Rustig en rationeel

Jeroen Dijsselbloem is van huis uit landbouweconoom, maar verruilde zijn geitenwollen sokken voor goed zittende pakken. Als de eurolanden hem hun voorzitter maken, krijgen ze geen filmster, maar een minister die weet hoe hij zich in Brussel moet gedragen.

‘Laat mij maar even broeden.” Als de onderzoekscommissie waar hij voorzitter van was vastliep, vond Jeroen Dijsselbloem een uitweg. De parlementariërs van de acht verschillende partijen die in 2007 het onderwijsstelsel onderzochten hielden aan hun eigen waarheid vast en konden niet tot een gezamenlijke conclusie komen. „Na een halve dag denken kwam Jeroen met een tekst waarvan iedereen dacht: Ja, zó zit het”, vertelt een van hen, CDA’er Bas Jan van Bochove. Typisch Dijsselbloem: zo kreeg hij de commissie weer op één lijn.

De ene na de andere buitenlandse krant wist afgelopen week te melden dat de nieuwe minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (46) nog geen drie maanden na zijn aantreden de volgende voorzitter van de eurogroep wordt, het overleg van ministers van Financiën van de eurolanden. Op 21 januari zal blijken of die geruchten kloppen, dan komen de ministers bij elkaar en zijn ze van plan hun nieuwe voorzitter aan te wijzen.

Kiezen ze Dijsselbloem, dan is de nieuwe voorzitter in elk geval in staat gebleken om acht partijen met tegengestelde opvattingen op één lijn te krijgen. Dat kunnen de eurolanden – waar landen als Italië, Portugal en Spanje vaak diametraal tegenover Duitsland, Finland en Nederland staan – wel gebruiken.

De buitenlandse media schilderden Dijsselbloem afgelopen dagen af als man zonder eigenschappen. The Wall Street Journal schreef dat hij „niet de neiging lijkt te hebben grote beleidswijzigingen door te voeren”, en dat hij „niet voor opschudding gaat zorgen”. Volgens de zakenkrant zijn zelfs die andere onbekende Europese functionarissen, buitenlandchef Catherine Ashton en EU-voorzitter Herman Van Rompuy „filmsterren” vergeleken met Dijsselbloem.

Ook in Nederland bleef Dijsselbloem in zijn twaalf jaar als Tweede Kamerlid bij het publiek grotendeels onbekend. Hoewel hij bij de verkiezingen vijfde stond op de kandidatenlijst van de PvdA, kreeg hij maar 4.336 voorkeursstemmen. Drieëntwintig van zijn PvdA-collega’s haalden er meer. Maar de ontwikkelingen na de verkiezingen maakten van Dijsselbloem een bekende Nederlander: ineens was hij medeonderhandelaar in de formatie, naast partijleider Samsom. Toen al snel minister van Financiën, en mogelijk over twee weken dus voorzitter van de eurogroep.

Ondanks zijn relatieve onbekendheid zou het bij politici die Dijsselbloem kennen niet opkomen om hem kleurloos te noemen. Dijsselbloem weet precies waar hij staat en kan scherp uit de hoek komen. Van Bochove: „Hij is geen watje, vergis je niet.”

Tegelijk lukt het Dijsselbloem om vanuit de positie van een ander te denken, los van zijn eigen standpunten, zegt Halbe Zijlstra. „Dat is een kwaliteit die weinigen gegeven is.” Zijlstra, nu voorzitter van de VVD-fractie, zat ook met Dijsselbloem in de onderwijscommissie. „We hadden een hard oordeel over het beleid van opeenvolgende PvdA-ministers van Onderwijs. Dijsselbloem probeerde die kritiek absoluut niet te dempen. Het is een van de weinige keren dat een commissie unaniem en zonder intern gedoe en lekken tot zo’n stevig advies kwam. Dat is voor een groot deel zijn verdienste.”

