Waarom is er een publieke omroep?

Maakt het u wat uit wat Matthijs van Nieuwkerk verdient? Mij niet. Een half miljoen euro per jaar vind ik prima. Hij draagt vijf dagen per week een tv-programma (De Wereld Draait Door – door Geert Wilders deze week omgedoopt tot De Wereld Graait Door) dat vaak een miljoen kijkers trekt. Als winnen niet meer lonend is, dan wordt het leven belachelijk saai. Kennelijk is het zijn marktwaarde, door al die kijkers gecreëerd.

Er is alleen één klein probleempje. De publieke omroep is geen bedrijf dat zichzelf staande houdt op de vrije markt. De publieke omroep wordt bijna volledig in de lucht gehouden met belastinggeld. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) boekte vorig jaar 716 miljoen euro over naar de omroepen. Daar betaalt u btw en loonbelasting voor. En dat maakt die 493.420 euro van Matthijs van Nieuwkerk toch anders. Dan ga je zijn salaris onwillekeurig vergelijken met dat van onze minister-president (144.000 euro).

Het probleem is niet het salaris van Van Nieuwkerk, het probleem is dat belastinggeld. Want de vraag waarmee ik telkens blijf zitten bij discussies over de publieke omroep is: waarom financieren we een dominant en succesvol instituut als Nederland 1, 2 en 3 met belastinggeld? Welke markt faalt hier? Waarom heeft de overheid hier zo’n grote rol?

Ik kan er met de beste wil van de wereld geen antwoord op vinden. De logica ontgaat me volledig.

De publieke omroep die dit kabinet nastreeft – één met veel kijkers en dus met immens populaire amusementsprogramma’s – zou zichzelf ook zonder die subsidie kunnen redden. Studio Sport, het NOS Journaal, Pauw&Witteman, Boer zoekt Vrouw, zouden ook in de boze buitenwereld overleven.

Sommige programma’s redden het daarbuiten misschien of waarschijnlijk niet: documentaires, Andere Tijden, Taarten van Abel, Buitenhof. Als we dat zonde vinden, zou het ministerie die programma’s kunnen financieren, rechtstreeks of via een fonds. Het probleem is dan wel dat de overheid waarschijnlijk programma’s subsidieert waar vooral welgestelden naar kijken. En dan krijg je hetzelfde als bij de opera. Daar gaat de directeur van het Rijksmuseum heen met subsidie van de stratenmaker (die niks moet hebben van de opera, en wel de volle mep mag betalen voor een kaartje om Frans Bauer of André Rieu te zien). Maar goed, anders zouden die programma’s (of de opera) waarschijnlijk echt niet bestaan. Dus heeft de overheid een (bescheiden) rol.

Een veelgebruikt argument voor de veel ruimhartiger subsidie aan de huidige publieke omroep is opvoedkundig. Te midden van al dat amusement wil de overheid de kijkers, jong en oud, wat leren: over kunst, klassieke muziek, of de wereld. Het populaire amusement lokt kijkers naar de moeilijker programma’s, is de redenering. Dat klinkt ontzettend belegen en nogal paternalistisch, vindt u niet? Waarom stop je die 716 miljoen euro niet in het onderwijs dan?

Bovendien kent die brede publieke omroep een prijs. De overheid is zonder twijfel bezig de omroepen (RTL, SBS) te verzwakken die het op eigen kracht proberen. Al dat populaire amusement lokte vorig jaar 197 miljoen euro aan reclamegeld weg bij de commerciële omroepen, die overigens ook journalistieke programma’s proberen te maken. Zo bezien is de publieke omroep een concurrentievervalsend instituut. Het is alsof je als overheid McDonald’s subsidieert met het argument dat McDonald’s sla serveert en de Burger King niet.

Je kan betogen dat het goed is om een belangrijke journalistieke nieuwsorganisatie als de NOS te subsidiëren, maar het omgekeerde betoog is even valide. Dat de staat journalisten financiert, is ook ongemakkelijk. Peter Middendorp deed hierover in zijn boek Lange Poten de fantastische observatie: „Het cliché wilde: de journalist was objectief. Maar in werkelijkheid was hij iemand die op een staatsbeurs vier jaar naar een staatsinstelling ging om te leren hoe je de staat moet controleren, en dit de rest van zijn leven bij een door de staat gesubsidieerde omroep in de praktijk bracht.” Nou wil ik niet suggereren dat de journalisten van de publieke omroep schoothondjes van de regering zijn, want dat zijn ze allerminst, maar ook hier zie ik geen logische rol voor de overheid.

Sander Dekker, de VVD’er die in het kabinet over de publieke omroep gaat, maakt nu een „toekomstverkenning”. Daarin ontbreekt de vraag: waarom hebben we überhaupt een publieke omroep? Ik zou zeggen: verken het antwoord op die vraag en overtuig mij.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.

    • Marike Stellinga