Reisboek

Ivo Weyel komt in hotels steeds vaker boeken tegen. Is het nostalgie?

Het is een rare wereld. Nu iedereen massaal aan de e-reader gaat, geen stoffelijk boek meer ter hand neemt en bijkans alleen nog elektronisch leest, gaan hotels ineens over tot de orde van het Echte Boek. De meest recente nieuwkomer in dezen is het B2 hotel in Zürich, dat niet minder dan 30.000 boeken in de collectie heeft. Niet alleen zijn zowat alle wanden van beneden tot boven en van links naar rechts voorzien van volle boekenkasten, ook de tafels in de bar bestaan uit stapels boeken. En natuurlijk liggen op de kamers boeken ter lezing en vermaak. Parijs heeft hotel Le Pavillon des Lettres, waar citaten van schrijvers – van het kaliber Kafka, Shakespeare, Goethe, Hugo, Tolstoj, dus niet dat je denkt eenvoudige streekromanauteurs – in de muren staan gegraveerd en waar de kamers geen nummers hebben, maar literaire namen.

Amsterdams voormalige Prinsengracht-bibliotheek is onlangs verbouwd tot Andaz Hotel en heeft op elke kamer een rijtje leesboeken. Ook het Mandarin Oriental hotel in New York heeft boeken op de kamers, met daarin een prachtige boekenlegger waarop staat ‘Take me home, I’m yours’. Het hotel is een samenwerking aangegaan met uitgeverij Simon & Schuster die elke week verse boeken aanlevert.

Hoe komt dat zo ineens? Tot voor kort deden hotels niet aan boeken. De Bijbel was de enige lectuur op het nachtkastje. Mandarin Oriental pakt het vraagstuk van het geloofsboek trouwens uiterst subtiel aan; daar ligt geen bijbel in de lade, maar een goud op snee kaartje waarop staat dat ‘for your reading and spiritual pleasure’ alles voorhanden is, van Koran en Bijbel tot Thora, en van de Tao Te Ching (Taoïsme) tot The Analects (Confucianisme). ‘Please contact housekeeping’, staat eronder.

Komt het doordat uitgevers, in een laatste poging überhaupt nog boeken te slijten, ineens in de aanval gaan en nieuwe wegen zoeken? Of is het al een voorbode van nostalgie, zoals reizen met de Oriënt Express, uit de tijd toen reizen nog chic was, met hutkoffers en personeel met witte handschoenen? Zoiets als ‘Vroeger lazen we nog boeken op reis’.

Voor elk hotel dat meedoet aan deze trend, een tip: neem Maarten ’t Harts Dienstreizen van een thuisblijver op in het assortiment. ’t Hart haat reizen, met elke vezel in zijn lijf, en dat beschrijft hij hilarisch, van rampzalige hotelkamers tot gruwelijke vliegtuigstoelen. En dat is leuk lezen op reis. „Ich freue mich auf meinen Tod”, citeert hij Bach, „want als je dood bent, hoef je goddank nooit meer op reis”.

    • Ivo Weyel