Dijsselbloem blijft rustig, beschouwend en rationeel. Vaak op de achtergrond, maar streng als het moet, merkten PvdA-Kamerleden de afgelopen jaren. Die striktheid kwam hem van pas tijdens de formatieonderhandelingen voor het kabinet-Rutte II. Als Diederik Samsom zich te veel liet meeslepen door VVD-leider Mark Rutte, was het Dijsselbloem die hem corrigeerde. Toen de PvdA-leider een ronkende inleidende tekst bij het regeerakkoord schreef, was het Dijsselbloem die hem tegenhield.

Nu staat Dijsselbloem in het centrum van de PvdA. Maar hij begon als buitenbeentje dat partijdogma’s bestreed. Samen met Staf Depla kwam hij in 2002 in de Tweede Kamerfractie. Wat ze daar aantroffen stond ze niet aan. Depla: „We kwamen bij een partij binnen die al twaalf jaar aan de macht was en dacht de wijsheid in pacht te hebben. Voor veel PvdA’ers begon en eindigde de wereld in Den Haag.”

Hun ervaringen leidden in mei 2002 tot een gezamenlijk opiniestuk, nog geen maand na de historische nederlaag van de eigen partij. PvdA-kiezers waren weggelopen naar de LPF. Terwijl veel PvdA’ers met afschuw keken naar de ideeën van deze politieke nieuwkomers, pleitten de auteurs ervoor om nu eindelijk eens te praten over Antilliaanse probleemjongeren, de moeizame integratie van andere migranten, de politiek als naar binnen gekeerde banenmachine en meer van dat soort zaken. Depla: „We dachten toen: we staan misschien laag in de pikorde, maar het moet ons nooit meer gebeuren dat we wel van alles zien, maar er niets over zeggen.”

In de jaren die volgden voegden Samsom en Hans Spekman, nu PvdA-voorzitter, zich bij de gesprekken die Depla en Dijsselbloem regelmatig over de koers van de partij voerden. Samsom, Depla en Dijsselbloem voerden zelfs samen campagne als de „rode ingenieurs”. Spekman: „Diederik was van de vergezichten. Jeroen was precies, degelijk, bracht ons allemaal terug naar de aarde.” Het groepje ontwikkelde zich tot één van de drijvende krachten binnen de PvdA. De partij kwam tot het besef dat veiligheid, integratie en zuinigheid juist ook linkse thema’s moesten zijn.

Als Dijsselbloem zelf de publiciteit haalde, was het vaak als gezicht van dit soort ‘rechtse’ geluiden, met kritiek op zijn eigen partij. Hij schreef in 2009 mee aan een integratienota die intern tot veel beroering leidde. Partijgenoten omschreven het als een „wedstrijd verplassen” met andere partijen, electoraal opportunisme, capitulatie voor rechts. De latere partijleider Job Cohen vond het maar niets.

Hun standpunten wegzetten als electoraal opportunisme vindt Staf Depla nog steeds „gelul”. „Waarom zou je rechtse partijen die onderwerpen laten kapen, alleen omdat je het met ze oneens moet zijn?”

Dat Dijsselbloem in die tijd binnen zijn eigen partij omstreden was, weet hij zelf ook. Zijlstra herinnert zich een reünie van de onderwijscommissie. Onder het eten vroeg Tofik Dibi van GroenLinks aan Dijsselbloem of hij gezien het succes van de commissie nou de volgende fractievoorzitter van de PvdA zou worden. Nee, antwoordde Dijsselbloem, daarvoor was hij te rechts. Halbe Zijlstra deelt die analyse met vreugde: „Hij zit duidelijk aan de rechterflank, is niet van de afdeling ‘rupsje-nooitgenoeg’ van de PvdA.”

Dijsselbloem mag inhoudelijk scherp zijn, PvdA-collega’s noemen hem vooral vriendelijk en loyaal. Aan de partij en aan haar mensen. „Iemand vergeleek hem eens met een blindengeleidehond, dat vond ik een mooi beeld”, zegt Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester. In de tijd dat de fractie onder Job Cohen wat aansukkelde, stelde Dijsselbloem zich als vicefractievoorzitter steeds dienstbaar op en probeerde hij de discussies inhoudelijk te houden. Als hij al kritiek op Cohen had, zou híj die nooit naar buiten brengen.

