Afghanistan, maar dan vlakbij huis

Ooit gold Mali als toonbeeld van democratische vooruitgang in Afrika. Nu is het verworden tot broeinest van moslimterrorisme. En dat op de drempel van Europa.

Correspondent Afrika

Mali werd een jaar geleden nog gezien als een baken van stabiliteit in West-Afrika. Een wegbereider voor de democratiseringsgolf in Afrika die begin jaren negentig op gang kwam. Het was een favoriet land van westerse hulporganisaties en donoren, die een groot deel van de Malinese begroting voor hun rekening namen. Ook Nederland gaf grif geld om het straatarme land te ontwikkelen.

Maar sinds een militaire staatsgreep in maart vorig jaar en de daarop volgende verovering van het noorden door islamitische extremisten is Mali veranderd in een internationaal probleem. Het conflict dreigt de hele Sahel te destabiliseren; honderdduizenden mensen zijn het land ontvlucht. De Franse regering vreest een terroristenstaat op de drempel van Europa, waar Al-Qaeda en aanverwante groepen het voor het zeggen hebben, vrijuit kunnen trainen en aanslagen in het Westen kunnen beramen.

In de afgelopen weken roerden de rebellen zich meer dan anders, met de aanleg van loopgraven, van tunnels en andere verdedigingswerken. In grotten werd materieel, zoals brandstof, opgeslagen. En toen de extremisten vorige week plotseling zuidwaarts oprukten en het strategisch gelegen stadje Konna veroverden, stuurde Frankrijk meteen militairen. Donderdagvond werd een luchtbrug opgezet naar Mopti, een stad in het midden van Mali, tegen het door rebellen gecontroleerde gebied aan. Zaterdag werd Konna heroverd.

Zaterdag stuurde Parijs ook militairen naar de Malinese hoofdstad Bamako. En Franse gevechtstoestellen bombardeerden gistermiddag rebellenbolwerk Gao, in het noorden. Bewoners van de stad meldden gisteren tegen persbureau AFP dat de extremisten op de vlucht zijn geslagen.

Frankrijk en enkele Afrikaanse buurlanden wilden al eerder ingrijpen, maar VN-baas Ban Ki-moon en de Verenigde Staten maanden steeds tot terughoudendheid. Eerst onderhandelen met de rebellen, dan actie. Of de VS instemmen met de interventie is onduidelijk (Nederland deed dat gisteren wel), maar in de regio zelf wordt positief gereageerd op de Franse daadkracht. De aanwezigheid van duizenden goed bewapende fanatieke moslims in een gebied dat bijna net zo groot is als Frankrijk maakte omliggende landen nerveus. Van het regionale samenwerkingsverband Ecowas zonden gisteren Senegal, Burkina Faso en Niger militairen om deel te nemen aan de operatie. En ook regionale grootmacht Nigeria lijkt in te stemmen met de actie. Het land levert naar verluidt 600 militairen.

De moslimextremisten zijn bepaald niet tandeloos: vrijdag haalden de opstandelingen met afweergeschut en schoten een Franse helikopter neer. Parijs liet dit weekeinde weten dat de Franse militairen zijn gestuit op „goed uitgeruste, goed bewapende en goed getrainde rebellen” die beschikken over „modern en geavanceerd materieel”.

Maar de grootste uitdaging voor de interventiemacht is niet zozeer om gebied te heroveren maar om het in handen te houden. Het zanderige noorden van Mali is dunbevolkt, maar geldt als moeilijk toegankelijk terrein. Temperaturen lopen overdag op tot vijftig graden, waardoor vechten vrijwel onmogelijk wordt. Waarnemers trekken de vergelijking met Afghanistan en de moeizame strijd tegen jihadisten daar. De grenzen van Mali zijn langgerekt en moeilijk te beschermen.

Voor de herovering van het gebied is behalve een goede fysieke gesteldheid voor de woestijn voor iedere militair een diepe kennis van het gebied nodig en goede relaties met de bewoners van het zand. Tsjaad, waar Frankrijk een militaire basis heeft, heeft in zijn leger vermoedelijk de beste woestijnstrijders. Maar Tsjaad is niet lid van Ecowas en heeft door corruptie en schending van de mensenrechten een slecht internationaal aanzien.

Tot vorige week bestond er groot verzet in het Malinese leger tegen een buitenlandse militaire interventie. Maar dat leger is gedemoraliseerd, slecht bewapend en lijdt onder corruptie. Toen een paar honderd rebellen eerder dit jaar aan hun opmars in het noorden begonnen, gingen de regeringssoldaten er met de staart tussen de benen vandoor.

Burgerpresident Dioncounda Traoré vroeg vorige week zelf om een Franse interventie. De Franse president Francois Hollande zei zaterdag dan ook dat de Franse inmenging de legering van een Afrikaanse vredesmacht en de herovering van het noorden moet bespoedigen.

    • Koert Lindijer