'Soms lijken onze sociale afspraken bijna zakelijk'

Jos Ament en Henk Hermsen zijn 30 jaar samen. Jos heeft een schoonheidssalon, Henk werkt als beleggingsstrateeg. „Werk komt voor ons op de eerste plaats.”

Jos en Henk gefotografeerd door David Galjaard in hun huis in Amsterdam voor de rubriek "Spitsuur" - Economie pagina zaterdag editie NRC Handelsblad

‘Allebei flinke geldingsdrang’

Henk: „Jos en ik zijn heel gedreven in ons werk. Ik werk bij een pensioenfonds. Het pensioen is heel belangrijk voor mensen, ik vind het fijn daarin een rol te spelen. En ik hou van het sociale contact met collega’s en klanten.”

Jos: „Werk komt voor ons allebei op de eerste plaats, we hebben allebei flinke geldingsdrang. Henk wil mensen verder helpen, ik haal graag het mooie in mensen naar boven en vind het leuk om ze te laten ontspannen. Ik krijg acteurs en zakenlui over de vloer, maar ook Jan met de pet. Zij geven mij impulsen, en ze vertrouwen mij. Wat in de behandelkamer besproken wordt, blijft in die kamer.”

Henk: „Het klinkt hard, dat we zeggen dat werk voor ons op één staat. Natuurlijk ben ik er meteen als er acuut iets met Jos gebeurt. Maar ik ga niet parttime werken als Jos dat zou willen. Net zomin zou hij luisteren als ik geen zin meer heb in dat gedoe aan huis: de klanten elke avond, de draaiende wasmachine.”

‘Privéleven is veel te gepland’

Henk: „Dit jaar ga ik vier uur per week minder werken. Mijn moeder is 86, bezoekjes aan haar pers ik er vanwege tijdgebrek tussendoor, eens in de zes weken. Schandalig, hè? Ik wil meer met haar ondernemen. En ook vrienden wil ik vaker zien. Ik vind mijn privéleven veel te gepland. Soms lijken sociale afspraken bijna zakelijk. Dat vind ik niet bevredigend. Bovendien leven Jos en ik al snel langs elkaar heen, omdat hij heel onregelmatige werkdagen heeft. Als ik straks vaker vrij ben, kunnen we meer samen doen.”

Jos: „Een goede beslissing, vind ik. Ik zie dat Henk te veel en te hard werkt. Hij maakt lange dagen en is vaak moe. In het weekend moet hij bijslapen. Terwijl ik liefst vroeg opsta op zaterdag. Dat wringt soms.”

‘Perfectionistischer dan goed is’

Jos: „Ik doe alles in huis. We wonen in een oud pand dat veel werk kost. Er lekt altijd wel iets. En we hebben bergen was, zowel van onszelf – we sporten allebei veel – als van de zaak. Ik draai gemiddeld twee wassen per dag. Vroeger kookten we om beurten, maar nu werk ik aan huis en is Henk er pas om zes uur. Ik wil dan meteen eten, omdat er om zeven uur weer een klant komt. Eten is heel belangrijk voor mij, ik kook altijd vers. Ik ben er, samen met de boodschappen, dagelijks zo’n anderhalf uur mee bezig.”

Henk: „Jos is perfectionistischer dan goed voor hem is. Hij heeft heel sterke ideeën over hoe het huishouden gerund moet worden. Zelfs zijn moeder mocht vroeger zijn overhemden niet strijken. Ik laat het me graag aanleunen. Jos is bovendien snel en efficiënt. Als ik kook, duurt het wat langer. Daar heeft hij geen geduld voor.”

‘Sociaal leven alleen in weekend’

Jos: „Als we met vrienden eten, doe ik dat graag bij ons thuis. Dat scheelt ook in de financiën. We proberen ons sociale leven te beperken tot het weekend. En ook dan hou ik het liever bij één afspraak. Meer dan dat vind ik te vermoeiend. In het weekend wil ik uitrusten en energie opdoen om maandag weer aan het werk te kunnen.”

Henk: „Jos is het liefst thuis, ik spreek juist graag buiten de deur af met mensen. Daarom ga ik in het weekend vaak zonder Jos een biertje drinken.”

Jos: „My home is my castle. Toen Henk vorig jaar drie maanden sabbatical opnam om naar Brazilië te gaan, ging ik niet mee. We hebben elkaar ontzettend gemist, maar toen hij terugkwam en nog een week vrij had, dacht ik: ga toch werken! Tijdens zijn afwezigheid heb ik geleerd om meer te ondernemen. Ik móést wel: ik ben graag thuis, maar ik wil wel mensen om me heen hebben.”

‘Ik ben er ook nog, denk ik soms’

Henk: „Het is belangrijk voor Jos dat we ’s avonds de dag doorspreken: kort tijdens het eten en dat later op de avond nog eens herkauwen.”

Jos: „Ik vind dat Henk soms te veel weg is. Deze week heb ik hem bijvoorbeeld niet één avond gezien. En toen hij afgelopen jaar trainde voor de marathon van München, vond ik dat hij zich daar extreem veel op voorbereidde. Ik ben er ook nog, denk ik dan. Zo’n training duurt een paar uur, en als hij terugkomt is hij moe. Hij geeft me gelijk als ik mopper, maar daar heb ik weinig aan.”

Henk: „Eens per jaar ren ik een marathon. Ik begin dan vier maanden tevoren met trainen: drie, vier keer per week, een uur of twee, drie. Ik snap de kritiek van Jos. Daarom probeer ik soms ook ’s morgens vroeg te rennen, dan heeft hij er geen last van.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl.

    • Anne Dohmen