‘De vergelijking met zoons houdt op bij achternaam’

David en Matthieu van der Poel traden gisteren in de voetsporen van hun vader Adrie. „We hebben thuis een goede fles wijn opengetrokken.”

Adrie van der Poel werd in 1996 wereldkampioen veldrijden. Of zijn beide fietsende zoons David (20) en Matthieu (17) ook zover komen is nog maar de vraag, maar het talent hebben ze in elk geval wel. Dit weekend werden de broers Nederlands kampioen veldrijden. Matthieu bij de junioren en David bij de beloften. Tot vreugde van hun vader.

Welke titel is mooier?

„Voor David is dit een beloning van jaren hard werken. Sinds de overstap van de junioren naar de beloften sukkelde hij met zijn gezondheid en hij fietst dat nu echt van zich af. Hij was al met een goede reeks bezig, maar dit is een mooie beloning. Matthieu won vorig jaar ook al en het lag in de lijn der verwachtingen dat hij zou winnen. Maar dat blijft natuurlijk ook prachtig.”

Was al vroeg duidelijk dat uw zoons ook verder wilden in het veldrijden?

„Nee, ze hielden eerst meer van voetbal. Matthieu was altijd ook wel met fietsen bezig, maar David wilde er lang niet zoveel mee te maken hebben. Tot hij op een dag naar me toe kwam en en zei dat hij voetbal niet meer leuk vond. Toen is hij gaan fietsen. Onverwacht, maar wel leuk.”

Zit het talent in de genen of is het toeval?

„Een combinatie denk ik. Ze hebben de wielersport altijd gevolgd, en spelenderwijs is het balletje gaan rollen. En nu blijken ze ook nog talent te hebben.”

Voelen uw zoons de druk van de naam Van der Poel?

„Ik heb ze altijd geleerd dat als de pers daarover begint, ze moeten zeggen dat de vergelijking ophoudt bij de achternaam. Ze doen het elk op hun eigen manier. Ik help ze met het materiaal en met de trainingsschema’s, maar ze zullen het toch echt zelf moeten doen. Gedisciplineerd leven en bereid zijn alles voor de sport te doen en laten. Dan denk ik dat ze nog ver kunnen komen.”

Heeft u het gisteren nog op een speciale manier gevierd?

„Nee, we eten op zondagavond altijd samen thuis en en dat hebben we nu ook gedaan. We hebben wel een goede fles wijn opengetrokken.”

    • Arman Avsaroglu