De minister van Financiën is van huis uit landbouweconoom, opgeleid in Wageningen. Thuis is die afkomst beter zichtbaar dan op het Binnenhof. Sinds zijn tijd als ambtenaar bij Landbouw houdt hij zich niet meer met agrarische zaken bezig. Zijn geitenwollen sokken verruilde hij na advies van een medewerker voor goed zittende pakken. Hij woont er nog steeds, in Wageningen, op een buitendijkse terp. Spekman: „Als het hoog water is, moet hij er in zijn bootje naartoe.” Dijsselbloem is er zelfvoorzienend, vertelt Spekman. „Hij heeft er een behoorlijk groentetuintje, volgens mij heeft hij er zelfs dieren rondlopen. Maar of hij zelf zijn kippen de nek omdraait weet ik niet.”

Dijsselbloem is vooral ook léuker dan het beeld dat nu van hem in de media bestaat, zegt Lea Bouwmeester. Van de drie ‘rode ingenieurs’ zou je met hem het snelste de kroeg induiken. „Hij kan onwijs goed salsadansen, staat echt te genieten op feestjes. En hij is fan van de tv-serie Gooische Vrouwen.” Een paar kerstdiners van de PvdA geleden deed Dijsselbloem samen met Martijn van Dam een hiphop-act. Ze schreven een Nederlandse rap, droegen gouden kettingen en petjes. Daarmee namen ze vooral zichzelf op de hak: de twee streden toen samen tegen de „pornografisering van de publieke ruimte”.

In zijn korte tijd als vicefractievoorzitter onder Samsom had Jeroen Dijsselbloem meer oog voor mensen dan de partijleider. Dijsselbloem belde bij de bekendmaking van de PvdA-kandidatenlijst vorig jaar op eigen initiatief met zijn partijgenoten op de lijst. In 2002 kwam hij zelf op een bijna onverkiesbare plek terecht – nu wilde Dijsselbloem van iedereen weten hoe hun plaatsing op de lijst hún was bekomen. Want er waren nogal wat mensen boos, omdat hun plek waarschijnlijk niet verkiesbaar zou zijn.

Feitelijk deugt het altijd wat Dijsselbloem zegt, maar spannend is het meestal niet. SP-Tweede Kamerlid Jasper van Dijk kent Dijsselbloem van zijn tijd als onderwijswoordvoerder. De SP’er mist wel eens passie: „Je gaat bij Dijsselbloem niet op het puntje van je stoel zitten. Hij is geen Diederik Samsom.” Zijlstra vat samen: „Weinig flamboyant. Hij is gewoon met zijn werk bezig.”

In het buitenland zijn al deze nuances nog niet doorgedrongen, maar de eerste indruk is goed. „Hij is easy going in de omgang, legt vrij makkelijk en snel contact. Hij maakt weinig omsingelende bewegingen”, zegt de Belgische minister van Financiën, Steven Vanackere. „En zijn Engels is excellent. Dat is een groot punt, de majoriteit van de besprekingen wordt in het Engels gedaan.”

Dijsselbloems stijl, die hem in Nederland wat onzichtbaar hield, past bij de manier waarop ze in Brussel graag politiek bedrijven. Compromissen zonder echte winnaars en verliezers behoren tot de essentie van de Unie. In de wandelgangen van de Europese vergadergebouwen zijn sommigen opgelucht dat Dijsselbloem Jan Kees de Jager heeft opgevolgd. Anders dan zijn voorganger, zeggen ze daar, die geregeld bot uit de hoek kon komen, doet Dijsselbloem zijn best collega’s in hun waarde te laten. Men vindt hem minder emotioneel en single minded.

Na Dijsselbloems eerste ministersvergadering, eind vorig jaar, zei een Europese ambtenaar: „Eindelijk hebben jullie weer een minister die weet hoe hij zich moet gedragen. Aardige man. Flexibele vent.”

Met medewerking van Caroline de Gruyter