Wat zit erin? Kogellager

Weet je wat kogellagervet is? Het is dun vet dat speciaal geschikt is voor kogellagers, het zit in blikjes zoals die op de foto en ruikt heel lekker.

Kogellagers vind je op zeven plaatsen in je fiets, het makkelijkst bekijk je ze in je voorwiel. Als dat niet verroest is haal je het in een wip uit elkaar met een steeksleutel (14/15). Je moet wat moeren losschroeven en ringen R wegtrekken, maar op het laatst komt de vooras V los. Kijk uit dat de kogels niet wegrollen.

Dit wiel heeft 10 kogeltjes van 5 mm dikte aan elke kant . Als je het lager weer in elkaar schroeft komen ze vanzelf op de goede plaats in de kom K1 te zitten. Dat doet de kegel K2. Cup en cone heet dat idee in het Engels. In duurdere lagers worden de kogels in een soort kooi uit elkaar gehouden.

Dankzij de kogels en dat dunne vet draait je voorwiel extra licht. Het kan ook zonder kogels. Met genoeg vet of olie kun je de as van zo’n wiel ook door een buis laten draaien, zoals ze in goedkope dynamo’s doen, maar dat trapt nogal zwaar. Het is het verschil tussen slepen en rollen. Kogellagers zijn al eeuwen geleden bedacht door Leonardo da Vinci en Galileo Galilei. Dat waren Italianen.

Welk gereedschap heb je nodig: Een steeksleutel 14/15.