Amerika's dreigement en het risico van bang maken

Voor wie het even vergeten was: Amerika beschouwt zich nog steeds als ‘a European power’. Die term duidt niet op het karakter van de Amerika – het is niet zo dat Amerika in wezen ‘Europees’ is (wat dat ook mag zijn). Wat er wél mee wordt bedoeld is dat de Verenigde Staten in Europa een belangrijke machtsfactor zijn en nog altijd een prominente rol spelen in het Europese politieke krachtenveld.

Zo is Amerika ook ‘a Pacific power’ – als bondgenoot van Japan, Zuid-Korea en Taiwan, en alstegenwicht tegen China. Alleen is in Azië de militaire aanwezigheid van de Amerikanen de basis van hun macht. In Europa is dat sinds het einde van de Koude Oorlog veel minder het geval – ook al is Amerika verreweg de belangrijkste bondgenoot binnen de NAVO, het politiek-militaire bondgenootschap dat zich garant stelt voor de veiligheid van alle lidstaten.

Een Europese macht is Amerika dus nog steeds. En soms bemoeit de Amerikaanse regering zich dan ook met puur Europese kwesties. Omdat ze vindt dat die haar, als Europese macht, ook aangaan.

Toch is het uitzonderlijk dat Washington een Europese regering, de Britse nog wel, via de media de les leest over haar Europese politiek. En dreigt met ernstige gevolgen als het dringende advies in de wind wordt geslagen.

Want dat is wat Philip Gordon, de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken die zich met Europa bezighoudt, vorige week in Londen deed. Hij waarschuwde de Britten dat ze met vuur spelen als ze overwegen de Europese Unie te verlaten, of zelfs maar de relatie met Brussel verder laten bekoelen. Amerika, zei Gordon, heeft belang bij een krachtige Britse stem bínnen de EU. De dreigende boodschap was: als jullie je van de Europese Unie verwijderen, zijn jullie voor ons een veel minder interessante partner.

Gordon wilde zich vooral niet in de Britse binnenlandse politiek mengen, verzekerde hij – maar intussen zette hij de gevoeligste politieke kwestie van het moment op scherp, door luid en duidelijk te verklaren hoe de grote bondgenoot Amerika vindt dat het Verenigd Koninkrijk zich in de EU moet opstellen. En dat niet toevallig kort voor een belangrijke toespraak van premier Cameron over de Britse plannen met de Europese Unie, waarin hij mogelijk een referendum zal aankondigen. Referenda, waarschuwde Gordon, leiden er vaak toe dat landen naar binnengekeerd raken. Ofte wel: niet doen.

De Britten zijn de afgelopen maanden van alle kanten bestookt met zulke waarschuwingen. De vrees groeit alom dat Cameron een doos van Pandora opent als hij aanstuurt op nieuwe onderhandelingen over het Britse EU-lidmaatschap, en vervolgens een referendum uitschrijft over het resultaat.

Dat is slecht voor Europa, klinkt het refrein, maar ook voor de Britten. De Poolse minister van Buitenlandse Zaken Sikorski zei het herhaaldelijk. De voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy zei het, net als de voorzitter van de Europacommissie in de Duitse Bondsdag, Krichbaum. President Kenny van Ierland noemde een vertrek van de Britten uit de EU zelfs ‘rampzalig’.

Amerikaanse diplomaten proberen de Britse regering al maanden hetzelfde duidelijk te maken, volgens de Financial Times. Blijkbaar achtte men in Washington nu de tijd gekomen het ook maar eens hardop te zeggen. De Britten vleien zich graag met de gedachte dat ze een ‘special relationship’ met de Amerikanen hebben. Maar de pijnlijke waarheid blijkt dat voor Washington het economische belang van Brussel toch echt voor gaat.

De vraag is of de Britse regering en publieke opinie schrikken van al die waarschuwingen – of er juistextra dwars van worden. Want dat is het gevaar van dreigementen. Hoe vaker je te horen krijgt dat je goedbeschouwd geen keuze hebt, hoe verleidelijker het wordt om te zeggen: dat zullen we dan wel eens zien.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Amerika’s dreigement en het risico van bang maken (14 januari, De Wereld, pagina 7) wordt ‘president Kenny van Ierland’ aangehaald. Dit is niet juist. Kenny is premier van Ierland.

    • Juurd Eijsvoogel