Donkere blik op de stad

Wat speelt zich ’s nachts in Amsterdam af? Medewerkers van de gemeentelijke Dienst Ruimtelijke Ordening maakten er een boekje over.

Ook in Amsterdam gaat soms de zon onder en het licht uit – en hoe ziet de stad er dan uit? Over alles wat zich in de succesvolle hoofdstad in het donker afspeelt of het daglicht niet kan verdragen, gaat het boekje Amsterdam Noir; over boeven en nachtbrakers, maar ook over vleermuizen, morgensterren en doden.

Medewerkers van de gemeentelijke Dienst Ruimtelijke Ordening hebben hun stad vanuit „een donker perspectief” in vijftien uiteenlopende verhalen beschreven. Ze belichten bijvoorbeeld de eenzaamheid van de grotestadsbewoner, het uitgaansleven, de misdaad, de openbare verlichting, de galgenvelden en begraafplaatsen.

De ‘auteurs’ van de verhalen staan als heuse verdachten met mugshots achterin en worden aangeduid als ‘Koos van Z.’ of ‘Zef H.’. Het boekje – helemaal in zwart, wit en zilver uitgevoerd – is onderdeel van de reeks ‘Nieuwe Openingen’ waarin stadsplanners de ondergeschiktheid van de ambtenaar even ter zijde schuiven om hen „een inspirerende bijdrage” te laten leveren aan het debat over de ontwikkeling van Amsterdam.

Amsterdam Noir werd recent gepresenteerd in de onderbuik van de stad: de kelders die onder het Vondelpark liggen. Het zijn enkele van de vele schuilkelders die terugkomen in het foto-essay van Jepke van H. in het boekje. Hij toont de gangen, de stalen deuren en lege bureaus en de opgeslagen dozen met facturen van de afdeling Financieel Beheer, maar ook de rij ongemakkelijke ijzeren fietsen waarmee verse lucht naar binnen kan worden getrapt mocht de motor ooit uitvallen.

Het ‘donkere perspectief’ geldt letterlijk voor de hoofdstukken over straatverlichting van Paco B. en Hans. T. Totdat die in 1669 werd ingevoerd, was de stedeling afhankelijk van het weer en de maan om zijn weg te vinden. Maar de duisternis kan ook in je hoofd zitten. Koos van Z. haalt statistieken aan waaruit blijkt dat twaalf procent van de Amsterdammers zich in hoge mate geïsoleerd voelt en van de 65-plussers zelfs 28 procent.

Lange tijd was de dood prominenter aanwezig in het dagelijks leven van de stad dan nu. Er zijn tekeningen opgenomen van kunstenaar Reinier Vinkeles uit 1780. Je ziet een galgenveld, met koek-en-zopietenten op het ijs en ouders die hun kinderen op de bungelende lijken wijzen. In en rond de grachtengordel waren er ook zeker twintig kerkhoven, waar niet alleen de doden werden begraven, maar waar overdag de was werd gebleekt en kinderen speelden en in het donker hoeren hun klanten ontvingen. De begraafplaats van de Nieuwe Kerk is sinds 1647 de Dam, met daaraan het nieuwe stadhuis dat nu het paleis is.

Misdaad hoort behalve bij het donker ook bij de stad, is de stellingname van adjunct-directeur van dienst Zef. H. We bestrijden het steeds meer met camera’s: alleen al tussen de Dam en de Beurs van Berlage zijn het er 77, volgens een kaart van het bureau Partizan Publik. Eigenlijk is dat een testimonium paupertatis, vindt stadsplanner H. Beter is het om voor voldoende ogen op straat te zorgen, voor goede verlichting en woningen boven de winkels die ’s avonds gesloten zijn. Zijn conclusie, dwars tegen de trend in: „Goed functionerende openbare ruimte heeft geen cameratoezicht nodig.”

Amsterdam Noir, €18,50. Meer informatie via nieuweopeningen@dro.amsterdam.nl. En op 15 januari gaat het maandelijkse Stadsgesprek van De Balie en Het Parool over ‘De Nacht van Amsterdam’.