog als de extra kosten van langere insluiting en intensieve behandeling. De verhouding tussen kosten en baten ligt natuurlijk nog gunstiger wanneer we ook de effecten op andere delicten en van het effect op recidive bij de vergelijking zouden betrekken.”

Om de het kostenplaatje helemaal helder te krijgen, kijken we daarom naar een derde rapport: Kosten en baten van Maatschappelijke opvang. Bouwstenen voor effectieve inzet van publieke middelen van onderzoekscentrum Cebeon (2011). Voor de groep feitelijk daklozen, de ‘duurste’ groep met veelal verslaafden, stelt het uitgebreide onderzoek dat zij de maatschappij in totaal 557 miljoen euro kosten als zij op straat leven, en 280 miljoen euro als zij in een maatschappelijke opvang verblijven. Inderdaad de helft dus.

Conclusie

Het bewering dat een verslaafde in de zorg de gemeenschap de helft minder kost dan een zwerver op straat baseerde nrc.next op uitspraken van Bouman GGZ. Desgevraagd sturen zij als bron een rapport op dat de aanpak van daklozen in Rotterdam beschrijft. Daaruit blijkt inderdaad een afname van ruim 40 procent in kosten als de situatie op straat wordt vergeleken met die in een instelling. Maar er is hierbij slechts naar een klein aantal personen gekeken, waardoor op basis hiervan moeilijk uitspraken gedaan kunnen worden over daklozen in het algemeen. Andere rapporten bevestigen de bevindingen echter wel. Uit een rapport van Cebeon uit 2011 waarin de totale groep daklozen wordt bekeken, blijkt ook dat daklozen op straat gemiddeld twee keer zoveel kosten dan daklozen in een instelling. De stelling is dus waar.

    • Laura Wismans