Christine

Ik druk op de bel naast de rechterdeur. Er wordt zo snel opengedaan dat het gevoel me bekruipt dat de lange, oude vrouw die opendoet me al op stond te wachten vanachter de deur.

“Ah bonjour, je bent er al, hier zijn je sleutels. Wat je moet weten is dat we hier op de 4e en 5e verdieping het heel goed met elkaar kunnen vinden, iedereen is aardig en beleefd, niemand zoekt moeilijkheden, maar de buren, oh de buren!” Nog wat aanwijzingen verder over de oude en bemoeizuchtige buurvrouw van de tweede verdieping, de mooie, stille buurman van ik geloof de linkerkant van de vierde verdieping en een demonstratie hoe ik het beste de deur kan sluiten zonder geluid te maken, loop ik de trap af, een verdieping lager, mijn nieuwe woonplek.

Na drie weken kan ik niet anders dan concluderen dat de inwoners van de vierde verdiping inderdaad aardig en beleefd zijn, maar dat de bemoeizuchtige buurvrouw van de tweede verdieping haar rol niet goed begrepen heeft, of in het harnas is gestorven op een moment dat ik niet oplette. De beter oplettende Christine van de vijfde verdieping kom ik daarentegen bijna dagelijks tegen. Meestal zijn het post-its met instructies over hoe ik de deur nog zachter in het slot zou kunnen laten ‘glijden’, maar het kunnen ook opmerkingen over de zolen onder mijn schoenen of de ringtone van mijn telefoon zijn.

Als ik haar op de trap tegenkom is het om bij een van de andere buren een post-it op de deur achter te laten. Ik zie haar vreemd genoeg alleen nooit in de buurt van de tweede verdieping, en kom er ook nooit een post-it tegen. Ik stel me voor wat er zal gebeuren als ik er zelf een bemoeizuchtige post-it ophang, maar ik wil mijn vermoeden dat Christine me ook achter de deur van de tweede verdieping op zal wachten, graag behouden.

    • Sophie van der Stap