Vechtjas in burger

stelt vast dat de nieuwe BMW Drie een ecowaakhond is.

De nieuwe 3-serie, tien centimeter langer dan de vorige, komt weer een stapje dichter bij het mannenideaal van de Dikke BMW. De groei is echt, en schijn. Onder de motorkap zet de krimp in. Downsizing. Een onverbiddelijke ratio dicteert: kleinere motoren zijn schoner en zuiniger.

Aan die noodzakelijke evolutie kleeft een risico. De BMW-factor krimpt mee. Navrantste voorbeeld is de 328i. De type-aanduiding, die van oudsher verwees naar een grommende zescilinder van 2800 cc, is nu dekmantel voor een tweeliter viercilinder die bij klankgevoelige BMW-rijders slecht zal vallen. Met twee turbo’s en 245 pk is de 328 2.0 weliswaar sterker dan ooit, hij is beroofd van de intimiderende soundtrack die bij BMW de toon van de muziek uitmaakte. Vierpitters klinken niet.

Lijkt een tweeliter voor een uitdijende sportsedan al de ondergrens, de nieuwe 320i EDE (Efficient Dynamics Edition) duikt als zestienhonderdje nog fors onder die lat. Hij zou 1 op 19 moeten verbruiken. Als ik met een score van 1 op 17 nog verkeersboetes kan oogsten, lukt het vast. Dan is de EDE wel wat BMW’s niet mogen zijn; een pragmatische auto.

Dat probleem.

De relativering dat 3- en 5-series met viercilinders er altijd zijn geweest gaat niet op:hun plaats in BMW-land is veranderd. Voorheen waren ze uitzonderingen op de regel, knieval voor bescheiden beurzen. Hun erfgenamen dienen als wapenschild tegen klimaatbeleid en fiscus. Zonder bijtellingvriendelijke modellen met minimale emissiewaarden zou in EU-verband zelfs BMW het zwaar krijgen. Dan maar een tandje minder. Maar een BMW kan natuurlijk nooit een defensieve auto zijn. Een BMW valt aan, Freude am Fahren.

Knap hoe BMW dat psychologische dilemma oplost. Het verkoopt Operatie Eco onder de vlag van zijn Efficient Dynamics-programma, overkoepelende noemer voor een pakket energiebesparende trucs die op de meeste BMW’s al standaard zijn, van een start-stopsysteem tot de elektrische stuurbekrachtiging die alleen energie verbruikt wanneer je stuurt. In ruil voor die concessies aan de groene lobby krijg je namens de D van Dynamics zoveel kracht dat je alleen de lusten van het sparen plukt. Het EDE-motortje mobiliseert met behulp van twee turbo’s 170 pk. De topsnelheid is 230 kilometer per uur, de sprint naar honderd gaat in 7,6 seconden met de powerplay waarvoor je niet zo lang geleden aan de zescilinder moest. Het minderen is een blessing in disguise. Met een A-label.

Aan de auto zie je het versoberingsregime niet af. De leaseklanten van BMW zullen tot het gaatje gaan om 18 inch lichtmetaal in hun begrotingsplan te persen, maar zoals hij hier staat – met 16 inch-velgen – is het een even stoere als beschaafde auto, die herinnert aan wat de kleinste middenklasse-BMW ooit was; een vechtjas in burger. Dat kon je van de vorige 3-serie niet zeggen. Die stonk naar snackbar en snel geld. Het ontwerp was van een onappetijtelijke vlezigheid, grof zonder verzachtende details. BMW keert dat tij met een nieuw classicisme dat het omstreden lijnenspel van de voorlaatste 3- en 5-series verzoent met het Bauhaus van Derricks historische dienst-BMW’s. Ruim is hij ook, haast een gezinswagen.

Rijstijlcensor

Hij wil echt hard, zij het niet zoals je het van BMW verwacht. De EDE geeft het klinische gemak van een snelle internetverbinding. Sowieso kleeft aan de auto iets geprogrammeerds. Door de harmonieuze vermogensopbouw en dat synthetische geluid voelt hij tammer aan dan hij is. Rijden doet hij superieur; wat BMW op het offerblok heeft gelegd is het kind in de man. De EDE is een vlotte schoonzoon. Met de ‘rijbelevingsschakelaar’ in de Eco Pro-stand, de zuinigheidsmodus, licht bij onbesuisd pedaalgebruik godbetert een waarschuwingssymbool op. Een rijstijlcensor! In een BMW! De BMW-rijder kan hem omhelzen als de opponent die in het Nieuwe Rijden toch een vleugje competitie brengt, de strijd tegen het jachtinstinct. Mij trof de vrome ecowaakhond zo onaangenaam dat ik een koninkrijk had willen geven voor het walmendste zescilinderhok in de wijde omtrek.

Uit wraak heb ik prestissimo een scherpe bocht gepakt. De EDE ving hem op met de professionaliteit van de uitgeraasde held die op verzoek nog eenmaal de reflexen van zijn wilde jaren demonstreert. Het waarschuwingssignaal bleef uit; de rijbelevingsschakelaar biedt de vluchtweg van een sportstand die we wenend zullen bijschrijven in het boek met Gouden Herinneringen. Perfect.

Vreemde auto. Volmaakte architectuur, volmaakte techniek. Geen levend organisme.